In het derde kwartaal van 2025 stonden er ruim 71.000 technische vacatures open in Nederland. Meer dan de helft daarvan is volgens werkgevers moeilijk vervulbaar. Het gaat om elektriciens, loodgieters, machinemonteurs, productieleiders en ingenieurs. Beroepen waar je niet zonder kunt, maar waar steeds minder mensen voor in de rij staan. Het tekort aan technici is niet nieuw. Maar het wordt elk jaar nijpender, en de oorzaken zijn hardnekkig.
Vergrijzing duwt het probleem vooruit
De Nederlandse technische sector vergrijst sneller dan de meeste andere branches. Een groot deel van de huidige vakmensen is ouder dan vijftig. Over tien jaar gaat een forse groep met pensioen, en de aanwas vanuit het onderwijs is te klein om dat gat te dichten. De oorzaak is niet ingewikkeld: er solliciteren simpelweg te weinig mensen.
Het mbo levert te weinig technici af
De totale instroom in het mbo daalde tussen 2019 en 2022 van 165.300 naar 151.100 studenten. Sindsdien is er herstel: in 2024 stroomden 158.900 studenten in, al zakte dat in 2025 weer licht naar 157.400. Nog altijd minder dan voor corona.
Binnen die cijfers is er een lichtpunt: het aandeel studenten dat kiest voor techniek groeit. Volgens Platform Talent voor Technologie stijgt de instroom in technische mbo-opleidingen licht, met 0,4% ten opzichte van het jaar daarvoor. Maar de groei is te klein om het tekort in te lopen. De sector verliest meer mensen door pensioen dan er via het onderwijs bijkomen. En dan is er nog de concurrentie met andere sectoren die dezelfde jongeren proberen aan te trekken: zorg, IT, logistiek.
Het imagoprobleem van techniek
Vraag een willekeurige middelbare scholier wat een elektrotechnicus doet, en je krijgt waarschijnlijk een vaag antwoord. Techniek heeft nog altijd een imagoprobleem. Het wordt geassocieerd met vuile handen, fysiek zwaar werk en beperkte doorgroeimogelijkheden. Dat klopt niet meer. Een monteur die vandaag begint, werkt met slimme gebouwsystemen, programmeerbare installaties en data-analyse. Maar dat beeld is bij veel jongeren en hun ouders nog niet doorgedrongen.
Initiatieven als Jet-Net, TechniekTalent en regionale techniekcampagnes proberen daar verandering in te brengen. Het effect is zichtbaar, de instroom stijgt licht, maar het gaat langzaam.
Wat bedrijven nu al doen
Bedrijven die niet willen wachten tot het onderwijs het probleem oplost, zoeken andere wegen. Omscholing van werknemers uit krimpende sectoren. Zij-instromers die op latere leeftijd een technisch vak leren. En steeds vaker: detachering, om schaars talent flexibel in te zetten waar de nood het hoogst is.
InWork, gespecialiseerd in het detacheren van technisch en IT-personeel, ziet die ontwikkeling van dichtbij. "Bedrijven vragen ons niet meer alleen om een monteur voor drie maanden," vertelt een consultant. "Ze willen structureel toegang tot technisch talent dat ze zelf niet kunnen vinden. Wij helpen ze om de juiste mensen te matchen met de juiste projecten, en zorgen er tegelijk voor dat die professionals zich blijven ontwikkelen."
Wat moet er veranderen?
Het tekort aan technici los je niet op met één maatregel. Het vraagt om meer instroom via het onderwijs, betere zichtbaarheid van technische beroepen, omscholingsprogramma's voor zij-instromers en slimmer inzetten van het talent dat er is. De cijfers zijn helder. Ruim 71.000 openstaande vacatures. Meer dan de helft moeilijk vervulbaar. De vraag is niet of er een probleem is. De vraag is hoe snel we bereid zijn om er iets aan te doen.
