Atletiek Oirschot-lid Edwin van de Ven reisde onlangs af naar Australië om mee te doen aan de marathon van Sydney, een van de prestigieuze Major Marathons. In onderstaand persoonlijk verslag blikt hij terug op zijn ervaringen, de uitdagingen onderweg en zijn indrukwekkende eindtijd.

Bijna een jaar geleden kreeg ik fantastisch nieuws: ik was ingeloot voor de marathon van Sydney. Op dinsdag 25 augustus was het eindelijk zover en begon de reis. Na een vliegreis van meer dan 24 uur landde ik woensdagavond in Australië. Gelukkig sliep ik meteen goed en bleef de gevreesde jetlag uit.

Taperen met twijfels

Donderdagochtend ging ik direct naar de expo om mijn startnummer op te halen. Ik was helaas niet de enige met dat idee; door de drukte was het lang wachten. Daardoor raakte het schema voor die dag in de war. Eigenlijk wilde ik nog een korte training doen, maar door tijdgebrek kwam het er niet meer van.

De twijfels sloegen even toe: waar stond ik nu precies? De voorbereiding was door het warme weer van de weken daarvoor niet helemaal verlopen zoals gepland en ik had sinds maandag geen meter meer hardgelopen. Een verplichte taperweek dus, inclusief de bekende onzekerheden.

Gelukkig maakte ik op zaterdag nog tijd voor een korte shake-out run. Die gaf de nodige rust: de benen voelden verrassend goed aan. Vol vertrouwen keek ik uit naar de race.

Heuvels en hartslag

Op zondag ging de wekker al om 3.30 uur. Vroeg uit de veren, want om 5.00 uur werden we al in het startvak verwacht. Uiteindelijk klonk om 6.30 uur het startschot.

De eerste anderhalve kilometer liep behoorlijk steil naar beneden, waardoor de start automatisch erg snel was. Direct daarna volgde de Sydney Harbour Bridge: de eerste serieuze klim van de dag. Het parcours bleef voortdurend stijgen en dalen, waardoor een vaste pace aanhouden onmogelijk leek.

Ik besloot daarom puur op gevoel te lopen en mijn hartslag strak in de gaten te houden. Dat pakte verrassend goed uit. De heuvels gingen me soepel af en de kilometers vlogen voorbij. Achteraf bleek dat gevoel me niet te hebben bedrogen: bij het bekijken van de 5-kilometersplits bleek ik, zonder dat ik het zelf doorhad, een snaarstrakke en constante pace te hebben gelopen.

Botanic Gardens

Die strakke tempovastheid was blijkbaar ook anderen opgevallen. Na de finish kwamen er zelfs nog een paar lopers naar me toe om me uitgebreid te bedanken. Ik had hen, zonder dat ik er ook maar iets van had meegekregen, de hele weg perfect gehaasd en naar de finish getrokken.

De echte uitdaging van het parcours volgde trouwens bij kilometer 38. Toen we de stad weer in liepen, kregen we te maken met een steile afdaling. Dat was de genadeklap voor mijn bovenbenen. De laatste heuvels in de Botanic Gardens waren daardoor loodzwaar.

Tijdens de verkenning vooraf had ik gezien dat de slotkilometer flink naar beneden liep. Ik dacht toen nog dat dit een makkie zou worden, maar hoe raar het ook klinkt: aan het einde van deze marathon was klimmen makkelijker dan afdalen.

Finish bij het Opera House

Met de finish in zicht was het verstand op nul en door de pijn heen bijten. Tijdens de laatste 300 meter kwam de prachtige finishlijn bij het iconische Sydney Opera House in beeld. Op zo’n wereldberoemde plek vergeet je de pijn op slag en is het alleen nog maar genieten.

Toen ik over de matten kwam en de klok zag stilstaan op 2:50.30, was de ontlading groot. Mijn op één na snelste marathon ooit, gelopen op het zwaarste parcours van alle Major Marathons.

Een prachtig avontuur om op terug te kijken!