De gemeenteraad van Oirschot buigt zich dinsdag 22 september over de nieuwe Verordening participatie en uitdaagrecht Oirschot 2027. Het college stelt voor de verordening vast te stellen en de inspraakverordening uit 2005 in te trekken. CDA-raadslid Melissa van Spreuwel heeft vooraf vragen gesteld over de manier waarop inwoners bij verschillende soorten plannen worden betrokken.

Door Marcia Engelander - van den Wittenboer

De nieuwe regels moeten duidelijk maken hoe inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties kunnen meepraten over gemeentelijk beleid. Dat gaat niet alleen over de voorbereiding van plannen, maar ook over de uitvoering en evaluatie ervan. Aanleiding is de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Die wet verplicht gemeenten om inwoners structureel bij hun beleid te betrekken. De nieuwe verordening vervangt de bestaande inspraakverordening uit 2005. Ook worden verschillende bestaande afspraken over burger- en inwonerparticipatie samengebracht in één kader. De gemeente wil daarmee zorgen voor een meer vaste en herkenbare werkwijze.

Voor inwoners is vooral van belang op welke manier en op welk moment zij bij een plan worden betrokken. In de bijbehorende Notitie inwonerparticipatie maakt de gemeente onderscheid tussen een klein initiatief, een groot initiatief en een project. Per categorie geldt een andere mate van participatie. Bij de voorbereiding van de Notitie inwonerparticipatie konden inwoners en organisaties reageren. Dat leverde 453 reacties op. Ook zijn individuele interviews gehouden.

Raadsvragen

Juist daarover heeft Van Spreuwel vragen. Volgens haar is niet altijd duidelijk wanneer een plan onder een van deze categorieën valt. In haar raadsvragen schrijft zij: “Voor mij is niet duidelijk aan de hand van welke criteria een initiatief onder één van deze categorieën wordt geschaard.”

Van Spreuwel vraagt het college daarom welke factoren bepalend zijn. Gaat het om de ruimtelijke impact van een plan, het aantal belanghebbenden, de omvang van de ontwikkeling of spelen er nog andere omstandigheden mee? Zij noemt verschillende voorbeelden waarbij die afweging in de praktijk van belang kan zijn: het splitsen van een bestaande woning, de bouw van enkele woningen op een kleinschalige inbreidingslocatie, een functiewijziging van een bestaand pand en een beperkte uitbreiding van een bedrijf.

Volgens het CDA-raadslid kunnen aanvullende criteria en praktijkvoorbeelden zorgen voor meer duidelijkheid. Niet alleen initiatiefnemers weten dan beter wat van hen wordt verwacht, ook omwonenden krijgen eerder inzicht in hun mogelijkheden om mee te praten. “Is het college bereid om de notitie op dit punt nader te concretiseren, bijvoorbeeld door aanvullende criteria of praktijkvoorbeelden op te nemen, zodat vooraf duidelijker is welke participatie-inspanning bij welk type initiatief wordt verwacht?”, vraagt Van Spreuwel.

Uitdaagrecht

De nieuwe verordening bevat daarnaast het uitdaagrecht. Inwoners en maatschappelijke organisaties kunnen daarmee voorstellen om een gemeentelijke taak zelf uit te voeren als zij denken dat dit slimmer, beter, goedkoper of anders kan. Zij moeten daarvoor een plan indienen en aantonen dat er voldoende draagvlak is. Het plan moet bovendien passen binnen de beschikbare financiële middelen en het gemeentelijke beleid.

Voor de uitvoering van inwonerparticipatie heeft de gemeente structureel 17.000 euro opgenomen in de begroting. Dat bedrag wordt onder meer gebruikt voor het online participatieplatform Doemee-Oirschot.nl en trainingen voor gemeentelijke medewerkers. De gemeente wil inwoners via de website en andere communicatiekanalen informeren over participatie en het uitdaagrecht.