De oproep van de gemeente Oirschot om de plannen voor de A58 opnieuw tegen het licht te houden, heeft geen gehoor gevonden in Den Haag. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ziet geen aanleiding om alsnog een aquaduct onder het Wilhelminakanaal te onderzoeken en houdt vast aan de gekozen brugvariant. Daarmee komt er opnieuw een streep door de wens om samen met de omgeving tot een integrale heroverweging te komen.
Door Marcia Engelander-van den Wittenboer
Eerder deze maand stuurde het college een brief aan minister Vincent Karremans. Daarin werd opnieuw aandacht gevraagd voor het beperkte draagvlak onder inwoners voor de huidige plannen. Volgens het gemeentebestuur staat de noodzaak om de brug te vervangen en de A58 toekomstbestendig te maken niet ter discussie, maar is er wel veel kritiek op de manier waarop het alternatief van een aquaduct in de besluitvorming is meegenomen. Daarom vroeg de gemeente om een integrale heroverweging, inclusief een maatschappelijke kosten-batenanalyse waarin ook de voordelen voor leefbaarheid, landschap en de omgeving worden meegenomen.
Begrip
In de reactie van 28 juli laat het ministerie weten de zorgen te begrijpen, maar niet van koers te veranderen. ”Laat ik vooropstellen dat ik begrip heb voor uw zorgen,” schrijft de directeur-generaal Mobiliteit namens de minister. Daarbij erkent het ministerie dat onze gemeente door de gekozen aanpak twee keer met omvangrijke werkzaamheden te maken krijgt. Volgens Den Haag was het de voorkeur geweest beide projecten gelijktijdig uit te voeren, maar door de stikstofproblematiek is dat niet meer haalbaar. Tegelijkertijd kan de vervanging van de huidige brug niet langer wachten, omdat die vóór 2030 aan het einde van haar technische levensduur is.
Draagvlak
In de brief van het college wordt gewaarschuwd dat het ontbreken van draagvlak uiteindelijk juist tot vertraging kan leiden door bezwaar- en beroepsprocedures. Ook stelt de gemeente dat de voordelen van een aquaduct voor leefomgeving en landschap nooit volledig zijn meegewogen. Toch houdt het ministerie vast aan de eerdere afweging en wijst het opnieuw een aanvullend onderzoek naar een aquaduct af.
Teleurstellend
De reactie is voor Dorpsvisie geen reden om het dossier te sluiten. Fractievoorzitter Frans van Krieken noemt het teleurstellend dat de minister niet met de gemeente in gesprek wil. Volgens hem is de afweging waarop het besluit is gebaseerd inmiddels verouderd. Hij wijst onder meer op de komst van de Omgevingswet, de groei van Brainport, de woningbouwopgave en gewijzigde bouw- en onderhoudskosten. ”Dat zijn geen details, maar wezenlijke veranderingen die een nieuwe afweging rechtvaardigen,” stelt hij. Dorpsvisie blijft daarom pleiten voor een actualisatie van de maatschappelijke kosten-batenanalyse en ziet nog voldoende aanleiding om zich niet neer te leggen bij het besluit. Ook wordt samen met de Stichting A58 Oirschot, aquaduct in het groen en andere politieke partijen gekeken welke vervolgstappen mogelijk zijn.
Realisme?
Het CDA kijkt realistischer naar de uitkomst. Fractievoorzitter Fons Peeters ziet de brief als de definitieve bevestiging dat de minister ”de deur naar een aquaduct binnen de huidige vervangingsopgave en verbreding naar 2x3 definitief dichtdoet”. Volgens hem resteert alleen bij een eventuele toekomstige verbreding naar 2x4 nog een kans op een aquaduct. ”Voor nu rest enkel in te zetten op een zo optimaal mogelijke inpassing.” Hoewel het CDA het besluit betreurt, geeft de brief volgens Peeters wel de duidelijkheid waar de gemeente aan toe is. Wethouder Paul van den Biggelaar is om een reactie gevraagd, maar kon vanwege vakantie niet reageren.
