Gastvrijheid was altijd het hoofdmotto bij Lian en Ad van de Wal van Hotel de Moriaan, horeca-ondernemers in hart en nieren.
Gastvrijheid was altijd het hoofdmotto bij Lian en Ad van de Wal van Hotel de Moriaan, horeca-ondernemers in hart en nieren. (Foto: Rens van Ginneken)

De Moriaan: een wereldwijd publiek

'Als je het goed aanpakt, is zo'n hotel prima te sturen'

Rens van Ginneken

Na een leven lang in de horeca en negentien jaar Hotel de Moriaan besloot het koppel Ad en Lian van de Wal het hotel te koop te zetten. Veel sneller dan verwacht was er een nieuwe eigenaar. Het echtpaar stopte op 30 juli.

Oirschot - Hotel de Moriaan had vanaf de start in 2001 een wereldwijd publiek. “Maar of ze nu uit de VS kwamen, uit Duitsland, of Italië: ik kon met iedereen overweg”, zo vertelt Lian van de Wal (61). “Mensen uit India, die hadden wel een andere cultuur. Ze kennen daar blijkbaar geen prullenbakken, want ze gooiden alles op de grond. Maar ze stelden het wel op prijs als we er op een nette manier iets van zeiden, want dan staken ze weer wat op van onze cultuur.”

Voor Ad (60) startte de horecacarrière al op 15-jarige leeftijd. “Bij De Zwaan in Oisterwijk, onder Cas Spijkers toen. Later werd ik chef-keuken bij de Zwaan, hier in Oirschot. In 1985 begonnen Lian en ik in café Oud Brabant. We maakten er een eetcafé van, wat in eerste instantie niet door alle klanten gewaardeerd werd. Tegelijkertijd runden we cateringbedrijf Brabant Culinair, waarmee we groepen tot duizend personen bedienden. Ik deed dan de catering, Lian het café”, vertelt de horecaman. “Een mooie tijd”, zegt Lian. “Jong en oud hadden samen plezier in Oud Brabant.”

Géén voetenbadje

In 2001 begon het echtpaar met Hotel de Moriaan, met tien kamers. Lian: “We hebben het altijd leuk gevonden. We ontvingen toeristen, maar onze klanten waren toch tachtig procent zakelijk. Als je het goed aanpakt, is het prima te sturen. De laatste jaren hadden we vaak zelfs wat tijd om ’s middags te gaan fietsen. In de ochtend was het een paar uurtjes poetsen, dat deden we vaak samen.” Ad lacht: “Het stofzuigen liet ik aan jou over, daar had ik een hekel aan.”

Lian runde het hotel voor een flink deel alleen, zeker in de jaren van 1999 tot 2010 toen Ad ook nog De Gelagkamer aan de Markt runde en vanaf 2016 toen er onder het hotel De Proefkamer bijkwam. Haar gouden hotelregels: “Hygiëne, gastvrijheid en je klanten kennen. En een kop koffie met een ‘voetenbadje’ kan natuurlijk echt niet.” Ad valt haar bij: “Het is ook ergernissen voorkomen. Als er iets kapot was, zorgde ik dat het direct gerepareerd werd. We hadden trouwens geluk met de inrichting destijds. Er is in twintig jaar bijna niets stuk gegaan.”

Hij vervolgt: “Het hotel liep gewoon goed. We kwamen crisissen altijd weer te boven. Er was ook geen directe reden om het hotel te verkopen. Maar we dachten dat de verkoop jaren kon duren en we wilden niet nog tot ons zeventigste door. Toen we het begin dit jaar te koop zetten was het binnen twee maanden verkocht aan Kragt Groep uit Eindhoven. Zij willen het gebouw geschikt maken voor ‘shortstay’, voor zes tot twaalf maanden.”

Wat ze nu gaan doen weten ze nog niet. Na al die drukke horecajaren mag het best wat rustiger. “We willen nog graag een paar dagen per week werken”, zegt Lian. “Maar de druk van een eigen zaak hoeft niet meer nu.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden