Als het aan Kees Smetsers ligt, sneuvelt er in zijn beschermingsgebied geen enkel kievitsei onder een landbouwmachine.
Als het aan Kees Smetsers ligt, sneuvelt er in zijn beschermingsgebied geen enkel kievitsei onder een landbouwmachine. (Foto: Rens van Ginneken)

‘De kievit vliegt hard achteruit’

'In de wei is anderhalve meter afstand niet moeilijk'

Rens van Ginneken

Al jaren zetten de gebroeders Kees en Henk Smetsers zich met passie in voor de weidevogels in een groot gebied. In de boeren vinden ze vaak een enthousiaste medestander. Het is ook hard nodig, want zo florissant staan de vogels in de wei er niet voor.

Oostelbeers - Nog maar net in het weiland van melkveehouder Gerrit Harbers ziet Kees Smetsers (73) de eerste kieviten al bewegen. "Ze zijn ontzettend waakzaam bij hun nesten. Let maar op: als we nog dichterbij komen, zullen ze een andere kant opvliegen om ons bij de nesten weg te lokken.” Zijn voorspelling komt uit: een paar tellen later vliegen er al enkele van die fraai gekuifde vogels op. "Dat doen ze ook als het nest belaagd wordt door natuurlijke vijanden, zoals de vos en de kraai”, zo weet Kees.

Noodklok geluid

Al jaren beschermen de broers de weidevogels tussen Westelbeers, Haghorst en Oostelbeers. Volgens Kees is dat ook hard nodig. "Veel weidevogels zoals de grutto en de wulp zijn hier al goeddeels verdwenen. Ook de kievit vliegt hard achteruit”, zo vertelt hij met gevoel voor dubbelzinnigheid. Vorig voorjaar wisten ze honderdtien kievitsnesten van een niet onwaarschijnlijke ondergang onder een landbouwmachine te redden. "Of we dat dit jaar ook halen is niet zeker. De teller staat nu op zo’n vijftig nestjes. Mogelijk hebben de kieviten dit jaar meer te duchten van vossen en kraaien dan in 2019”, aldus Kees. Het dreigt door de coronacrisis sowieso een donker jaar voor de weidevogels te worden. Brabants Landschap luidde vorige week al de noodklok over een gebrek aan weidevogelbeschermers, met mogelijk dramatische vogelsterfte in de weilanden.

Lopen als een kievit

Als het aan Kees Smetsers ligt gebeurt dat in ieder geval niet in 'zijn' gebied. Hij gaat in deze tijd bijna dagelijks de wei in. Hij toont een nestje. Met hun donkere kleur en spikkels zijn de eieren lastig te zien tussen de graspollen. "Daarom zetten we er voor de boer een flinke bamboestok bij, als we een nest vinden. Het zijn bijna altijd vier eitjes”, vertelt Kees. "Het is soms wel zwaar werk, zeker als het land drassig is. Dan ben ik na een paar uur keikapot hoor”, bekent de Middelbeerzenaar, die toch wel wat gewend is en ondanks zijn inmiddels respectabele leeftijd zelf ook nog loopt als een kievit.

Op de tractor

Wat heet: met zijn loopgroep de Bali Runners draait hij zijn hand niet om voor een marathon. Eén ding moet hem van het hart. "De boeren staan bij veel mensen in een kwaad daglicht. Maar mijn ervaring met de boeren is eigenlijk louter positief. Veel boeren houden toch van de natuur en werken al om de nestjes heen. En als wij ons melden krijgen we bijna altijd volop medewerking. Vaak mogen we zelfs mee op de tractor.”

Weglokspel

Op het weiland van Gerrit Harbers aan de Groenewoudsedijk zijn maar liefst zeven nestjes gemarkeerd. Harbers kan genieten van het weglokspel van de kieviten. "We zien de kieviten wel opvliegen als we over het land rijden, maar dan weten we nog maar ongeveer waar het nest ligt. Het ontbreekt ons vaak aan de kennis en de tijd om de bescherming goed op ons te nemen, maar ik ken eigenlijk geen boer die niet voor deze hulp open staat. We zijn echt blij met vrijwilligers zoals Kees en Henk. Angst voor corona lijkt me niet nodig: in de wei is het niet moeilijk om anderhalve meter afstand te houden”, zo lacht de boer.

www.brabantslandschap.nl/zelf-aan-de-slag/vrijwilligerswerk/weidevogelbescherming/

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden