Eduard Huisman, consul-beheerder van de Joodse begraafplaatsen onthult samen met burgemeester Judith Keijzers de vernieuwde poort.
Eduard Huisman, consul-beheerder van de Joodse begraafplaatsen onthult samen met burgemeester Judith Keijzers de vernieuwde poort. (Foto: Rens van Ginneken)

Poort Joodse begraafplaats weer tiptop

‘Het is een plek die het waard is om er eens bij stil te staan’

Rens van Ginneken

Dertig jaar geleden zorgde Rotaryclub Boxtel-Oirschot-Haaren voor een toegangspoort bij de Joodse begraafplaats aan de Kempenweg. Deze werd onlangs door de club in oude luister hersteld.

Oirschot - Hilla Poierrié haalt er ter illustratie een stukje van de poort bij, dat totaal vermolmd is en bijna in de hand verkruimelt. Haar echtgenoot René, medeoprichter van de plaatselijke Rotary, vertelt hoe het zo’n dertig jaar geleden begon. “De toegang tot de Joodse begraafplaats was destijds zeer verwaarloosd. Het zicht werd vooral gedomineerd door roestig prikkeldraad. Onwillekeurig maakte ik de vergelijking met de concentratiekampen. We besloten om er met de club wat van te maken, vooral uit piëteit met de overledenen. Eén van de leden heeft toen in zijn fabriek een fraaie poort gemaakt, met Joodse symbolen, zoals een Davidsster en de Stenen Tafelen. Maar na dertig jaar verkeerde hij dus in erg slechte staat en moest er dringend wat gebeuren.”

Historisch erfgoed

Rotary-voorzitter John Schalken vervolgt: “Wij zijn een club van mensen die in een gelukkige financiële positie verkeren. Een club die graag wat terugdoet voor de regio. Deze poort is ook zo’n project dat we direct wilden steunen. Vanwege de binding met ons verleden. Het is een concreet stuk historisch erfgoed, op een bijzondere plek: waard om er eens bij stil te staan. Inmiddels is de poort weer vakkundig hersteld bij Pine & Classics hier in Oirschot en vrijdag wordt zij weer terug geplaatst.”

De Joodse begraafplaats herinnert aan de inmiddels verdwenen Joodse gemeenschap in Oirschot. Deze zogenaamde Asjkenasische Joden maakten van 1809 tot 1940 deel uit van het dorp. De gemeenschap werd nooit groter dan zo’n dertig mensen. Tot 1912 was er nog een eigen synagoge in de Rijkesluisstraat. De begraafplaats was destijds buiten de dorpskern, op de heide. René Poierrié: “Daaruit kun je opmaken dat de Joden ook in Oirschot misschien niet volledig geaccepteerd waren. Oirschottenaren werden gewoon binnen het dorp begraven. Vaak zaten ze in de handel, omdat ze geen lid mochten worden van de gilden. Ze waren doorgaans bepaald niet vermogend. Er zijn negen grafstenen, maar er liggen waarschijnlijk zo’n zestig mensen begraven. De oudste steen is uit 1814, de laatste uit 1940. Overigens zijn de daarop vermeldde jaartallen in de Joodse jaartelling, die zo’n 3760 jaar voor onze christelijke telling begon. Het is onbekend waar de Joden na 1940 zijn gebleven.”

Hij besluit: “De Joodse begraafplaats is vrij toegankelijk, behalve op zaterdag: de sabbat is rustdag bij de Joden. Het dragen van een hoofddeksel op de begraafplaats wordt op prijs gesteld. Op zondag om 11.30 uur wordt de poort officieel in gebruik genomen, in aanwezigheid van Eduard Huisman, de consul-beheerder van Joodse begraafplaatsen in Nederland en met burgemeester Judith Keijzers. Een mooi toeval dat zij een Joodse voornaam draagt, toch?”

Meer berichten