De eerste vrouwelijke burgemeester

Mevrouw Truus Smulders met haar nieuwe Dafje in gezelschap van Huub en Wim van Doorne, directeuren van de Daf.
Mevrouw Truus Smulders met haar nieuwe Dafje in gezelschap van Huub en Wim van Doorne, directeuren van de Daf. (Foto: )

Door Jan Kuijpers

April 1945. Oirschot en de Beerzen waren al ruim 5 maanden bevrijd. Het gewone leven begon al een beetje op gang te komen al ging dat door gebrek aan de meest elementaire behoeftes, maar moeilijk. Bovendien worstelden de Beerzenaren ook nog met de enorme onzekerheid over het lot van hun geliefde burgemeester Jan Smulders.

Het hing als een donkere deken boven de euforie van de bevrijding. De oorlog was in het zuiden van Nederland dan wel afgelopen maar boven de grote rivieren en vooral ook in Duitsland woedde die nog in volle hevigheid. Er was totaal geen contact mogelijk met Jan Smulders. Over wat hij in Duitsland moest ondergaan kon men slechts gissen. Uit verhalen die los kwamen over de concentratiekampen in Duitsland wist men dat hij een mensonterend en verschrikkelijk lot moest ondergaan. En wat leefde de Beerse bevolking ontzettend mee met de familie met de vier nog jonge kinderen. Wat heeft dat medeleven zijn vrouw Truus goed gedaan zoals blijkt uit een mededeling, die zij maanden later aan alle inwoners toestuurde.

Truus Beliën is in 1902 aan de markt in Oirschot geboren. Zij werd onderwijzeres en is in 1966 gestorven. Haar karakter was uitermate kordaat en wilskrachtig. De ondergane ellende tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft haar enorm gevormd. Het is gewoon bewonderingswaardig hoe zij met dat verlies is omgegaan. En dat bleek ook wel toen zij alleen kwam te staan en dat er nu eenmaal verder geleefd moest worden. De Beerzen, die al vijf generaties lang door de familie Smulders als burgemeester werd bestuurd had recht op een nieuwe 'Smulders'. Dat was in ieder geval de opvatting van Truus. Als burgemeestersvrouw had zij al vele representatieve taken vervuld en kende al een beetje de bestuurscultuur. Soms bemoeide zij zich ermee en dan kreeg zij van Jan te horen: "Blijf jij maar bij je zuurkoolpot." Toen Jan Smulders niet meer kon functioneren werden de Beerzen bestuurd door de broer van Jan, die als waarnemer optrad. In 1946 solliciteerde Truus naar de functie van burgemeester van de Beerzen. "Dat doe ik omdat ik dit ambt open wil houden voor mijn zoon", liet zij bij haar sollicitatie weten. Het was op z'n minst een opmerkelijke sollicitatie. Nog nooit in Nederland had een vrouw op deze functie gesolliciteerd. Laat staan dat er iemand benoemd zou worden. De toenmalige Commissaris van de Koningin Jhr. Mr J.Th.M. Smits van Oyen erkende wel dat zij voldoende persoonlijkheid bezat en vond ook dat zij voldoende opgewassen was om leiding te geven aan het politiewerk. Echter hij vond dat zij onvoldoende administratief geschoold was. Want in kleine gemeentes (De Beerzen had toen 1800 inwoners) was een burgemeester tevens gemeentesecretaris. En de Commissaris gaf de voorkeur aan de toentertijd waarnemend burgemeester, dus aan de broer van Jan. De bevolking was het daar helemaal niet mee eens en de geestelijkheid deed een pleidooi richting de minister van Binnenlandse Zaken L.J.M. Beel. In een gesprek dat Beel met haar had was hij zeer onder de indruk van de persoonlijkheid van deze 'kordate vrouw'. Hij vond ook dat hij een morele schuld moest inlossen vanwege het overlijden van haar man. Door loskoppeling van het burgemeesterschap aan de functie van gemeentesecretaris werd dat probleem opgelost en werd zij op 16 april 1946 benoemd tot de eerste vrouwelijke burgemeester van Nederland. Al gauw kreeg zij nationale bekendheid. Koningin Juliana wilde per se bij haar troonsbestijging, toen zij in 1949 op kennismakingsreis was langs alle Nederlandse provincies, bij haar de traditionele Brabantse koffietafel gebruiken. En de Commissaris van de Koningin Jan de Quay was vol lof over haar toen ze voor de tweede keer werd herbenoemd in 1958. Zij was inderdaad anders dan andere burgemeesters. De inwoners van de Beerzen waren haar zeer toegenegen. Zelfs zo zeer dat zij voor dikwijls kleine persoonlijke belangetjes bij hogere instanties ging vechten om dat toegewezen te krijgen. Door die gedrevenheid was zij zeer geliefd bij de Beerse bevolking. Zelfs zo sterk dat de Beerse bevolking hun waardering bij haar koperen ambtsjubileum lieten blijken door haar een volautomatisch Dafje cadeau te doen. Zij kreeg de tweede, die van de band rolde. Deze losse stijl van besturen ging haar uiteindelijk parten spelen. En dat kwam naar buiten toen zij erachter kwam dat het Verbond van Naturisten via een makelaar een stuk gemeentegrond had gekocht om daarop een recreatiekamp voor naturisten te vestigen. Zij richtte zich per brief tot de inwoners van de Beerzen waarin zij haar grote verontwaardiging hierover uitsprak. In de pers liet zij weten dat de inwoners van de Beerzen dat niet over hun kant zouden laten gaan en desnoods de boel in brand zouden gaan steken. Het speet haar zelfs dat ze het zelf niet kon doen. Deze uitspraak baarde nogal opzien. Doordat er nieuwe groeperingen en nieuwe gemeenteraadsleden in de raad werden gekozen kwam haar ongebonden en persoonlijk toewijzingsbeleid ten aanzien van bouwvergunningen en andere zaken steeds meer onder kritiek te staan. Zij kon hier moeilijk mee omgaan. Ze trok zich deze ontwikkelingen zozeer aan dat ze nog slechts onder supervisie van een zenuwarts verder kon functioneren.

Meer berichten