Het bidprentje van het overlijden van Jan Smulders.
Het bidprentje van het overlijden van Jan Smulders. (Foto: )

Jan Smulders in beeld

Door Jan Kuijpers

In het eerste deel van het verhaal van Burgemeester Jan Smulders van Oost- West- en Middelbeers, dat onlangs in het Weekjournaal is verschenen ging over zijn laatste uren thuis en zijn vertrek naar Vught, waar ze hem na verhoor in huize Roucouleur met een taxi brachten naar het concentratiekamp Vught.

Dit in 1943 gebouwde kamp werd geleid door Duitse en Nederlandse SS'ers. In dit kamp zaten allerlei gevangenen: illegale werkers, weigeraars voor de Arbeitseinsatz, mensen die naar de Engelse zenders hadden geluisterd, clandestiene slachters, mensen die onderduikers hadden geholpen, etc. Het was toegestaan om wekelijks voedselpakketten van maximaal 3 kg van thuis te ontvangen. Deze voedselpakketten werden ook gebruikt als strafmaatregel. Dan werden de pakketten achtergehouden en werd er honger geleden. Echter vergeleken met het regime in Duitse concentratiekampen werd dit omschreven als 'de hemel op aarde'.

In het centrum van 'kamp Vught' was een apart gedeelte afgesloten met prikkeldraad en wachttorens. Speciaal bestemd voor de zware gevallen. 'Lager Scheveningen' genoemd. Daarin werd Jan Smulders ondergebracht. Hij kreeg een kampnummer (10933) en 'Schutzhaft tot einde oorlog'. Schutzhaft wordt door de Gestapo opgelegd aan personen die door hun gedrag het bestaan en de veiligheid van volk en staat in gevaar zouden kunnen brengen. Vanaf dat moment mocht hij geen contact meer hebben met zijn familie.

Frans Beliën, die Jan op 6 juli had begeleid naar Vught, had als familielid veel contact met de vrouw van Jan: Truus Smulders Beliën. Om contact met Jan te kunnen krijgen kwam Frans op het idee om toestemming te vragen aan de kampcommandant om met Jan Smulders een belangrijk deel van de gemeentebegroting van de Beerzen in Kamp Vucht te mogen doornemen. Jan was de enige die op de hoogte was van de begroting, vertelde hij de kampcommandant. Het mocht. Met de gemeentebegroting onder zijn arm stapte Frans kamp Vught binnen en onder toezicht van een Nederlandse SD'er vertelde hij de problemen waar de gemeente mee zat. Dat deed hij door de paginanummers te noemen van de begroting waar de problemen stonden. Echter op die bewuste pagina's lagen briefjes van Truus met de nodige vragen en op die briefjes schreef Jan dan zijn reactie. Deze actie was het laatste contact dat de familie met Jan heeft gehad.

Op Dolle Dinsdag 5 september 1944 kwamen er berichten dat Nederland snel bevrijd zou worden. Door deze berichten ontstond er paniek in Kamp Vucht. Met als gevolg dat sommige gevangenen naar huis werden gestuurd. Anderen werden zo maar door een vuurpeloton doodgeschoten. En de overgebleven gevangenen werden naar het treinstation in Vught gebracht. Daar stonden veewagons klaar en met 80 personen in een wagon werden ze naar Duitsland naar Oraniënburg gebracht. Ook Jan Smulders zat in een van deze wagons. Er lag in de wagon eten en drinken en een paar matrassen. De reis duurde drie dagen en drie nachten. Toen ze aankwamen moesten ze naar het concentratiekamp Sachsenhausen lopen.

Aangekomen in Sachsenhausen werd Jan ingedeeld bij de groep politieke gevangen. Alles wat hij bij zich had moest hij inleveren en zich vervolgens uitkleden. Daarna werd hij in een kamertje helemaal geschoren en gecontroleerd op luizen. Hij moest vervolgens een douche nemen en kreeg gestreepte gevangeniskleren met een rode driehoek erop en de letter N (Nederland). Van 03.00 tot 18.00 uur waren de gevangenen in touw. Tot 21.00 uur waren ze dan vrij. Daarna moesten ze slapen. Het eten was slecht en weinig. Regelmatig werden gevangenen geëxecuteerd. Het waarom werd nooit duidelijk gemaakt. En dat gebeurde meestal op zondagmiddag op de appèlplaats en alle gevangenen moesten dat aanschouwen.

In januari 1945 kwamen de Russen steeds dichterbij en werd besloten het kamp te verhuizen naar concentratiekamp Buchenwald. Wederom moest Jan te voet naar het station van Oraniënburg en werd daar ingeladen in een oude veewagon. Zonder matras en zonder eten en drinken heeft hij twee dagen en twee nachten in de wagon gezeten. Het kamp was overvol. Want de Duitsers waren bezig alle concentratiekampen te evacueren naar Buchenwald en Dachau. Na controle op besmettelijke ziektes kwam Jan in het grote kamp terecht. Daar ontmoette hij zijn collega-burgemeesters uit Brabant. Zij lagen zoveel mogelijk op bed om energie te sparen. De hoop op een goede afloop nam toe. De Amerikanen kwamen steeds dichterbij. Op 25 maart waren de kanonnen al hoorbaar. Regelmatig was er luchtalarm. Het doel van de gevangenen was om in leven te blijven totdat de Amerikanen hen zouden komen bevrijden. Maar toen kwamen de SS'ers met knuppels binnen en dreven ze naar buiten. Opnieuw vertrokken ze met de trein. Nu naar Tachov en dan verder te voet naar Flossenbürg. In Flossenbürg zijn ze maar kort geweest. Want ook daar moesten ze weer vertrekken, de Amerikanen naderden gestaag. Op 20 april tijdens de nachtelijke tocht richting Dachau kon burgemeester Jan Smulders niet meer verder, stortte neer en werd doodgeschoten.

Meer berichten