Jan Smulders in beeld

Foto:

Door Jan Kuijpers

Deel 1: Zijn laatste uren in De Beerzen

Jan Smulders kwam uit een echt burgemeestersgezin. Als je zijn stamboom bekijkt van de laatste twee en een halve eeuw dan staan daar verschillende burgemeesterszonen op. Ze waren burgemeester van typisch Brabantse dorpen als Someren, Vessem en Oost- West- en Middelbeers.

OIRSCHOT - Wil je goed burgemeester zijn dan moet je vooral dienend zijn voor de dorpsbevolking, waar je leiding aan moet geven. In oorlogstijd komt die dienende functie onder zware druk te staan. Want dan heb je maar te doen wat de bezetter je opdraagt. Veel burgemeesters kwamen in gewetensnood toen zij in 1944 mensen moesten aanwijzen voor de 'Arbeitseinsatz'. Dorpelingen waar je dagelijks mee omgaat aanwijzen om voor de bezetter te werken is een onmogelijke opgave. Waar die mensen heen gingen en hoe lang ze weg bleven was volkomen onzeker. Verschillende burgemeesters weigerden dat en doken onder. Maar er waren ook burgemeesters, die weigerden, en toch op hun post bleven. Zij kregen een telegram en moesten zich op 6 juli om 9 uur 's-morgens melden in 'Haus Roucouleur' in Vucht. Ook dus Jan Smulders.

Jan Smulders' laatste dag op Beerse grond

In het boek 'De Beerzen in Oorlogstijd 1940-1945', uitgegeven in 1994 en geschreven door Tienus Deenen – Aloys Kamp – Frank Stalpers wordt uitgebreid ingegaan op de burgemeestersfamilie Smulders en in het bijzonder op Jan Smulders. Jan Smulders weigerde dus, ook na herhaald verzoek, om mensen te leveren voor de 'Arbeitseinsatz'. Hij kreeg op 5 juli 1944 een telegram om zich op 6 juli in Vught te melden. Zijn vrouw Truus steunt haar man om geen mensen te leveren maar raadt hem af naar Vught te gaan. "Is het niet beter om onder te duiken en niet naar Vught te gaan. Je moest maar niet gaan", beklemtoonde Truus nog eens extra. "Ach kom", sust Jan, "ze kunnen mij hoogstens ontslaan en mij naar Zeeland sturen. Ik ben echt niet de enige burgemeester, die morgen op het matje moet komen. Verschillende burgemeesters hebben ook dezelfde telegram gekregen". "Dat kan wel zijn", zei Truus, "maar je moet er niet op rekenen dat je daar een rechtvaardige behandeling krijgt." Na het eten stak Jan een sigaar op en schonk een borreltje in. Bij het naar bed gaan zie Jan bij wijze van grap: "Denk eraan dat ze van mijn sigaren en borreltje afblijven als ik weg ben."

De volgende morgen toen hij ontbeten had gaf hij zijn vrouw een kus en sprong op zijn fiets. Hij draaide zich bij het poortje nog even om, kuste zijn vrouw nogmaals en weg was hij. Het was het laatste contact dat Truus met Jan heeft gehad. Samen met Frans Beliën, die met hem meeging, fietste hij naar Best en stapte daar op de trein. Frans Beliën doet verslag: "In de trein ontmoetten we meerdere burgemeesters. De stemming was argeloos en niemand had iets bij zich. Alleen Jan had een tas bij zich met daarin een handdoek, een stukje zeep en een tandenborstel. Burgemeester Manders uit Leende had zijn fiets meegenomen, want als hij in Vught klaar was zou hij naar familie in Udenhout gaan. Hij dacht dat hij zomaar terug zou kunnen gaan. "Ja waarom niet!?", antwoordde hij. Ik zei nog tegen hem dat hij op z'n minst naar Zeeland zou worden gestuurd. Daar werd nogal laconiek over gedaan. "Als dat zo is dan heb je hier alvast de sleutels van mijn huis, het gemeentehuis en van mijn fiets," zei hij en overhandigde mij de sleutels. Toen we in Roucouleur aankwamen werd ik meteen naar buiten gestuurd en bleef wachten bij een boom vlak bij de villa. Na enige tijd kwam burgemeester Steger van Oirschot naar buiten. Ik loop naar hem toe maar hij draait zich om en loopt snel een andere richting uit. Ik loop dwars door het perkje, snijdt hem de weg af en vraag; "Mijnheer Steger ik wil weten wat daar binnen gebeurt. Hij geeft wat ontwijkende antwoorden zoals: 'ik was al klaar en ben gegaan. De rest komt zo. Het ging over Zeeland, over mensen over Zeeland."

Waarom mocht Steger vertrekken?

In het boek 'De Beerzen in Oorlogstijd 1940-1945' wordt het volgende daarover geschreven. Het is niet geheel duidelijk (zoals wel wordt gesuggereerd) of Steger alsnog toezegging heeft gedaan aan de Duitsers dat hij mensen zal aanwijzen voor Zeeland. En dat de andere burgemeesters dat hebben geweigerd. Ook is er sprake dat Steger wellicht zijn verhaal dat hij niemand kon aanwijzen overtuigender heeft gebracht dan de andere burgemeesters. In ieder geval mocht hij naar huis en kreeg drie dagen uitstel om alsnog mensen aan te wijzen. Toen hij echter merkte dat zijn collega's niet terugkeerden dook hij onder. De overige burgemeesters werden één voor één verhoord en hen werd gevraagd naar de lijsten met namen voor Zeeland. Die hadden ze uiteraard niet en werden gearresteerd. Enige tijd na het vertrek van Steger kwamen twee auto's van de S.D. het park binnen rijden. De zes burgemeesters werden ingeladen en reden weg. Zij werden gebracht naar het concentratiekamp Vught.

Volgende week deel 2: De verschrikkingen, die Jan Smulders heeft moeten doorstaan tot aan zijn dood op 20 april 1945. Meer over burgemeester Steger ga naar www.oirschotsheem/interviews nummer 20 burgemeester Steger.

Meer berichten