Op 27 mei 1945 was er een reünie van alle evacués, die in september/oktober 1944 op de boerderij van Driek Spanjers waren ondergebracht. In het midden Driek en zijn vrouw.
Op 27 mei 1945 was er een reünie van alle evacués, die in september/oktober 1944 op de boerderij van Driek Spanjers waren ondergebracht. In het midden Driek en zijn vrouw. (Foto: )

Het leven op het 'Legend'

Door Jan Kuijpers

Evacuatieadres in beeld

Luus van Hout was 15 jaar toen zij in 1944 woonde op een boerderij op het Laagend in Oirschot. Mijn ouders waren op zoek naar onderdak omdat zij uit het centrum van Oirschot geëvacueerd moesten worden. Zij vroegen om onderdak bij de boerderij van Luus.

OIRSCHOT - Luus, inmiddels 89, vertelt: "Ik zie jouw vader en moeder nog binnenkomen die avond met drie kleine kinderen. Helemaal te voet vanuit het dorp en ze vroegen om onderdak. Ze hadden niet veel bij hun. Wat kleren, beddengoed en wat eten voor de eerste dag. Het was al donker. Ons vader had ze graag binnengelaten, maar we zaten helemaal vol. Probeer het eens bij Driek Spanjers, de buurman, die amper vijftig meter verder woont. Want hij heeft een veel grotere boerderij. Als het daar niet lukt dan kom maar terug, dan kijken we of er nog ergens een plekske te vinden is voor jullie."

Ruim zeventig mensen op de boerderij

De boerderij was eigendom van de familie de Vocht, die twee huizen naast toentertijd Kuijpers van Den Heuvel woonde in de Rijkesluisstraat. Zij claimden de twee goei kamers van de boerderij. Eén om er te slapen en één om er te vertoeven. Op een gegeven moment zaten er ruim 70 mensen op die boerderij. Ook mensen uit Best, die moesten vluchten omdat zij in de vuurlinie lagen van de operatie 'Market Garden' . "Ondanks de oorlog was het voor ons, als jonge meiden, toch wel een leuke tijd. Zoveel volk. Vijfentwintig mensen zaten bij ons. Bij ome Janus, de buurman, zaten zeventig mensen en bij Driek Spanjers ook zo'n zeventig. Het deed onze naam 'De Gaasten' eer aan. Ik zie ze nog komen. Er was zelfs een oude vrouw op een kar uit Best bij, die al bediend was en ieder moment kon sterven."

Het naar de WC gaan

"Het naar de wc gaan was een belevenis op zich. De familie De Vocht ging niet naar de plee. Die deden hun behoeftes gewoon in het veld. En dan kwam Frans de Vocht, de enige man die bij die familie hoorde, met een schop achter hun aan om hun behoeftes onder de grond te spitten. De rest van de evacués maakte gebruik van de plee. Een groot gat in de grond met daarop een houten kist met een groot gat erin en daarop een deksel. In de voordeur was een hartje gezaagd om te zien of de plee bezet was. Het stonk daar ontzettend."

Eten koken

"De hele dag waren ze aan het koken. We hadden een plattebuiskachel waarin hout werd gestookt. En om beurten werd er gegeten. Er was voedsel genoeg. Wel beperkte het zich tot aardappels, groenten en fruit. Er was niks meer te koop. Maar er was ook geen honger. En er was volop melk. Want de koeien stonden gewoon in de wei. Van die melk karnden we boter. Ook moesten we regelmatig noodslachtingen doen. Als er weer eens een koe dood ging of getroffen werd door een granaatscherf. Want die beesten stonden altijd buiten. Waar normaal de koeien in de winter binnen stonden sliepen nu de evacués. Ze sliepen in de voederbakken. Voor iedereen gold hetzelfde. Sommigen sliepen zelfs naast de varkens."

Er was geen elektriciteit

"We waren heel zuinig op de lucifers die we hadden, want er was geen elektriciteit. Die kregen we pas in de vijftiger jaren. Dus ruim na de oorlog. We hadden petroleum-lampen. En als de petroleum op was dan kon je, volgens de Duitser, ook benzine gebruiken met daarin wat zout. En dat klopte. Niet iedere Duitser was slecht. Wel kwam er eens een 'Feldwebel', een Duitse sergeant, binnen en groette mijn vader met 'Heil Hitler'. Hij vroeg om een schop. En mijn vader zei dat hij die niet kreeg. En toen vertrok hij weer. Mijn vader stond er gewoon van te kijken dat hij dat durfde te zeggen en dat de Feldwebel zonder iets te zeggen weer vertrok."

De Duitser vertrok

"Mijn vader voelde wel dat het niet lang meer zou duren of de Duitser zou gaan vertrekken. Wij sliepen altijd met onze kleren aan en vlak bij de kachel. Want als er iets zou gebeuren dan hadden we geen tijd om ons aan te kleden. We sliepen onder een zak gevuld met kaf van het koren over ons heen voor de warmte. Wekenlang hielden we dezelfde kleren aan. En wassen konden we ons ook niet, want we hadden geen zeep. Iedereen had luizen en schurft. Toen we na de bevrijding weer na de Stratense School gingen moesten we eerst ontluisd worden en bijna alle kinderen hadden tbc. Gewoon door gebrek aan medische zorg en ondervoeding door veel te eenzijdig voedsel."

Meer en uitgebreidere verhalen over de oorlog zijn te lezen op de website: 'Oirschots Heem.nl'

Kijk voor het programma rondom de bevrijding in Oirschot op www.oirschot.nl/75jaarvrijheid

Meer berichten