Op reis naar hun evacuatieadres. Harrie Kuijpers, Moeder van Esch, Bertje Verstegen, Sjef van Esch, Joanna van Esch, Antoon van Esch, Piet den Ouden, Bertha van Esch, Harrie van Esch, Marietje van Esch en Frans de Vocht.
Op reis naar hun evacuatieadres. Harrie Kuijpers, Moeder van Esch, Bertje Verstegen, Sjef van Esch, Joanna van Esch, Antoon van Esch, Piet den Ouden, Bertha van Esch, Harrie van Esch, Marietje van Esch en Frans de Vocht. (Foto: )

De evacuatieperiode in 1944

Door Jan Kuijpers

September in Oirschot en de Beerzen

Door de snelle opmars stonden de geallieerden in september 1944 al aan de zuidkant van het Wilhelminakanaal. De Beerzen en de inwoners van de hei waren al bevrijd.

DE BEERZEN - Alle bruggen over het Wilhelminakanaal waren opgeblazen. Het contact tussen het dorp en de overkant van het kanaal was onmogelijk. Beide zijden van het kanaal stonden onder zwaar vuur. Bekend is dat iemand naar z'n meisje wilde zwemmen, die aan de overkant woonde. Hij nam het risico. Een vuursalvo volgde en hij heeft het met de dood moeten bekopen. De bezetter kwam met het bevel dat alle inwoners in het centrum van het dorp geëvacueerd moesten worden tot minimaal 4 kilometer vanuit het centrum. Het was een heftig moment. Wij moesten ons huis uit. Ik begreep maar amper wat er ging gebeuren. Maar aan de houding van mijn ouders begreep ik dat de spanning behoorlijk was. In die tijd huis en haard onbeheerd achterlaten, waar de Duitser, die aan de verliezende hand was en steeds meedogenlozer werd, alles uit kon jatten, was niet niks.

Naar het Laageind

We gingen te voet op pad. Op zoek naar een adres waar we onderdak zouden kunnen vinden. Het vinden van een adres was niet zo moeilijk. De mensen hadden in die spannende tijd veel voor elkaar over. Het lukte mijn ouders op het Laagend bij Driek Spanjers onderdak te vinden. Daar waren veel buurtgenoten, die ook diezelfde kant zijn opgegaan. Dus wij waren niet alleen. De volgende dag gingen de ouderen weer terug om zoveel mogelijk spulletjes te halen. Ook uit Best waren er veel evacués. Want Best lag midden in de vuurlinie van de Operatie Market Garden. Het was gelukkig nog goed weer. Het vee liep nog buiten. De herfst begon pas. Want anders zouden we niet met zeventig mensen op die boerderij kunnen verblijven. We sliepen namelijk in de voederbakken van het vee. Groot genoeg om daar tientallen kinderen in te laten slapen.

Bommenwerpers

We voelden allemaal dat de oorlog niet lang meer zou duren. Dat merkten we aan die gigantische hoeveelheid bommenwerpers die regelmatig overvlogen. En veel bommenwerpers hadden aan een kabel een glider bevestigd, zijnde een vliegtuig zonder motor. Deze vliegtuigen waren volgeladen met bommen, die ze in Duitsland dropten. Uren later kwamen ze weer terug. We vlogen dan naar buiten en zwaaiden met onze zakdoeken naar al die honderden vliegtuigen. Het was een geweldig gezicht en iedereen was enthousiast en opgelucht. Hoelang nog? Soms gebeurde het weleens dat zo'n vliegtuig uit de lucht werd geschoten. En kwam de bemanning aan een parachute naar beneden en stortte het vliegtuig ergens neer. Of erger, het vliegtuig stortte met bemanning en al neer.

Door de vuurlinie

Als een vliegtuig neerstortte, dan gingen de oudere geëvacueerde mannen op zoek naar de bemanning en dan kon het gebeuren dat een paar dagen later een boerenkar opgetuigd werd met drie meter hoog stro, waaronder de bemanning ging liggen. Omdat mijn vader perfect Duits sprak (hij was drie jaar in Duitsland werkzaam geweest om het vak van textielhandelaar te leren), ging hij altijd mee, soms weleens gekleed als boerenknecht. Als ze onderweg eventueel soldaten tegenkwamen, dan zette hij in perfect Duits dikwijls een grote mond op tegen die Duitse soldaten en daar schrokken ze van en konden ze dikwijls gewoon doorlopen. Want ook zij barstten van de schrik. Het waren dikwijls mannekes van amper 20 jaar, die vol angst zaten. Achteraf en na de oorlog, toen mijn vader dit ons vertelde, kon hij maar niet begrijpen dat hij zoveel moed heeft gehad om dit te doen. En was er iemand gewond geraakt, dan moest dat bemanningslid zo snel mogelijk naar St. Joris worden gebracht om verzorgd te worden en dat ging ook met de nodige risico's gepaard. Maar in oorlogstijd en zeker omdat het einde van de oorlog nabij was, durfden de mensen ontzaglijk veel.

Fijne momenten

Maar het meest prettige moment was toch wel, toen ik vlak na de bevrijding als klein manneke langs het zandpad werd gezet (nu is dat de Termeidensteeg) om naar sigaretten en chocolade te vragen. Want over die paden liepen honderden zwaar bepakte geallieerden soldaten om iedere boerderij, stal of hooimijt te onderzoeken of daar eventueel nog ondergedoken en achtergebleven Duitsers zaten. Vriendelijk waren ze niet, want de angst en de vermoeidheid kon je van hun gezichten aflezen. Maar royaal waren ze wel. Dikwijls kreeg ik halve pakjes sigaretten en repen chocolade in mijn hand gedrukt. Je wist niet wat je proefde zo lekker was chocolade. Want in oorlogstijd was chocolade nergens te krijgen.

Kijk op www.oirschot.nl/75jaarvrijheid voor het gehele programma rondom 75 jaar vrijheid.

Meer berichten