Column Rens

Vakantiegeld

Foto:

Wat wordt het dit jaar: vliegen naar Thailand, een paar weken Toscaans resort, of het safariarrangement in Kenia? Voor veel families is het al zo'n beetje standaard om naast zo'n zomervakantie ook nog een weekje wintersport mee te pakken en een paar leuke citytrips daar nog bovenop. De generatie ouders van nu had als stedentrip vroeger dan een keertje Maastricht met de Tienertoer, nu nemen ze het gezin net zo gemakkelijk mee voor wat daagjes Big Apple of een opgerekt weekend Sint Petersburg. Een collegaatje van mijn vriendin gaat drie weken met het hele gezin naar Japan. Heel leuk en educatief, en met de zwaar gesubsidieerde vliegkilometers ook best bereikbaar tegenwoordig.

Het lijkt gemeengoed geworden, maar we zien wel opvallend schrille contrasten. Volgens de Vakantiegeld Enquête van het Nibud gaat een kwart van de Nederlanders helemaal niet op vakantie, voor het grootste deel noodgedwongen. Ze besteden hun vakantiegeld aan het het afbetalen van een schuld bijvoorbeeld. Zij zetten maar een zwembadje op in de tuin en zijn afhankelijk van gemeentelijke kortingsbonnen voor het zwembad. Voor een deel van de kinderen is een vliegvakantie even onbereikbaar als Chantal Janzen voor Terror Jaap.

Er is nog nooit iemand doodgegaan van niet op vakantie kunnen natuurlijk. Mijn ouders gingen, net als veel van hun generatiegenoten, nooit op vakantie. In het tienkoppige gezin waaruit mijn vader stamt, was het gebruikelijk dat op de eerste dag van de zomerse 'vakantie' er een vrachtwagen van Hero kwam voorrijden, met een enorme lading uitjes. Ten behoeve van de conservenindustrie zat dan het hele gezin wekenlang te pellen. Een krap budget was in de jaren vijftig nog zo ongeveer de norm in het Brabantse. Maar nu zie je de verschillen vooral in de schoolklassen goed zichtbaar terug. Het ene kind heeft drie vliegvakanties per jaar en houdt een spreekbeurt over zijn reis naar de Golden Gate Bridge en de Grand Canyon, terwijl het kind één bankje verder daar de kinderboerderij om de hoek tegenover kan stellen. De tweedeling is zichtbaarder dan ooit in het welvarende koninkrijkje van Shell en Unilever aan de Noordzee.

Meer berichten