Ook op de Oirschotse weekmarkt is Gerrie Bogers al vele decennia thuis.
Ook op de Oirschotse weekmarkt is Gerrie Bogers al vele decennia thuis. (Foto: )

Gerrie kan nog járen mee op de markt

Rens van Ginneken

Gerrie Bogers: al 65 jaar in het vak

De discussie over de pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar is niet aan Gerrie Bogers-Jansen besteed. Met haar 90 levensjaren piekert ze er nog lang niet over om te stoppen met haar werk als marktkoopvrouw.

Oirschot - Dinsdag rond half tien is het nog ijzig koud op de Oirschotse weekmarkt. Het vriest slechts een paar graden maar de snijdende wind is van de 'Siberië light' categorie. In de kraam van haar zoon Hans is Gerrie al volop in de weer. Vrijwel iedereen op het karakteristieke marktplein lijkt haar te kennen en groet. Ze maakt een praatje met marktmeester Ad van Gestel. "Een goei menneke", vindt ze van de toch ook al 60-jarige Van Gestel. Ze draagt een flinke sjaal en wollen muts, geen handschoenen. "Wij marktkooplui mogen bij het gemeentehuis binnen naar het toilet, maar mezelf daar gaan warmen doe ik nooit. Als je steeds naar binnen en weer naar buiten loopt, krijg je het alleen maar kouder. Je kan beter aan de gang blijven. Na al die jaren op de markt deert de kou me sowieso niet meer."

Rooie kop

Ze oogt levendig en beweegt nog kwiek. En: ze werkt met vier markten per week nog bijna fulltime. Je zou haar zo twintig jaar minder geven, maar ze is toch echt al negentig. "Op de Oirschotse weekmarkt komen we al 46 jaar. Toen was het nog tweewekelijks. Aanvankelijk kwam onze zoon hier nog op zijn Zündapp brommer vanuit Eindhoven. Mijn man overleed veertien jaar geleden en nu doet onze zoon Hans het samen met mij en met zijn dochter Kim. Ik had al gelijk gezien dat ze een goeie was voor de markt", onthult Gerrie.

"Ik ben op mijn vijfentwintigste begonnen, omdat de hele familie van mijn man in het marktwezen zat. In het begin ging ik niet graag hoor. Ik moest echt wennen: als mijn man dan roepend de waren in de kraam aanprees, stond ik daar met een rooie kop", zo lacht ze. "We hebben het halve land afgereisd, van Eindhoven tot Zaandam. In de Amsterdamse Jordaan hebben we lang gestaan. Een Amsterdammer is toch wel anders dan een Brabander hoor. Die gaat veel sneller tot de koop over. Hier moeten ze eerst nog eens voelen, proberen, dan lopen ze weg en komen vervolgens toch weer terug om het te kopen. In het begin gingen we altijd naar Italië om onze kleding zelf in te kopen."

Flesje wijn

Voor een werkgever zou Gerrie een gouden kracht zijn. Ze klaagt nooit als ze al om kwart over zes 's morgens door haar zoon wordt opgehaald en op vakantie hoeft ze ook nooit. "Daar was mijn man geen liefhebber van. We hebben altijd in de paarden gezeten, dan kan je ook niet zomaar weg. Kasten vol met bekers had mijn man, van de concoursen. Eenspan, tweespan, tandem: noem maar op. Een tijdje terug heb ik alles weggedaan, wat moet je er nog mee?", constateert ze nuchter.

In Oirschot komt ze nog steeds graag. "Het is een mooi dorp hier, met fijne, degelijke mensen. We hebben hier veel vaste klanten. Er is een hele lieve mevrouw bij, die weleens bonbons of een flesje wijn voor me meebrengt. We hebben hier aan de Markt nog bijna het pand gekocht waarin nu Blokker zit. Dat stond te koop voor 25 duizend gulden. Nu lach je om zo'n bedrag, maar toen waren we bang dat we nooit meer uit de schulden zouden komen", aldus Gerrie.

Meer berichten