Logo oirschotsweekjournaal.nl


Ásdís moest in augustus haar ruin Sleipnir achterlaten in Oirschot. Inmiddels traint ze met haar andere paard: Keisara frá. Op 17 maart doet ze mee aan Ice Horse Eindhoven.
Ásdís moest in augustus haar ruin Sleipnir achterlaten in Oirschot. Inmiddels traint ze met haar andere paard: Keisara frá. Op 17 maart doet ze mee aan Ice Horse Eindhoven. (Foto: Rens van Ginneken)

Ásdís liet Sleipnir achter

De in IJsland wonende Ásdís Brynja Jònsdòttir (18) zag een droom uitkomen toen ze in augustus in Oirschot mee mocht doen aan het WK IJslandse Paarden. Er was echter ook een keerzijde: haar ruin Sleipnir mocht vanwege de strenge invoerregels voor paarden niet met haar mee terug naar IJsland. Het afscheid was verdrietig, maar inmiddels heeft Ásdís weer een nieuw paard waarmee ze fanatiek traint.

Oirschot/Vatnsdal - Toen we Ásdís in augustus spraken tijdens het WK IJslandse Paarden in Oirschot, was het voor haar duidelijk even slikken toen ze vertelde dat Sleipnir, het IJslandse paard waarmee ze zolang had getraind, na het WK niet met haar naar IJsland terug mocht. "Het gaat nu goed met mij hoor", vertelt ze vanuit haar studentenflat in Akureyri, waar ze het gymnasium volgt. Ze vervolgt: "Ik vond het erg verdrietig om Sleipnir achter te laten. Het is een superleuke pony en het was raar om samen naar zo'n grote wedstrijd te gaan en daarna afscheid te moeten nemen. Ik had wel wisselende emoties daarover. Ik begrijp de strenge invoerregels wel. Dat komt omdat hier in IJsland niet alle paardenziektes bestaan die ze in Europa hebben. Onze paarden zijn daar dus veel gevoeliger voor. Soms denk ik weleens: het zou fijn zijn om Sleipnir nog te hebben, maar ik ben blij dat hij weer een goed thuis heeft waar er goed voor hem gezorgd wordt. Een kennis van ons heeft hem vanuit Nederland verkocht naar Zweden, waar een jong meisje nu de geluksvogel is die op hem mag rijden."

Speciale paarden

Ásdís rijdt al sinds haar peutertijd op IJslandse paarden. "Wat ik speciaal van de IJslandse paarden vind, is dat ze alles voor je doen. Thuis hebben wij niet alleen wedstrijdpaarden maar ook paarden voor het werk. Wij hebben een boerderij met 650 schapen en rond de vijftig paarden. De paarden gebruiken wij ook als we de schapen uit de bergen halen, in onze gemeente wel twintig duizend, dus er is altijd genoeg te doen. Wat natuurlijk ook speciaal aan de IJslandse paarden is: de twee extra gangen, tölt en telgang." Het WK in Oirschot was voor Ásdís een mooie ervaring: "Ik kwam uit voor Nederland, omdat ik een dubbele nationaliteit heb. Ik heb heel veel geleerd van deze grote wedstrijd, waar Sleipnir in de IJslandse stallen in quarantaine moest blijven. Om op de wedstrijdbaan te rijden was ook een grote ervaring. De banen in Nederland zijn wat anders dan in IJsland en het opwarmen voor de proef was ook anders dan ik thuis gewend ben. Die wedstrijdervaring neem je mee naar de toekomst om beter te worden." Haar deelname aan het WK heeft bij haar eigen rijvereniging blijkbaar indruk gemaakt. Ze lacht: "Bij mijn vereniging 'Neisti' ben ik zelfs uitgeroepen tot 'Ruiter van het Jaar'.

Hippische carrière

Ondertussen ging Ásdís' leven en ook haar hippische carrière verder. Ze onthult: "Ik had al voor we Sleipnir gekocht hadden een ander paard thuis, Keisari frá die mijn wedstrijdpony is. Daar rijd ik nu het meeste op en het plan is om verder met hem te trainen. Natuurlijk ga ik met hem ook wedstrijden doen komend jaar. Bij ons in het buurt hebben wij elk jaar een van de grootste paardenwedstrijden op ijs, op het meer Svínavatn. Dan in de zomer is er nog de Landsmót wedstrijd in Reykjavík, het plan is om daar ook mee te doen, en dan in ieder geval nog de IJslandse Kampioenschappen. Ik wil wel proberen om weer voor Nederland te starten op het WK 2019 in Berlijn. Dan zou ik ook mijn paard achter wéér moeten achterlaten… Maar we zien wel hoe het wordt, dat duurt nog lang. En, ik heb nog nieuws: ik kom op 17 maart weer naar Nederland! Ik mag meedoen aan Ice Horse Eindhoven en rijd dan op een paard van Frans Goetschalckx, dus dan hoef ik geen paard achter te laten, haha!" Over Nederland en haar roots: "Mijn moeder is Nederlands. Zij kwam naar IJsland om met paarden te werken en is sindsdien niet meer weggegaan. Maar ja, ik ben in IJsland geboren en opgegroeid, maar wel tweetalig. IJsland is een heel ander land dan Nederland, groter en een hele andere natuur. Ik vindt het wel leuk om af en toe naar Nederland te gaan om mijn familie daar te zien."

Toekomst

Voor de verdere toekomst heeft Ásdís al wel concrete plannen en daar horen natuurlijk paarden bij. "Mijn droom is wel om met paarden te werken. Na het gymnasium wil ik naar de universiteit op Hólar in Hjaltadalur. Daar specialiseren ze in training met IJslandse paarden en kan ik bijvoorbeeld mijn diploma Instructeur halen." Wie weet wat de toekomst gaat brengen voor Ásdís.

Hoge aaibaarheid

De IJslander is niet zo groot, maar toch een imposant paardje met zijn fladderende manen en zeer verschillende kleurvariëteiten. Hij heeft een pittig karakter en kan bijvoorbeeld een explosie van sprintenergie tonen, maar het is ook een relaxt paard in de omgang, met een hoge aaibaarheidsfactor. In ons land zijn duizenden ruiters verknocht aan hun 'IJslander'.

Sport

De sport is ook groot in Duitsland, Denemarken, Zweden, Oostenrijk, Canada en de Verenigde Staten. Al deze landen waren vertegenwoordigd op het WK IJslandse Paarden 2017. Dat werd verreden in augustus bij Stoeterij de Breidablik in Oirschot. Ruim 50.000 mensen bezochten dit grootse evenement. Uiteraard was IJsland er veel aan gelegen zich hier te presenteren, dus ook zij kwamen met een hele delegatie.

Omdat er in IJsland zelf een importverbod op deze paarden geldt, moesten de ruiters soms hun paarden in Oirschot achterlaten. De Breidablik droeg er mede zorg voor dat de paarden goed terechtkwamen bij nieuwe eigenaars.

reageer als eerste
Meer berichten

Shopbox