Krijn, Caia, Teye en boer Martijn Smets: allemaal betrokken bij de weidevogelbescherming. Deze kievitseitjes zijn al open.
Krijn, Caia, Teye en boer Martijn Smets: allemaal betrokken bij de weidevogelbescherming. Deze kievitseitjes zijn al open. (Foto: Rens van Ginneken)

‘Kieviten horen bij het platteland’

Regio - Echt lekker gaat het niet met de weidevogels in Brabant, maar dankzij de bescherming van boeren als Martijn Smets overleven er toch wat meer kieviten en grutto’s. Ondertussen steekt hij ook zijn enthousiaste kroost aan met het ‘weidevogelvirus’.

Door Rens van Ginneken

Als net buitengelaten jongvee huppelen de drie kinderen van Martijn Smets het grasland achter de boerderij aan de Wijnhovenstraat in Haghorst in. “Hier moet ook ergens een kievitsnestje liggen!”, roept zoon Teye (8) opgewonden. Zijn broer Krijn (12) heeft het bewuste nestje al snel gespot, tussen het malse gras. “Het zijn bijna altijd vier eitjes”, weet hij. De camouflagekleuren en bruine spikkels zorgen dat de eieren voor de leek zomaar te missen zijn, maar melkveehouder Martijn Smets en ook zijn kinderen hebben er inmiddels oog voor. “We weten waar alle nestjes liggen, maar we gaan er niet te vaak heen”, onthult dochter Caia (14). “De ouders vliegen dan soms weg, omdat ze bang worden.” Krijn vertelt: “Meestal vinden we kievitsnestjes, maar soms ook van grutto’s, wulpen of scholeksters.”

Vader Martijn herkent het ‘pretgevoel’ van het zoeken en vinden uit zijn eigen kindertijd. Hij kan de nestjes het beste spotten vanuit zijn tractor. “Op die hoogte heb je een beter overzicht en het aparte is dat kieviten minder bang zijn voor de tractor dan voor iemand die lopend nadert.”

Slimme kraaien

Hij hanteert een eigen werkwijze. “Als ik een nestje zie, richt ik de tractor zo, dat ik lopend een lijn kan volgen tot het nest. Dan plaats ik een stok op zo’n tien passen voor het nest en één stap naar rechts. Dat doe ik om het de kraaien moeilijker te maken: ik vermoed dat ze slim genoeg zijn om zo’n stok in verband te brengen met de aanwezigheid van een nestje. Door de stok zo te plaatsen weet ik wél precies waar het nest ligt en kan ik er voortaan omheen maaien. Ook de loonwerker werkt er nu netjes omheen.”

Je mag gewoon maaien en alles doen op je land wat nodig is

Hij vervolgt: “Vorig jaar zag je te weinig kieviten. Nu hebben we gelukkig weer vijf nestjes. Die weidevogels horen ook gewoon bij de plattelandsbeleving. De bescherming kan niet zonder de boeren: wij zien de nestjes ook eerder dan de burgers. Ik kan het andere boeren aanbevelen: het kost je hooguit een paar uurtjes per seizoen. Er is weleens angst, dat het vinden van nestjes betekent dat er allerlei beperkingen opgelegd worden. Maar zo werkt het niet: je mag gewoon maaien en alles doen op je land wat nodig is”, besluit hij.

Minder legsels

Kees Smetsers uit Middelbeers van Weidevogelbescherming Zuidoost Brabant is elk voorjaar dagelijks op pad om de nestjes te behoeden voor de tractorbanden. Dat alles gaat in prettige samenwerking met zo’n dertig boeren in Spoordonk, Haghorst en de Beerzen. Hij is enorm blij met de medewerking met de boeren en met een actieve beschermer als Smets. “Martijn doet het hartstikke goed; die hoeven wij niets meer uit te leggen en het is prachtig hoe hij de liefde voor de natuur op zijn kinderen overbrengt.” Over de noodzaak van de bescherming: “In ons gebied liep het aantal legsels tussen 2011 en 2016 terug met zestig procent. Dat heeft te maken met roofvogels en vossen, maar ook met de droogte van de laatste jaren. De vogeljongen vinden soms geen pier meer in de grond.” Hij besluit wervend: “Het beschermen is erg leuk om te doen, belangrijk en kei gezond. We kunnen nog wel wat beschermers gebruiken trouwens.”

Wie interesse heeft, kan zich melden via:

smetserskees@hotmail.com

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden