Foto:

Als de brandweer

Bij onze eerste ontmoeting sprak Jan van Vroenhoven de veelzeggende woorden: “Zoals je nu je auto hebt neergezet, op de inrit áchter die van mij: dat had ik een paar jaar geleden niet geaccepteerd. Als mijn pieper ging van de brandweer, dan moest ik eruit: mee gang.”

In de jaren die volgden zouden we elkaar nog vaak spreken. Als hij me belde, begon het meestal met: “We hebben weer wat.” Die ‘we’, dat was dan heemkundekring Den Beerschen Aard. Ook voor die club ging hij als de brandweer. Om één of andere reden scheen bij al die bezoeken aan Jan de zon in mijn herinnering. De bouwtekeningen en de oude foto’s lagen dan al klaar voor de journalist en onmiddellijk werd ik altijd meegezogen in zijn verhaal. Hij kon fantastisch vertellen over de geschiedenis van De Beerzen. Zijn plannen waren bepaald geen luchtfietserij. Jan was van de praktische aanpak en een doordouwer. Als hij en zijn kompanen in ‘de heem’ hun zinnen ergens op hadden gezet, dan ging dat er komen. Linksom of rechtsom.

Met stijgend ontzag zag ik in de Beerzen de monumenten verrijzen voor Truus Smulders en voor haar door de Duitsers vermoorde echtgenoot Jan. Er kwam een complete kunstroute met tientallen werken van de kunstenaar Jo Gijsen. Hij zorgde met de heem voor een replica van een muistermolen bij het zorgcentrum en hij regelde mee dat leerlingen van het vmbo er letterlijk hun steentje aan bijdroegen en zo een stukje van het vak leerden. Er kwam een watermonument op het Doornboomplein en een interactief beeld van de legendarische Beerse Strijkster bij de kleine Beerze. Overal was Jan van A tot Z bij betrokken en het liefste stak ie dan ook zelf de schop in grond, om het áf te maken, met een mooi sokkeltje of fraai straatwerk. De heemmensen – Jan voorop – straalden daarbij altijd een trots uit van: dit hebben we er ook weer bij in Beers en het kost ‘bekant niks’!

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden