Vanaf 2019 vonden grootschalige werkzaamheden plaats op het perceel van Jan de Rooy. WNL maakt bezwaar tegen de bomenkap, een bijgebouw en de oprit.
Vanaf 2019 vonden grootschalige werkzaamheden plaats op het perceel van Jan de Rooy. WNL maakt bezwaar tegen de bomenkap, een bijgebouw en de oprit. (Foto: Rens van Ginneken)

Hek van De Rooy ‘gaat ‘m niet worden’

Den Bosch/Middelbeers - Een wirwar van zeven zaken, plus beroepen en bezwaarschriften zag de rechter 23 maart voor zich tijdens de zitting over betwiste zaken op het onroerend goed van oud-transportondernemer Jan de Rooy aan de Kromvensedijk in Middelbeers. De rechter bood een bemiddelingstraject aan om tot een snel compromis te komen. Over één ding was hij zeer resoluut: het huidige hekwerk bij De Rooy moet verdwijnen.

Door Rens van Ginneken

Al sinds juni 2019 maakt Werkgroep Natuur en Landschap de Beerzen (WNL) bezwaar tegen het hekwerk van 869 meter lang, twee meter hoog en deels met stroomdraad erop. Later volgden nog andere bezwaren, bijvoorbeeld tegen een bijgebouw, een nieuwe en veel langere oprit en – in de ogen van de werkgroep – foutief bosbeheer met grootschalige bomenkap. Al ruim anderhalf jaar verlopen de zaken tumultueus. Dat komt deels door het zwalkende beleid van de gemeente Oirschot hierin, die aanvankelijk wilde handhaven tegen het bijgebouw, de oprit en de bomenkap, maar onlangs een onverwachte 180 graden draai maakte en nu snel wil overgaan tot legalisering van deze zaken. Ook de coronacrisis verstoorde een snelle afhandeling. Al in mei 2020 zou de zaak voorkomen, maar de pandemie en uitstelverzoeken van de gemeente en De Rooy zorgden voor vertraging.

Hele kluif

De rechter had er een hele kluif aan om alles te ontrafelen en, zoals hij het noemde, allerhande ‘procedurele ruis’ te elimineren. Ook sprak hij van een ‘conflict in ontwikkeling’ en hij gaf aan dat de rechtbank ‘ervan baalde’ dat de behandeling zo lang op zich liet wachten. “Want ondertussen worden de loopgraven dieper”, zo verklaarde hij.

Crossbaan

Voor de rechter waren aangeschoven het echtpaar De Rooy met hun advocaten, WNL met haar raadsman en de gemeente Oirschot werd vertegenwoordigd door medewerkers van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) De Kempen. Al in de aanvangspleidooien van de advocaten worden de zaken op scherp gezet. Zo verklaarde Tim Wijgergans, raadsman van De Rooy, dat het hekwerk noodzakelijk was omdat er een crossbaan zou zijn ontstaan, waarop WNL-advocaat Rogier Hörchner pareerde dat deze crossbaan op het buurperceel lag. Hörchner ziet het hekwerk als een barrière voor wild in het natuurgebied waarin het perceel van De Rooy ligt. Hij wijst op stukken waarin De Rooy heeft verklaard dat de hekken bedoeld zijn om wild buiten te houden. Voor het tot dusver gedoogde bijgebouw ziet hij op basis van het overgangsrecht geen reden tot legalisatie, waar Wijgergans deze wel ziet.

Illegale tuin?

Ook de grootschalige bomenkap is inzet in het geschil. Volgens De Rooy en zijn advocaat is dit onderdeel van een zorgvuldig bosbeheerplan, maar WNL ziet er vooral illegale ‘omvorming tot tuin’ in. “Dat kun je ter plekke gewoon zien. Maar ook staat het in zijn eigen plannen: het perceel rond de woning is aangeduid als ‘tuin en hertenkamp.”

Maar: u moet de natuur toch óók zien als klant?

De vertegenwoordigers van VTH vertelden dat er eind vorig jaar nog een vruchteloze poging tot mediation plaatsvond. VTH gaf aan het lastig te vinden om te beoordelen wat een goed bosbeheerplan is en om tot een goede balans te komen tussen ‘juridisch juist’ en ‘met de klant meedenken’. Vanuit die ‘klantgerichte gedachte’ en ‘het nu eenmaal in gang gezette legaliseringstraject’ vond VTH het lastig om te handhaven, zo stelden ze, wat de rechter de kritische vraag ontlokte: “Maar u moet de natuur toch óók zien als klant?” Ook vindt de rechter het vreemd dat de gemeente –buiten De Rooy om- aandrong op een provinciale natuurvergunning voor De Rooy. “De Provincie had toch al aangegeven niet akkoord te zijn?” Vorig jaar legde de gemeente De Rooy nog een dwangsom tot 150.000 euro op als hij zijn oprit niet zou verwijderen, nadat in mei 2020 de vergunning hiervoor was geweigerd, maar later schortte ze de dwangsom weer op en op 3 maart 2021 gaf de gemeente zelfs een omgevingsvergunning af voor dezelfde oprit.

Lange stiltes

Al met al maakte het optreden van de vertegenwoordigers van VTH geen sterke indruk, met ontwijkende antwoorden, lange stiltes en onzekerheid over de mogelijkheden voor handhaving. Met name heeft de rechter vraagtekens bij het ‘parkeren’ van de handhaving op het hek, tot deze rechtszaak. “Waarom zó lang niet handhaven, terwijl er gewoon geen vergunning was?” Wijgergans brengt in dat de gemeente had toegezegd dat het hek ‘geen probleem’ zou zijn en dat zijn cliënt daarom alvast het hek liet plaatsen, maar met die veronderstelde mondelinge belofte kan de rechter weinig.

Niet marchanderen

De rechter concludeert nu dat de gemeente wel móet handhaven. “Als er een overtreding is tegen het bestemmingsplan, dan gaat dat hek hem niet worden.” Dat is ook de basis voor zijn uitspraak: een voorstel voor bemiddeling, met de harde eis, dat het hek verdwijnt. Mochten de partijen elkaar dan niet kunnen vinden, dan kan er alsnog geprocedeerd worden. Over bijgebouw, oprit en bosbeheer moeten de partijen dan in overleg om tot een voor ieder aanvaardbaar compromis te komen. Bij het bosbeheer moeten alle drie de door de partijen geconsulteerde bosspecialisten betrokken worden. Een eventueel natuurlijker hek, de aanpassing van de oprit, maar ook het verbod om water op te pompen voor de nieuwe aanplant kunnen dan deel uitmaken van het bosplan. Wijgergans geeft aan dat zijn cliënt veel moeite heeft met het verwijderen van het hek en stelt daarom een spijlenhek van 1,5 meter hoog voor. De rechter is echter onvermurwbaar: marchanderen over het hek is uitgesloten.

Borging afspraken

De partijen krijgen twee weken om te onderzoeken of ze dit mediationtraject willen en bereid zijn water bij de wijn te doen. WNL geeft aan dat herstel van de natuur en de naleving van afspraken door De Rooy daarbij harde voorwaarden zijn. Dat traject moet in twee maanden worden afgerond, stelt de rechter. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van een door de rechtbank aangewezen bemiddelaar. Met de gemeente wordt afgesproken dat zij de bijeenkomsten en adviseurs financieel faciliteren en ook instaan voor goede borging van de te maken afspraken. De rechtbank houdt de zaak nog tweeënhalve maand aan. Komen de partijen er niet samen uit, dan volgt er alsnog een uitspraak.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden