Van warm Indië naar koude barak (2)


<p>De kinderen Sarkol in hun barak in Westelbeers, ca. 1957. Er zouden nog 9 kinderen meer geboren worden. Tweede van rechts is Jos Sarkol.</p>

De kinderen Sarkol in hun barak in Westelbeers, ca. 1957. Er zouden nog 9 kinderen meer geboren worden. Tweede van rechts is Jos Sarkol.

(Foto: Rens van Ginneken)

Van warm Indië naar koude barak (2)

Oostelbeers/Westelbeers/Rotterdam - Voor de 350.000 mensen die uit voormalig Nederlands-Indië naar Nederland vertrokken waren kampen vaak de eerste kennismaking met Nederland. In het boek ‘75 Huizen van Aankomst’ beschrijft Yulia Pattopang uit Oostelbeers ook het kamp in Westelbeers. Jos Sarkol woonde daar jarenlang.

Rens van Ginneken

Voor Pattopang, zelf opgegroeid in Djakarta en in 2007 naar Nederland gekomen, sloot deze opdracht goed aan bij haar nieuwsgierigheid naar het Nederlands-Indië verleden. “Dat kwam door de verhalen van mijn familie. Die verhalen waren niet zo positief. Dat ging over de Politionele Acties bijvoorbeeld. Dat triggerde mij juist om het te gaan onderzoeken. Ik merkte dat de verhalen vooral zeer divers zijn. Er zijn negatieve ervaringen, bijvoorbeeld omdat de Nederlandse jongens bang waren dat de Indische jongens hun meisjes zouden afpakken. Maar in Gemert werden samen met Nederlandse wijkbewoners dans- en bingoavonden gehouden. Ook het kamp Baarschot in Westelbeers was zo’n voorbeeld waar de nieuwkomers zich in de jaren vijftig welkom voelden. Dat kwam ook door een brand op het kamp, waarbij veel verloren ging. Burgemeester Truus Smulders zette een hulpactie op, waarbij de bewoners onder meer geiten en een stukje grond om te bewerken kregen. Sindsdien was er meer interactie tussen De Beerzen en de bewoners van het kamp.”

Kamp in Westelbeers

Jos Sarkol (69) uit Rotterdam heeft als jonge jongen jaren op het Woonoord Baarschot doorgebracht. “Het gezin heeft eerst op kamp Westerbork en vervolgens op Woonoord Lunetten gewoond. Wij waren zogenaamde Keiezen, van de Molukse Kei-eilanden, maar op Lunetten woonden ook veel Molukkers van andere eilanden. Dat ging niet samen. Het leidde tot hevige onlusten en op zeker moment werden de Keiezen in allerijl verplaatst naar Westelbeers.” De door Pattopang genoemde brand kan Sarkol zich nog maar vaag herinneren. “Volgens mij kwam het door een omgevallen oliekachel. Het waren houten barakken weet je, waarin het behoorlijk koud kon zijn. Drie volgens mij, voor in totaal zo’n twintig gezinnen.”

‘Het kon behoorlijk koud zijn in die barakken’

Sarkol kan zich ook nog zaken herinneren het fietsen naar de lagere school in Middelbeers. “Het voelde gemoedelijk in De Beerzen. We speelden met de dorpskinderen en op Koninginnedag deden we mee met versierde fietsjes. Soms mochten we tv gaan kijken bij mensen in het dorp. We deden ook seizoenswerk bij boeren in de omgeving: boontjes plukken en aardappels rooien. Bij mij overheerst vooral het gevoel van gezelligheid en saamhorigheid, bijvoorbeeld tijdens het samen koken in de barakken. Voor mijn vader was het ongetwijfeld lastig. In Nederlands-Indië was hij een KNIL-militair met aanzien. In Nederland kwam hij uiteindelijk weer bij Defensie terecht, maar dan als burger in een magazijn. Dat moet slikken geweest zijn. Maar ja, dat moesten de meesten...”

Hollandse overheersing

Yulia Pattopang koestert haar ervaringen met het project. “Over dit stuk geschiedenis is nog veel te leren. Er zijn veel parallellen met de verhalen van vluchtelingen in Nederland anno 2021. Ik kwam vanuit het Indonesische perspectief, opgevoed met de Proclamatie van Onafhankelijkheid en de Hollandse overheersing. In Leiden ontdekte ik tijdens mijn studie bijvoorbeeld dat die onafhankelijkheidsverklaring hier lang uit de geschiedenisboeken is geweerd. Door het meeschrijven aan dit boek, heb ik er nog drie of vier perspectieven bijgekregen.”

www.huizenvanaankomst.nl

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden