Haagse bluf


Foto:
Column Rens

Haagse bluf

Het was niet het allerbeste bandje waar ik ooit in zat, er zat wel wat talent in, maar het wilde nooit echt spetteren. Tot dat ene gloriemoment, waarop alles op de perfecte manier samenviel. Het was mei 2002, het fameuze Splinter Festival in Middelbeers. Het programma bestond die dag uit louter ‘tributes’. Er was een eerbetoon aan Normaal volgens mij: deed dorpsgenoot Martien Mattheeuwse daar niet aan mee? Wij hadden onze keuze bepaald op Golden Earring.

Voorheen was ik nooit zo’n fan geweest van de Earring, die ik niet slecht vond, maar ook nogal Haagse bluf. Maar bij het samenstellen van ons repertoire viel me al op, dat er zó veel moois was om uit te kiezen, dat je dit eerbetoon eigenlijk altijd tekort deed. Mijn persoonlijke favoriet was ‘Bombay’. Daarin speelde gitaarlegende Eelco Gelling nog een geweldige partij. Zo geweldig zelfs, dat onze gitarist het niet aandurfde. Ons lijstje uiteindelijk: ‘Back Home’, ‘Movin’ down life’, ‘Weekend love’, ‘Radar Love’, ‘Long blond animal’, ‘Going to the run’, ‘Twilight Zone’ en ‘Burning Stuntman’. Bij een aantal nummers zong Annemarie van Moorsel mee. Geen overbodige luxe, bij het Earring-repertoire, dat niet alleen drijft op de zang van Barry Hay, maar bijna net zoveel op de powerstrot van George Kooymans. De rol van Hay paste wonderwel bij me, in mijn van een buurvrouw geleende strakke nepleren broek. Ik had zijn macho poses – ene been voor het andere, kaak branieachtig vooruit - bestudeerd en ik merkte hoe verhalend de teksten van Hay eigenlijk zijn: perfect om lekker over the top te zingen. Een optreden waaraan ik fantastische herinneringen bewaar en dat bij mij zorgde voor het besef dat Golden Earring écht een superband was en daarmee een baken voor al die ploeterende muzikanten van lagere statuur, zoals wijzelf.

Het idee dat Golden Earring nooit meer zal optreden doet bijna fysiek pijn. De vreselijke ziekte ALS, in ons dorp hartstochtelijk onder de aandacht gebracht door de prachtige mens Peer Hems, heeft nu ook George Kooymans in zijn wurggreep. Wat rest is de muziek en het ongeloof, samengebald in die oerkreet van Kooymans in ‘When the lady smiles’: ‘Oooh no!’

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden