In beeld: Van warm Indië naar koude barak


Yulia Pattopang uit Oostelbeers schreef het hoofdstuk over de Huizen van Aankomst in Brabant en Limburg.
Yulia Pattopang uit Oostelbeers schreef het hoofdstuk over de Huizen van Aankomst in Brabant en Limburg. (Foto: Rens van Ginneken)

In beeld: Van warm Indië naar koude barak

‘Mensen waren hun leven soms niet meer zeker in Indonesië’

Rens van Ginneken

Voor de 350 duizend mensen die tussen 1945 en 1968 vanuit het voormalig Nederlands-Indië naar Nederland vertrokken waren pensions en hotels, maar ook barakkenkampen vaak de eerste kennismaking met Nederland. Vele ontroerende en soms schrijnende verhalen daarachter zijn opgetekend in het boek ‘75 Huizen van Aankomst’ van het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag. Yulia Pattopang uit Oostelbeers schreef het hoofdstuk over Noord-Brabant en Limburg.

Oostelbeers/Eindhoven/Rotterdam - “Die eerste tijd in Nederland moesten we zien te overleven”, zo weet Charlotte Johann (74) uit Eindhoven nog. Het verhaal van haar aankomst in Nederland is bijna niet voor te stellen. Als slechtziend meisje van zes werd ze op 26 oktober 1952 vanuit Surabaya helemaal alleen naar het verre Holland gestuurd. De rest van het gezin kon nog niet mee. “Ik had een aangeboren vorm van staar, waaraan ik zo snel mogelijk geopereerd moest worden. Op het schip Johan van Oldenbarnevelt voelde ik me alleen en ik werd behalve zeeziek ook echt ziek van heimwee.” Bij haar aankomst in Nederland wordt ze linea recta naar het Academisch Ziekenhuis in Utrecht gebracht, waar ze wordt geopereerd en dan nog zes weken moet blijven. Als haar ouders, haar twee oudere broers en haar zusje in februari 1953 in Nederland aankomen, gaat het gezin direct naar het opvangkamp aan de Limburglaan in Eindhoven.

“In het kamp zaten zowel Indonesische als Molukse mensen”, vertelt ze. “Veel van die mensen hadden met de Nederlanders samengewerkt. Mijn vader was bijvoorbeeld bij de marinepolitie. Dat werd in de vanaf 1949 uitgeroepen onafhankelijke republiek Indonesië niet gewaardeerd. Op zeker moment waren mensen hun leven zelfs niet meer zeker.”

Barakken van golfplaten

Ondanks haar visuele handicap heeft Charlotte Johann nog een helder beeld van haar tijd in het opvangkamp. “Er stonden golfplaten barakken in een carré, waarin vroeger grondarbeiders waren gehuisvest. Het was vaak berekoud en vochtig in de barak: op veel plekken zag je schimmel. Buiten was het in dat voorjaar een modderboel en er stond manshoog onkruid. Toch heb ik er ook leuke herinneringen aan, want er waren veel kinderen om mee te spelen.”

Later dat jaar verhuisde het gezin naar een eigen woning in Helmond, maar het leven in Nederland viel nog lang zwaar. “Het vette eten vonden we verschrikkelijk en voor mijn vader was het aanvankelijk schokkend dat hij ondanks zijn opleiding hier niets anders mocht doen dan fabriekswerk. Het ergste was echter dat we ons vaak niet welkom voelden. Mijn ouders snapten het niet: wij waren toch altijd gewoon Nederlands geweest? Later begreep ik iets beter dat het voor de Nederlanders ook overrompelend was, al die nieuwelingen erbij.”

Hele klus

Yulia Pattopang uit Oostelbeers had een hele klus aan het samenstellen van het hoofdstuk Regio Zuid in ‘75 Huizen van Aankomst’. Daarin wordt onder meer Woonoord Limburglaan beschreven waar Charlotte Johann in 1953 verbleef. “Er is veel tijd gaan zitten in het vinden van voormalige bewoners. De mensen werden vaak ondergebracht in vroegere werkkampen van Dienst Uitvoerende werken. De 75 beschreven huizen in het boek maar een klein deel van alle Huizen van Aankomst. Op de website van het Indisch Herinneringscentrum kunnen mensen nog wel herinneringen delen en verhalen toevoegen.”

Volgende week deel 2 van de Huizen van Aankomst, met het verhaal van Jos Sarkol, die in de jaren ‘50 in het kamp Baarschot in Westelbeers verbleef. 

Rens van Ginneken

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden