Geen 18 meer


Foto:
Column Rens

Geen 18 meer

Het lijkt een eeuwigheid geleden dat Herman van Veen zong over nog langer geleden, over het nog niet bestaande Hilversum 3 en over elke steiger waarop een lied klonk. Dat is in ieder geval nog niet veranderd. Bij onze overburen wordt al weken geklust en tot groot verdriet van de wijkvogels werd ook een majestueuze esdoorn geofferd ten faveure van de Nieuwe Tuin Doodsheid. Nu wordt er op het dak gewerkt, door een nijver trio bouwvakkers, waarvan er eentje zo donker is als de Zuid-Afrikaanse president Ramaphosa. Hij lacht de hele dag, ondanks de muziekkeuze van zijn bouwmaten. Een vaderlandstalige zender tettert continu vanaf het platdak over de nog slaperige wijk, John West, Gino Graus, Vinzzent. Dankzij deze Bob de Bouwers kan ik ‘Ik ben geen 18 meer’, van Jeroen van Zelst nu natuurlijk niet meer uit mijn kop krijgen. Met dezelfde treiterige vasthoudendheid blijft het onder mijn schedeldak rondgaan, net als destijds ‘Ik lig op mijn kussen’ van Hepie en Hepie, of het onder het duivenmelkersgilde hoog geprezen ‘Daar komt mijn witpen aan’.

Het zette me ook aan het denken: zou ik zelf nog wel 18 willen wezen? Er waren voordelen toen. Minder verantwoordelijkheden. Volop haargroei nog. De overstap van Yamaha 50cc, naar Suzuki 250cc. Het eerste bandje, met de onverwacht bijkomende vrouwelijke aandacht. Een wereld die zich voor je ontvouwde, met volop uitgaansmogelijkheden in een gezellige stad. Maar laat ik niet teveel romantiseren. Ik voelde me soms alleen. Ik was al jong het huis uit en miste geborgenheid. Je had de atoomdreiging: de Koude Oorlog was nog volop gaande. Ik kende leeftijdgenoten die daar nachtmerries van kregen. En er was een enorme werkloosheid, begin jaren ’80. Honderden onbeantwoorde sollicitatiebrieven.

Dus beste Jeroen van Zelst; ik twijfel of ik nog 18 zou willen zijn. En op de huidige generatie 18-jarigen ben ik al helemaal niet jaloers. Ze maken zich terecht zorgen over hun toekomst en met de coronacrisis nu kunnen ze vrijwel niets, van wat anders zo vanzelfsprekend bij die leeftijd hoort. Jeroen van Zelst zijn lolligheid is waarschijnlijk wel het laatste wat ze nodig hebben.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden