<p>Voor Heemkundekring De Heerlijkheid Oirschot: foto collectie Jan F.P.I. van der Sanden; tekst Ad van Zelst</p>

Voor Heemkundekring De Heerlijkheid Oirschot: foto collectie Jan F.P.I. van der Sanden; tekst Ad van Zelst

(Foto: )
Groeten uit

Groeten uit... Oirschot:De 'Hoge' Brug

Geschreven door Ad van Zelst

Nu we sinds dit voorjaar een nieuwe brug over het Wilhelminakanaal hebben, komt zijn voorganger in gedachten. Nadat in de laatste oorlogsdagen van 1944 de betonnen brug werd vernield, kwam er een houten noodbrug, die al gauw de ‘hoge brug’ werd genoemd.

OIRSCHOT - Deze was alleen voor voetgangers en fietsers. Vanaf de Molenstraat was er parallel aan het kanaal een smalle, steile oprit. Je moest daar met de fiets in de hand omhoog of omlaag, want anders was het te gevaarlijk. Daar werd nogal eens tegen gezondigd, maar als opper Spits dan daar beneden stond, was je nat. Aan de overkant ging je links de Eindhovense dijk op. Dat was nog een zandweg met een smal fietspad ernaast.

Toen ik 8 was mocht ik bij de welpen en leerde ik de weg op de hei. Het hordehol van de welpen was in de oude boerderij van het gasthuis in de Notelsestraat. Die begon toen nog in de Gasthuisstraat, ongeveer tegenover de Dekanijstraat. Van daaruit liepen we op woensdagmiddag onder leiding van Akela van Esch door de Molenstraat naar de hoge brug. Aan de overkant van het kanaal was een zandafgraving, waar we naar beneden liepen. Stel je even voor: daar lag de hele ongeschonden Oirschotse hei voor ons. De wijk Moorland, de Kempenweg, de rijksweg en het zwembad waren er nog niet. Hier en daar verspreid stonden wat kleine huisjes. Een ervan was het Heideroosje aan het Moleneind, het huiske van de familie van der Heijden-Roozen. Daar vlak achter lag het ‘Jodenkerkhof’. Dat heet tegenwoordig netjes ‘Joodse Begraafplaats’. Even verder, zo ongeveer waar nu het zwembad is, kwamen we bij een rechthoekige plak zand, die om een of andere reden ‘De Ronde Manege’ werd genoemd. We trokken verder door de bossen en kwamen bij het ‘Ouw Wielerbaantje’. Dat was niets meer dan een pad rond een open plek in de hei. Het was doodstil in de bossen, we hoorden alleen elkaar en het fluiten van de vogels.

Die eerste keer dat ik met de welpen op stap was kwam ik thuis met mijn zakken vol konijnenkeutels. “Kijk ’s mamma, wa’n skôn bollekes”.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden