In Ridderkerk beklaagt sushizaakeigenaar Liang Dong zich over zijn Nederlandse clientèle, die het concept ‘All you can eat’ verkeerd interpreteert. Ze bestellen veel meer van het vers bereide lekkers dan ze naar binnen kunnen werken en pakken het dan in met servetten en zelfs handdoeken om het mee naar huis te nemen. Dong vindt het vooral vervelend voor andere klanten: omdat de sushibandieten veel te veel bestellen, moeten anderen langer wachten. Je zou het ook diefstal kunnen noemen.

Op zo’n moment schaam ik me weer ouderwets voor mijn landgenoten, die met een stalen gezicht doen voorkomen of ze gewoon recht hebben op een extra tas vol meeneemsushi. All you can steal. Mensen voor wie het begrip ‘fatsoen’ een erg lastig concept is, onder het mom van niet-begrijpen. Inmiddels laten de uitbaters van Franse restaurants het traditionele kaasplankje – als afsluiting van de maaltijd – bij hun Nederlandse klanten vaak wijselijk achterwege. Blijkbaar omdat deze vaak de complete plank met dure Brie, Roquefort en Chaume leeg schransen, in plaats van her en der een plakje af te snijden.

De Nederlanders die ’s morgens om kwart voor zes een handdoek over een ligstoel gaan leggen bij het zwembad van het all inclusive resort en in het hotel vooraan in de rij staan bij het dinerbuffet en hun borden torenhoog volstapelen, terwijl de arme obers zich de benen onder het lijf vandaan rennen. Die borden gaan vaak maar half leeg. Vaak hebben ze ook nog kinderen bij zich, die dit sprinkhanengedrag ook weer als norm overnemen, zo valt te vrezen. Uit pure schaamte zou je in Turkije of Jordanië maar Duits tegen elkaar gaan praten. In mijn hotelervaring zijn het bedroevend vaak Nederlanders die zich zo gedragen, alleen Russen zijn nog onbeschofter. Na een paar van zulke ervaringen heb ik hierom besloten nooit meer all inclusive te boeken, dat is funest voor je beeld van de mensheid. Je kan nog beter wekelijks naar een Rotterdams boksgala gaan.

Natuurlijk zijn wij Lagelanders niet allemaal zo. Gelukkig maar. Maar het zet je wel aan het denken over evolutie, beschaving en empathie. Al ergens rond het jaar 100 schreef de Romeinse dichter Juvenalis sarcastisch: ‘Geef het volk brood en spelen’. Voor een flink volksdeel gaat dit waarschijnlijk nog steeds op: zolang de maag niet knort en er geregeld een leuke pot voetbal is, dan wordt er niet geklaagd. Wat dat betreft maak ik me ook weinig illusies over het komende WK, in onder meer de VS. De kritiek zwelt aan, er zijn petities opgestart om niet te gaan: het Amerika van Trump is niet erg aanlokkelijk momenteel om net te doen of er niets aan de hand is.

Maar de praktijk leert dat er weinig hoop is op een stevig gebaar, onder de heerschappij van voetbalgangster Infantino. De kans is best aanwezig dat er een aantal landen niet gaat in juni, maar de gemiddelde Nederlander ligt niet wakker van een onderdrukkende regering aan de overkant van de Grote Plas, of van duizenden dode arbeiders uit Derde Wereldlanden bij de bouw van de stadions in Qatar, of van alle slachtoffers destijds van de militaire junta in Argentinië. ‘Je moet de politiek buiten het spel houden’, ‘misschien kunnen we van binnenuit wat veranderen als we een protestband dragen’, ‘er komen zeker gesprekken op diplomatiek niveau’: moreel bewustzijn en voetbal verdragen elkaar als Herman Brood en karnemelk.

Persoonlijk zou ik het zuur vinden als een despoot als Trump mooie sier gaat maken met dit WK op zijn grondgebied, maar het zou me echt positief verbazen als Oranje niet zou gaan. Je zou nog gaan hopen dat de Oranje supporters het Nederlandse All You Can Take principe ook daar gepassioneerd uitdragen en dan alles, álles in hun Big Shoppers steken, van de stadionstoeltjes tot de fluitjes van de arbiters en de middenstippen aan toe.

Misschien wil de KNVB alvast wat handdoekjes uitdelen om daags voor de wedstrijden over de Nederlandse stoeltjes te kunnen gooien.