Voor de derde week op rij aandacht voor terugkerende beesten. Het begon met dier W. die we niet bij naam kunnen noemen vanwege de niet aflatende stroom “steun” betuigingen. Vorige week een galerij met als thema “Wat Was” en het feestje rond de beekprik . Voor deze week kwam het onderwerp van de groenste pastor van Brabant. “Ons Wilfred” zoals velen liefkozend zeggen is niet alleen gezegend met pastorale vaardigheden maar ook nog eens met de neiging om te knuffelen met de grootste vissen van Nederland. Zijn Facebook pagina volgend lijkt het wel alsof zijn schaarse vrije tijd bestaat uit zwerven over het water en genieten van reusachtige roofbleien, meervallen en snoeken. Daarbij komt hij ook regelmatig bevers tegen, vorige week zelfs in het Wilhelminakanaal. Dit exemplaar wist direct dat er geen gevaar te duchten is van een wit gekraagde fietser. Rustig zwemmend en daarna afbuigend met bestemming onbekend.

Bevers horen zeker thuis in het rijtje “Wat Was”. In 1826 werd de laatste met een Nederlands paspoort dood geslagen bij Zalk. Voor de ouderen onder ons, dat is het idyllische plaatsje aan de IJssel waar kruidenvrouwtje Katrien vandaan kwam. Overal in Europa verdween de bever door jacht maar vanaf de jaren twintig werd gedacht aan bescherming van dit grootste knaagdier van ons continent. Het zou echter tot 1988 voordat de eerste bevers uit het Elbe gebied een enkele reis naar de Biesbosch aangeboden kregen. Later volgden meer uitzettingen in de kop van Overijssel, Flevoland en bij de Hunze. Aan het begin van deze eeuw volgden ook bevers uit de ons omringende gebieden. Op eigen pootjes gingen ze op zoek naar nieuwe woongebieden en zo kwamen ze ook in Limburg en het noorden en midden van Brabant terecht. In 2020 was de gemeente Altena koploper wat betreft bever waarnemingen. Inmiddels worden ze ook steeds vaker gespot langs de Dommel en de Beerze.

“Bevers zijn ecologische helden” riep boswachter Thomas van der Es eens. Als er maar water en wat ruimte is weten ze het landschap zo aan te passen dat ze er kunnen leven. Met een dieet van bast en twijgen in de winter en in de zomer bladeren, waterplanten en restanten van landbouw gewassen zijn ze al snel tevreden. Het enige wat ze echt nodig hebben is een waterdiepte van minimaal vijftig centimeter. Dat dit ook een stadsvijver kan zijn blijkt wel uit ervaringen in Eindhoven. Van nature zijn het echter beek, rivier en moerasdieren.

Bevers zijn vooral bekend geworden door hun bouw- en knaagactiviteiten. Grote burchten met de ingang onder water liggen vaak verborgen en zijn lastig te vinden. Maar knaagsporen worden veel vaker gezien. Bladerend in Waarneming.nl lijkt het wel een bever optocht langs de Beerze, Van Hapert tot Middelbeers en Spoordonk met een verbinding naar de Kampina. Om zijn maximaal 35 kilo zware lijf in conditie te houden is flink wat voedsel nodig en dat is te zien. Gelukkig is er door natuurherstel maar ook door de noodzaak om water in de boven- en middenstroom van rivieren langer vast te houden voldoende aanwezig om een gezonde bever populatie in stand te houden. Voorlopig is het nog lang niet zo ver maar de bever is terug om nooit meer weg te gaan. Hoewel het vooral nachtdieren zullen waarnemingen overdag steeds vaker voorkomen.