Mooi om voorbereid te zijn. Een spaarpotje voor je ouwe dag, de ijzers in het vet voor als het toch nog eens ‘angiet’, een extra kratje voor als de dorstige buurman onverwacht achterom loopt, een fleecedekentje in je auto voor als je ingesneeuwd mocht raken, een schone onderbroek aan voor als je een ongeluk mocht krijgen en wat extra tubes tandpasta nu ie toch in de bonus is.

Sinds kort is onze overheid ook van het voorbereid-zijn blijkbaar. Ze kwamen decennia geleden zelf nog met de campagne ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’, maar als je tijdens de coronacrisis de overlopende ic’s zag, dan was diezelfde overheid onderweg blijkbaar zelf wel wat van het voorbereidend vermogen kwijtgeraakt. Maar nu vallen er foldertjes in de bus over wat te doen in een ‘noodsituatie’ en over wat er zoal in je noodpakket hoort te zitten.

Je moet het een dag of drie kunnen uitzingen, is het advies. Dus voldoende schoon drinkwater, contant geld, een noodradio, voldoende houdbaar eten, batterijen (want als je drie dagen in de kruipruimte van je woning zit is de satisfyer misschien wel de enige bron van afleiding?) en een Zwitsers zakmes mét kurkentrekker want anders kun je die sinds 2012 verstopte Bourgogne nog niet soldaat maken.

Ik vind het zelf altijd lastig, je voorbereiden op iets waarvan je niet weet wat het gaat inhouden. Leggen de Russen ons internet, onze energie en onze infrastructuur lam, of liggen ze fysiek voor de Grebbeberg? Of slorpen de Amerikanen via onze DigiD’s al onze diepste geheimen en gênante medische gegevens op? Worden we overlopen door Zuid-Europese klimaatvluchtelingen of door politieke vluchtelingen uit de VS. Je weet het niet.

En ben je dan in een ‘noodgeval’ tot binnenshuis verblijf beperkt, of word je juist van huis en haard verdreven door de hordes van een moderne Djengis Khan? In dat geval zijn een paar solide rugzakken wel handig om al dat drinkwater, blikken bruine bonen en je fotoalbums te vervoeren. Het staat zo stom om door een apocalyptisch post-nucleair landschap te moeten rondstruinen met een paar Jumbotasjes. Misschien is een bolderkar wel handig? Of een elektrische bakfiets die je bij stroomuitval ook zelf nog kan opladen, door een handige hometrainer-met-dynamo functie.

Vijf uur trappen in stilstand om een half uurtje te kunnen fietsen schat ik.

Ik voel de keuzestress al opbouwen onder mijn schedeldak, als rode bieten die net iets te lang in een snelkookpan dobberen. Wat als het nu langer duurt dan drie dagen? Er moeten meer blikken bruine bonen en kapucijnen komen! Als we dan toch zo bezig zijn, dan ook maar direct een pallet toiletpapier, voor de run begint. Even controleren of het campinggasflesje nog gevuld is en het tweepittertje nog functioneert? Ik denk dat een noodaggregaat ook wel handig is. Dan moeten er ook jerrycans komen natuurlijk, of beter nog: een ondergrondse opslag voor tweeduizend liter diesel. De vergunningen gaat toch niemand controleren, in een Noodsituatie. En een seinpistool en lawinepijlen uiteraard, voor als we ingesneeuwd raken, of gewoon voor de afleiding. Doet de kettingzaag het nog? Zijn de rubberboot en de Quechua nog lekvrij? Hoe zit het met mijn tabaksvoorraad, of is dit juist een uitgelezen moment om te stoppen, of is dat zinloos, op weg naar De Laatste Dag?

De ervaring leerde dat een voorraadje nootjes altijd ‘nuttig’ is, om nog maar eens een woordspeling te blijven. Zoute pinda’s, cashewnoten, borrelnootjes, van die gloeiend hete katjang pedis pinda’s en studentenhaver. De verhouding gewicht-calorieën is optimaal met bijna 600 kcal per onsje natuurlijk.

In mijn nette pak, diploma’s en mijn cheques op zak, mijn polis en mijn woordenschat? Nah… Ik ga me eens focussen op mijn nootpakket denk ik.

I will survive.