Elke week worden velen blij verrast door de bijzondere vondsten van Ria Donatz, de huis-natuurfotograaf van het Oirschots Weekjournaal en Groeiend Best. Haar kijk op de wereld mag gerust uniek genoemd worden. Soms in de verte turend en groot wild ontwarend, soms bijna letterlijk door de microscoop kijkend naar wat klein is, maar tegelijk zo bijzonder kleurrijk. Elke week blijft Ria uitnodigen om eens stil te staan en alleen maar te kijken, te verwonderen en beelden mee te nemen als herinnering.
Zo kwam deze week haar dennenviltkelkje langs. U had er mogelijk nooit van gehoord en ik moest zelf ook even goed nadenken. Nog niet zo lang geleden hadden deze miniatuur paddenstoeltjes geen Nederlandse namen maar dat maakt het zoeken nog niet gemakkelijker. In 2025 werd de zwam maar twee keer opgegeven voor Brabant in Waarneming.nl . Genoeg rottend naaldhout te vinden maar er zijn maar weinigen die zich met een enorme loep in de aanslag al tijgerend door een donkere bomenbos begeven. Geschubde inktzwammen of vliegenzwammen zoeken is toch echt wat gemakkelijker.
Ria nodigt mij met deze foto echter wel uit om eens door mijn eigen plaatjes album te bladeren. Het grote gezwam overheerst duidelijk, van enorme parasolzwammen, bovisten als voetballen zo groot en reuzenzwammen die zonder meer als gigantisch bord gebruikt kunnen worden. Toch is er nog voldoende klein grut te vinden. Zwavelgele schijfzwammetjes bijvoorbeeld. Kleiner dan een centimeter maar met hun kleur bijna oogverblindend als er net even wat zonlicht opvalt. Elke herfst zijn ze met duizenden aanwezig als er rottend loofhout ligt. Schors vinden ze niet fijn, gewoon op het kale en al wat verteerde hout. Bedenk wel dat ze gevormd worden vanuit een knop op een schimmeldraad die zo dun is dat deze alleen bij extreme vergroting te vinden is. En dan ook nog diep verscholen in de boomstam.
Nog makkelijker is het om in herfst of voorjaar op zoek te gaan naar brandnetels. In onze helaas zo verstikte natuur is dat nooit een grote opgave. Nog levende stengels zijn niet interessant, ga op zoek naar oude, vaak in stukken uit elkaar gevallen stelen. Meenemen naar huis is zeker een optie, gewoon in een plastic zak zonder al te veel proppen. Hoewel spierwit blijven voor mij brandnetelkelkjes steeds weer verrassend mooi. Niet veel meer dan een steeltje en een bakje waarin de duizenden sporen gevormd worden. Ondanks de stugge vezels verteren brandnetels binnen een jaar en dus is het zaak om zo snel mogelijk weg te zijn. De kans dat een spore terecht komt op een geschikte plek is groot. Vaak liggen de zwammetjes op de grond en wind of water verplaatsen de sporen niet meer dan enkele centimeters. Komend jaar liggen er wel weer nieuwe afgestorven stengels als een gespreid bedje klaar. Er zijn echter wel kapers op de kust die ook wel wat rottend brandnetelvlees lusten. Van zwavelgeel franjekelkje tot de enorme hordes brandnetelvulkaantjes, geen millimeter stengel blijft onbenut. Blijf echter steeds bedenken dat de namen groots zijn, maar de paddenstoelen enorm klein. Met elkaar zorgen ze er echter voor dat alles in de natuur gerecycled wordt. Komend voorjaar worden plant en dier weer blij van hun nijvere arbeid.
