‘Islands in the stream, that is what we are…’, zongen Dolly Parton en Kenny Rogers al gloedvol samen. Dat was al vanaf 2005 zo’n beetje mijn positie als zzp-journalist en redacteur voor een handvol opdrachtgevers. Ik had de lusten van het zelfstandig zijn, deels je eigen agenda kunnen bepalen en een bundeltje aftrekpostjes. Maar het was vaak ook een solitair eilandbestaan: een paar belletjes naar het betreffende blad waren vaak de enige contactmomenten met collega’s.

Maar zaken veranderen. De Belastingdienst kijkt met Eurotekens in de ogen naar bedrijven die veelvuldig gebruik maken van zelfstandigen die eigenlijk op een nogal vaste basis werken met zzp’ers. In de zorg komt het nogal veel voor, maar in het journalistenvak dus ook. Zo gingen er afgelopen najaar balletjes rollen. Er waren gesprekken met een coördinator, een bemiddelaar en met Personeelszaken ten kantore van de uitgever. Met warempel een bijzondere uitkomst: sinds 1 januari van dit kakelverse jaar ben ik voor het eerst sinds 1993 weer in loondienst.

Mijn functie is ook wat veranderd. Naast het schrijf- en redactiewerk voor ons hooggeprezen Oirschots Weekjournaal komt daar nu soortgelijk werk bij voor De Nieuwsklok in Oisterwijk, Moergestel, Haaren en Heukelom. Ik kijk ernaar uit om in onze mooie buurgemeente ook met mijn blocnootje en fototoestel op pad te gaan. De worstenbroodjes schijnen daar ook erg goed te zijn en wie weet loop ik er meesterpatissier Robert – ‘da’s jammer/da’s lekker’- van Beckhoven nog tegen het lijf. Verder is het niet meer alleen mijn thuisbureautje waaraan er gewerkt wordt: een paar dagen per week vertoef ik in het redactielokaal van de Koninklijke Uitgeverij Em. De Jong in Baarle-Nassau. Het zijn wat extra kilometers, maar daar staat tegenover dat een paar kilometer verderop de benzine en de Trappist Westmalle een stuk goedkoper verkrijgbaar zijn, aan gene zijde van de grens.

En zo zit ik nu dus – ‘as we speak’ – te tikken temidden van een aantal leuke collega’s van de Opmaak en de Commerciële afdeling. Telefoons bliepen, er worden advertenties verkocht en pagina’s opgemaakt in een niet onprettige buzz. Er wordt gesproken over de feestdagen, over werkdingetjes en de laatste issues. De bizarre ontwikkelingen in Venezuela, de rituele paringsdans van de formatie, of de totaal ontsporende landelijke vuurwerk ‘pret’ zijn in ons werkgebied, globaal zo’n beetje alles tussen Raamsdonksveer en Eindhoven, wel gespreksonderwerp, maar niet direct het nieuws waarin ons bestaansrecht zit. Hoe anders is dat met de bijna instortende schaatsbaan in Oirschot, het naar het buitenland vertrekkende Oirschotse boerengezin dat op onze online platforms helemaal viraal gaat, de overstromingsvlakte van de Kampina, de stoppende politieke partij, de nieuwkomer in de gemeenteraad, de jeugdprins, het festival op de Markt, de aanbiedingen van de gildeslager en de vlammende ingezonden brieven over het lokale vuilnisbeleid.

We tikken ons door de drukke maandagochtend, onderweg naar de volgende editie. Want dat hoort bij het vak: er is altijd een volgende editie. Ook als ik er op een dag niet meer zou zijn, draait het lokale nieuws gewoon door. Dat is ook wel weer een mooie zekerheid. Soms is het een gestaag peddelen en de volgende dag lijkt het weer meer op surfen in het moment: je loert op de goede golf en je laat je meesleuren, terwijl je fier op je plank probeert te balanceren, op soms woeste baren.

Maar geen eilandje in de stroom meer!