Hun kinderen zullen grotendeels Duitstalig opgroeien, maar een echte cultuurshock verwachten ze eigenlijk niet. Het jonge boerengezin Jack, Marianne, Luuk en Emma van der Schoot verhuist naar Halver (Dld.) om daar een melkveebedrijf over te nemen. In tegenstelling tot in Nederland zien ze daar wél volop perspectief voor een boerenbedrijf. Een hele stap, want ze waren trots op hun boerderij aan de Hedel in Oirschot. Vader/opa Henk zet daar het bedrijf voort, maar wel een tandje minder.

door Rens van Ginneken

Zoon Luuk (2) is naar de opvang, moeder Marianne (41) naar het ziekenhuis. In de woonkamer van Hoeve Hedelstein slaapt de jongste telg Emma (2 maanden) heerlijk rustig, zich niet bewust van de grote veranderingen die eraan komen. Vader en melkveehouder Jack van der Schoot (36) doet het verhaal uit de doeken. “Op 17 december verhuizen we al naar Halver. Ik vermoed dat we tijdens de feestdagen vooral bezig zullen zijn met het uitpakken van de verhuisdozen. We hebben nog een groot afscheidsfeest gehad bij Hoeve 1827, voor familie, vrienden, buren en zakelijke relaties. Dat was heel mooi, al die mensen die zich betrokken voelden. Het is toch wel een behoorlijke stap natuurlijk, hoewel we ook weer niet naar het andere eind van de wereld verhuizen: in goed twee uur rijden ben je in Halver, een stukje voorbij Wuppertal”, zo relativeert hij.

Het buitenleven gewend

Jack leerde echtgenote Marianne (41) acht jaar geleden kennen, vijf jaar geleden kwam ze vanuit de Betuwe naar Oirschot. “Ik kon nu eenmaal niet met het bedrijf naar daar verhuizen. Gelukkig was Marianne het buitenleven wel gewend en het feit dat ze hier ook paard kon blijven rijden maakte voor haar de stap iets gemakkelijker”, vertelt Jack met een glimlach. In 2008 werkte hij, vers van de opleiding, vooral nog als agrarisch bedrijfshulp, maar hij was ook al doende in het bedrijf van vader Henk. “In 2009 vormden we samen een VOF en richtten we ons volledig op melkvee. Op het laatst hadden we 115 stuks, die zijn nu allemaal al weg”, zo wijst hij in de stille, nagenoeg lege stal. “Alleen wat jongvee nemen we mee naar Duitsland. Dat zijn eigenlijk Holsteiners, waar we zelf in de loop der tijd wat specifieke kenmerken in gefokt hebben. ‘Hedelsteiners’ noemen we die en we vinden het mooi om daarvan ook de lijn in Duitsland door te kunnen zetten.”

Forse investeringen

Hij vervolgt: “De intentie was altijd om een familiebedrijf te kunnen blijven, maar je moet wel met je tijd mee natuurlijk. In 2010 hadden we een forse investering met onze eerste melkrobot. Dat gaf ook meer vrijheid voor ons als boer: de koe bepaalt zelf het moment waarop ze gemolken wil worden, ze gaat de melkrobot in en alles gaat automatisch. Zelf bepalen we wanneer we een controleronde doen: je bent een stuk minder gebonden.” Daar hield het niet bij op, zo vertelt hij: de ontwikkelingen gingen door. “In 2013 kwam er een grotere stal en in 2014 kwam er een tweede melkrobot bij. Vrij snel daarna kwamen echter maatregelen vanuit het kabinet. Het teveel aan mest moest bijvoorbeeld verwerkt worden, zodat het geëxporteerd kon worden, of je moest het zelf kunnen afvoeren. Dan heb je weer meer grond nodig om de mest uit te rijden. Vervolgens was in 2015 de nieuwe stal klaar, maar toen ging het melkquotum eraf. Je kreeg toen fosfaatrechten voor de dieren die je op dat moment had. Voor ons kwam die timing erg ongunstig uit: we hadden de koerechten namelijk nog niet, maar al wel de investering in de stal gedaan.”

Opeenstapeling van regels

Dan beginnen de trubbels pas goed voor Jack en zijn vader Henk. “Een opeenstapeling van nieuwe regels die voor ons slecht uitpakten”, zo vat Jack samen. “In 2017 begon het stikstofverhaal. Onze uitbreiding moest ‘emissiearm’ worden, de oude stalvloer werd afgekeurd. Er kwam een nieuwe vloer, die veel minder uitstoot gaf, maar doordat de regels inmiddels waren aangescherpt werd die vloer ook weer afgekeurd, bijna direct na de oplevering. Het werkte voor ons heel frustrerend: waarom eerst vergunnen en dan weer alles afkeuren? Het niet meer verlengen van de mestderogatie voor Nederland binnen de EU kwam daar weer bovenop. Ik sta zelf ook heel erg achter het terugdringen van de uitstoot, maar je moet de boeren die meegaan in de nieuwe regels dan wel een toekomstperspectief blijven geven…”, verzucht Jack. De huidige uitkoopregeling bood voor de jonge boer ook geen soelaas. “Dan mag je nooit meer een veebedrijf beginnen, nergens in de EU. Dat wilde ik niet.”

Een lege stal

Wat rest zijn een lege stal, de eikenboom die zijn overgrootvader in 1908 plantte bij de start van Hedelstein en de trofeeën die de gedrevenheid in Hedelstein markeren, zoals het beeldje voor de legendarische koe ‘Suzan Hedelstein135’, ter gelegenheid van haar 100.000e kilo melkproductie. “Er blijft hier weinig over”, constateert Jack. “Mijn vader gaat nog een tijdje door, maar met veel minder koeien, vleesvee nu en er zijn wat hectares grasland naar mijn broer gegaan, voor een uitbreiding van zijn boomkwekerij.” Zijn vader mengt zich in het gesprek: “Het was voor ons altijd hobby én levenswerk. Het is niet alleen een economisch plaatje: het boeren is een wijze van leven die je niet zomaar ‘uit’ kan zetten.”

Weer vooruit kijken in Duitsland

Gelukkig gloort er nu weer een nieuwe toekomst voor Jack en zijn gezin, zij het over de grens dan. “Al vrij snel op onze zoektocht naar een bedrijf om over te nemen in het buitenland liepen we tegen het melkveebedrijf in Halver in Duitsland aan. Dat was echt een gelukkige tref. Dat bedrijf had qua grootte precies wat we zochten, met zo’n dertig hectare in eigendom en meer dan vijftig hectare langdurige pacht. Daar hebben we mogelijkheden om vooruit te kijken en te investeren, eventueel om te extensiveren. De regels zijn in Duitsland zeker niet minder streng, maar de overheid is er wel veel consistenter in haar beleid. Dat is gewoon nodig voor een verantwoorde bedrijfsvoering. Ook met de stoppende boer daar was de klik direct goed. Hij is ook trots op zijn bedrijf en blij dat het voortgezet kan worden door gemotiveerde mensen.”

Kleinkinderen op afstand

Zijn vader Henk knikt. “Ik ben er met Jack en zijn broer wezen kijken onlangs. De Duitse boer vond dat mooi, die interesse. Het zijn hartelijke mensen en ze hebben best lang gezocht naar goede opvolging. Ze zijn blij en net zo trots als wij. Jack en Marianne en onze kleinkinderen waren lang onze buren, nu zitten ze meer op afstand. Maar och, die 200 kilometer is wel te doen. Het belangrijkste is de toekomst, dat het goed voelt.”