In de afgelopen weken passeerden grote thema’s maar ook leuke belevenissen van onze lezers in mijn columns. Voor onze editie na de Pinksterdagen wil ik u eens laten bladeren in een groene week van uw eigen huisbioloog. Wat er zoals binnenkomt in de digitale brievenbus maar ook wat er gezien wordt in onze tuin in de groenste wijk van Oirschot, Landgoed De Stille Wille.
Vanuit Landgoed Beekersberg zorgt Theun Kemps bijna dagelijks voor een stroom plaatjes in de hoop weer nieuwe soorten toe te kunnen voegen aan de soortenlijst van zijn eigen natuurreservaat. Inmiddels staat de stand op 2532 soorten paddenstoelen, dieren en planten en per week komen er enkele bij. Deze week was het o.a. de bonte grasspringspin, een flink spinnetje, dat echter zo snel is dat de foto niet haarscherp geworden is.
Mei en begin juni is ook de tijd dat er geregeld vreemde vogelgeluiden toegestuurd worden. Aan mij dan de vraag om het gekras, gepiep of gezang te voorzien van een welluidende naam. Zo kwam er deze week een opname van wat waarschijnlijk jonge uilen zijn. Bij ons is de bosuil de meest algemene soort maar het was toch anders. Samen met de waarnemer werd toen verder gezocht en zijn conclusie was dat er eindelijk weer eens een ransuil een plekje gevonden had. Hoog in een verlaten kraaiennest en met succes één of meer hongerige en piepende jongen zover groot gebracht dat zij nu als takkelingen ergens een goed plekje gevonden hebben. Pa en ma weten met dank aan voortdurend gegil hun kroost terug te vinden en elke avond een sappige muis aan te bieden.
En dan was er natuurlijk ook het nodige wat langs kwam wandelen. Tijdens wat tuinwerk bij de buurvrouw zat er plotseling een kleine wespenboktor met bolle ogen mij aan te staren. Voor houten huizenbezitters zeker geen gevaar want hun jongen mogen opgroeien onder de bast van allerlei struiken en bomen. Vooral eik en beuk zijn geliefd maar ook de brem is een bekende waardplant. De kevers eten geen hout, zij kiezen voor stuifmeel als eiwit- en energierijk voedsel. Helaas bleken ook nu weer dat dit niet het enige dierlijk leven in de tuin was. Mijn lief werd door twee piepjonge teekjes uitgekozen voor een heerlijke maaltijd van lymfe vocht aangelengd met mogelijk een klein beetje bloed. Gelukkig zijn deze “nymfjes” zelden of nooit besmet met de gevreesde Lyme ziekte maar na het rigoureus verwijderen van deze kleine vampiertjes door haar eigen bioloog koos ze er toch voor om na een paar dagen het wondplekje nog maar eens te inspecteren. Je weet maar nooit.
Uit eigen tuin kwamen ook weer wat leuke vondsten. Net iets groter dan de jonge teekjes was een Japans beestje in onze iep. Geen geisha (wat niet alleen fraai geklede dame maar ook een klein bont gekleurd vlindertje is) maar een bizar gekleurde bladluis. Eens meegekomen met Aziatisch plantgoed, ergens in Europa ontsnapt en inmiddels op veel plaatsen op Hollandse iepen te vinden. Maar de meest bizarre vondst was een schimmel die vliegen verandert in zombies. Als spore het lijf van de vlieg binnendringend, razendsnel uitgroeiend gevoed door lichaamsvloeistof en uiteindelijk in de drie hersenknopen van de kop uitkomend. Daardoor verandert het gedrag van de vlieg, deze wordt sloom, klimt omhoog, spreidt zijn vleugels en sterft dan. Direct daarna groeit de schimmel naar buiten en zijn sporen gaan op zoek naar een nieuw slachtoffer.
Letterlijk horror in de dierenwereld.