Brabant is een gulle provincie maar koninginnen leveren past mogelijk niet helemaal in ons dagelijks patroon. Met liefde en aandacht ontvangen we graag onze Argentijnse koningin maar daar blijft het meestal bij. Gelukkig kwam uit Oostelbeers ander nieuws. Stephen van Helvoort meldde aan ons weekblad dat in Oostelbeers een warme thuisbasis is voor verweesde koninginnen. Uit zijn bericht blijkt direct dat er geen sprake is van gekroonde hoofden maar van de grootste en voor vele mooiste dagvlinder van ons land: de koninginnenpage.
In een eerdere column werd al gemeld dat het slecht gaat met onze vlinderstand. Zelfs algemene soorten verdwijnen of worden in steeds kleinere aantallen gezien. Koninginnenpages weten zich echter nog redelijk te handhaven. Het warmer wordende klimaat heeft ze zelfs de kans gegeven zich ook boven de grote rivieren te wagen. Daar kwam nog eens het ecologisch bermbeheer bij waarmee ook de wilde peen, het lievelingsvoedsel van haar rupsen, nieuwe kansen kreeg. Toch blijft het elk jaar spannend hoeveel poppen uiteindelijk de vaak natte winter zullen overleven. Stephen heeft zich juist daarom het lot van deze prachtige vlinder aangetrokken. Met veel geduld en aandacht probeert hij al een aantal jaren rupsen de juiste condities te bieden om hun cyclus rond te maken. En dat gaat goed, elk jaar verlaten diverse koninginnen hun veilige thuis in Oostelbeers. Grote vraag blijft wel of de koninginnenpage die op 3 mei rond Landgoed de Stille Wille werd gezien ook uit Oostelbeers kwam.
Zorg voor opgroeiende vlinderrupsen en – poppen is echter specialisten werk. Veel gemakkelijker is het om te beginnen bij de eigen tuin of balkon. Plant of zaai rijke nectarplanten waar vlinders blij van worden. Een vlinderstruik mag uiteraard maar gewoon een hoekje met Nederlandse wilde planten is nog beter. Op de websites van zowel de Vlinderstichting als Natuurmonumenten wordt uitgebreid uitgelegd hoe u kan beginnen met een vlindertuin. Beide organisaties maken een combinatie van zorg voor de dagelijkse hap voor de volwassen vlinders en daarnaast een groene boterham voor de rupsen. Een vuilboom bijvoorbeeld. Bloeit maanden achter elkaar en het blad wordt met smaak gegeten door de citroenvlinder. Tegen de heg een hoekje waar wilde grassen en wat brandnetels hoog mogen uitgroeien. Ideaal voor zandoogjes en landkaartjes. En dan de klimop. Geen wurger van bomen zoals velen nog steeds met droge ogen durven beweren maar de late bloei geeft ook in september nog een rijke nectaroogst. Bladeren en knoppen zijn in trek bij het boomblauwtje, een kleine soort die het in tuinen nog redelijk goed doet. En als de winter aanklopt nu eens niet de tuin geheel opruimen en “schoon” afleveren. Poppen maar ook overwinterende rupsen kruipen weg in het strooisel of net boven het maaiveld hangend aan hun voedselplant. Dagpauwoog en atalanta kruipen graag in een schuurtje. Laat ze rustig hangen en breng ze vooral niet naar buiten. Als de temperatuur weer omhoog kruipt vinden ze zelf de route naar buiten.
Ook eens starten met zorg voor onze vlinders. Op https://www.natuurmonumenten.nl/wilde-bloemen kunt u gratis een pakje wilde bloemen zaden aanvragen waarmee ook uw tuin of bloembak een vlinderparadijs kan worden.