Het wordt weer eens tijd voor een column met bijzondere natuurverschijnselen. Geen journalistiek verslag of proclamatie tegen verdergaande vernietiging van ons groene Brabant, maar puur natuur. Soms vind ik inspiratie in tuin of bos, soms lezend in Nature Today of mails van onze gewaardeerde lezers maar voor deze column komt het uit het door velen inmiddels in de digitale prullenbak gesmeten Facebook. Hoewel in eigendom bij hielenlikkend grootkapitaal en volgens velen vol met nep nieuws, is het voor mij nog een steeds een waardevolle gemeenschap van gelijkstemmende geitenwollen sokken biologen. Vandaag komt een collega op bezoek die zijn interesse aangeeft met slechts één woord: “Xylobionten”. Voor u tong brekende geheimtaal, maar voor mij meteen een prachtig onderwerp voor vandaag. Het wijst naar een verborgen, altijd in het duister gehulde wereld waar geknaagd, gejaagd en geklopt wordt.
“Xylobiont” staat voor levend van en/of in hout. Voor vegetariërs een uitdagend bestaan want hout is zonder hulp niet of nauwelijks te verteren. Alleen schimmels zijn in staat houtpulp af te breken tot verteerbare suikers en water. En dat zie je dan ook meteen terug aan de levensduur van hun jeugdstadium. Iedereen die wel eens wilgen geknot heeft kent wel de wilgenhoutrup. Ruim drie jaar doet deze rups er over voordoet ze uitgegroeid is tot een pink-dik worstje. Pas dan komt ze uit de wilg, gaat verpoppen en zal uiteindelijk als vlinder maar een paar dagen leven. Eten kunnen ze niet, alles draait om voortplanting. Ook in uw geliefde bessenstruikenof framboos kan een dergelijke xylobionte vlinder schuil gaan: de bessen- en de frambozenglasvlinder. Binnen een jaar hebben hun rupsen complete takken uitgehold.
“Xylobionten” kennen velen als in hout levende kevers. Boktorren bijvoorbeeld. Soms met kachelhout meekomend en dan kan het gebeuren dat er plotseling een prachtige kever met lange sprieten over uw houtstapel rondscharrelt. Ook in timmerhout kunnen boktorren voorkomen maar de meeste van deze soorten zijn tegenwoordig zeldzaam. Veel algemener zijn allerlei klopkevers en snuitkevers. Het doodskloppertje bijvoorbeeld. Deze heeft zijn naam gekregen door een wel heel bizar gedrag. Terwijl de larfjes rustig huis en haard naar binnen werken hebben de volwassen kevers de bijzondere gewoonte om door klopsignalen een partner naar hun gang te lokken. In vroeger tijden werd dit als een voorteken van een naderend sterfgeval gezien. Nog bekender is de letterzetter. Ook in Oirschot zijn deze nijvere insecten volop actief. Verdrogende fijnsparren verzwakken en dat is het moment dat de letterzetter toeslaat. De dames wringen zich met hun stompe kop in een bastspleet en knagen direct onder de schors een gang uit. Op geregelde afstanden worden eitjes afgezet en de uitkomende larven gaan direct aan de slag. Zijgangen uitknagend, vaak kronkelend, soms even rechtdoor en zo een prachtig letter patroon uittekenend. Helaas is het gevolg dat de toch al kwakkelende boom nu helemaal gaat hemelen. De sapstroom wordt afgesneden en wat overblijft is een kerstboom getooid met bruine naalden en krakend afbrekende takken.
“Xylobionten” lijken een redelijk veilig bestaan te hebben. Alleen spechten zijn in staat hun schuilplaats open te hakken. Maar het gevaar is echter overal. Larven van vuurkevers bijvoorbeeld. Uitgerust met enorme kaken weten ze wel raad met elke sappige keverlarf. En de bokkenrover heeft niet voor niets deze naam gekregen. Weerloze boktorlarven verdwijnen als sneeuw voor de zon als deze kniptor juist zijn geliefde stuk hout ontdekt heeft.
“Xylobionten” vormen een bijzondere maar voor ons onzichtbare leefwereld.