Afgelopen week was er een bijna vergeten verschijnsel aan de grauwe hemelboog te zien. Een lichte plek in de wolken, rond van vorm en herinneringen oproepen aan heerlijke zomerse momenten. De zon kwam terug na een mistige en waterkoude start van januari. Als fervent winter hater had uw columnist eindelijk weer een reden om naar buiten te gaan. In het groen leek het echter of de somberheid van december en januari er nooit geweest was. Koolmezen zongen hun fietspompliedje, grote bonte spechten roffelden vrolijk door en in een rustig hoekje zat een merelman een melodietje zachtjes te oefenen. En er was meer, laag bij de grond lachten de eerste bloemen de dag tegemoet.
Sinds de natuurorganisatie Floron de oudejaars plantenjacht op de kalender gezet hebben weten velen dat bloemen echt niet de start van het voorjaar aankondigen. Twaalf maanden lang mag de flora op tafel liggen. Voor het winterseizoen begint het feest al in de herfst. Zodra vrijwel de gehele kruidlaag in winterrust gaat begint het bijna letterlijk te borrelen in de plotseling kale grond. Zaden die minstens een half jaar geduldig hebben gewacht ontkiemen, sturen een worteltje naar beneden op zoek naar een slok water en laten een iel stengeltje voorzichtig boven de grond uitkijken. Voldoende licht en ruimte beschikbaar? Dan kan de grote race beginnen. Voordat al die vervelende grassen, koekoeksbloemen en zuring planten luidruchtig het groene toneel op banjeren moeten ze hun cyclus voltooien. Blad vormen voor de broodnodige suikers, knoppen en bloemen aanleggen en het aller belangrijkste: zaden produceren. Deze winterannuellen zoals biologen ze noemen hebben aan een paar maanden voldoende om alles te doen wat het leven van hun vraagt: het voortbestaan van hun soort in stand houden.
Om dit bijzondere verschijnsel zelf eens te zien hoeft u niet ver de deur uit. In deze weken gebeurt het letterlijk op de stoep. Vroegeling bijvoorbeeld. Een voegje tussen de tegels, een klein beetje zand en vooral heel veel licht, meer is er niet nodig. Een boeket kunt u er niet van plukken, vijf tot tien centimeter voor een vroegeling is meer dan genoeg. Het witte bloemetje is maar een paar millimeter in doorsnee. Voor bestuivende insecten is het veel te koud maar ook daar heeft vroegeling een oplossing voor gevonden. Gewoon zelfbestuiving met eigen stuifmeel of eventueel met wat korrels van een naburig plantjes die door regendruppels meegenomen zijn. Uiteraard is er een risico op inteelt maar dat wordt voor lief genomen. Er zal altijd zoveel minuscule zaadjes gevormd worden dat er wel wat gezonde plantjes uit de kiemplantjes van komende herfst uit zullen groeien.
Andere winterannuellen zijn te vinden rond laan- en straatbomen. Een groene wirwar met wat vlezige, ruitvormige stengels met ook al witte mini bloempjes. Klein bronkruid wordt vaak over het hoofd gezien maar is veel algemener dan gedacht. Wandelaars op de Landschotse Heide kunnen op en langs de paden uitkijken naar heidespurrie. Veel bescheidener dan de gewone spurrie uit volkstuintjes en niet al te zwaar bemeste akkers en midden in januari bloeiend. Op dezelfde plek kunt u ook uitkijken naar klein tasjeskruid. Nog kleiner dan heidespurrie en vaak pas opvallend als de bloei begint.
Winterfleur, klein maar fijn.