Ongezien, ongekend verdwijnen ze uit ons landschap. Wezels en hermelijnen, ortolaan en veldleeuwerik voor de generatie van nu zijn het slechts puzzelwoorden waarmee misschien een prijs gewonnen kan worden. De kleine roofdiertjes weten het op verborgen plekjes vaak nog wel even vol te houden maar met een slecht muizenjaar zoals in 2024 krijgen ook zij het erg makkelijk. Van de boerenlandvogels is vrijwel niets meer over. Ook vleermuizen krijgen het steeds moeilijker. Alleen de muggenetende dwergvleermuis weet redelijk stand te houden maar grote soorten als laatvlieger en rosse vleermuis hangen bijna letterlijk met hun achterpootjes aan de laatste strohalm.
Vleermuizen hebben altijd iets magisch gehad. Je ziet ze nauwelijks en je hoort ze al helemaal niet. Verhalen verbonden ze met hekserij, duivels en nachtelijk gevaar. Toch best bijzonder als je bedenkt dat uilen juist vogels van de wijsheid zijn. Ook zij worden nauwelijks gezien en kunnen in het volledig duister geruisloos hun prooi vinden. Maar voor vleermuizen zijn veel mensen gewoon bang. Ze vliegen in je haar of drinken je bloed als vampiers. Nu is het eerste totaal onmogelijk want vleermuizen kunnen zelfs het kleinste haarbosje op een verder kale kop feilloos uittekenen met dank aan hun echolocatie. En vampiers? Zelfs Vlad de Spietser, ook wel Dracula Vlad genoemd, heeft in zijn Roemeense burcht nooit een bloed drinkende vleermuis kunnen ontmoeten. Alleen in Midden-Amerika komen ze voor en deze gespecialiseerde diertjes zijn alleen maar geïnteresseerd in runderpoten.
Brabantse vleermuizen hebben inmiddels een complete waslijst aan bijna onoverkomelijke uitdagingen. Als eerste natuurlijk hun dagelijkse portie insecten. Voor kleine soorten als meer-, water en dwergvleermuis lijkt er nog weinig aan de hand. Elke nacht een paar duizend vliegen en muggen lukt nog wel. Maar voor laatvlieger, grootoor- en rosse vleermuis is het een ander verhaal. Zij hebben nachtvlinders en kevers nodig om hun buik vol te eten. Een paar weken dolle pret met meikevers is niet voldoende om het jaar door te komen. Vooral de vlinders zijn in nog geen twintig jaar zwaar gedecimeerd. Een tweede probleem is echter nog erger. Rosse vleren gebruiken graag holle bomen voor hun kraamkolonies maar laatvliegers hebben toch echt spouwmuren en kerkzolders nodig. Steeds meer geschikte ruimtes verdwijnen door sloop van oude gebouwen, afsluiten van invlieg openingen of door simpelweg volspuiten van spouwmuren. Dwerg en grootoor willen nog wel eens genoegen nemen met een ruime vleermuiskast maar laatvlieger trekt daar zijn zwarte neus voor op. Helaas helpen wettelijke beschermingsmaatregelen maar gedeeltelijk. Nog steeds wordt er illegaal gesloopt en zonder zorgvuldig onderzoek muren geïsoleerd.
Als wij zo doorgaan kunnen we binnenkort ook diverse vleermuissoorten bijschrijven op de inmiddels meterslange lijst van verdwenen soorten. Ongezien, ongekend verdwenen.