In het eerste nummer van ons Oirschots Weekjournaal begint elke schrijver, columnist en redacteur uiteraard met het uitspreken van de beste wensen voor u, geachte lezer. Uiteraard sluit ik mij daarbij aan en kan met genoegen direct een voorgesteld onderwerp bij zijn of haar lurven pakken. Mollen, daar moest maar eens wat overgeschreven worden vond een lezer uit de groenste wijk van onze gemeente.

Met oud en nieuw nog vers in het geheugen vraag ik mij dan meteen af wat hier bedoeld wordt. Mollen in de zin van het zwarte zoogdier met als welluidende naam Talpa europea of mollen als werkwoord. Want dat bleek, ook in ons zalige Brabant, weer eens de meest favoriete activiteit voor min of meer bezopen lieden tijdens de jaarwisseling. Mollen van openbare voorzieningen was al gewoonte tijdens mijn kindertijd. In de jaren zestig waren het nog alleen verkeersborden die gemold werden, tegenwoordig is het alles wat maar enigszins uit de grond te trekken is. En lukt dat niet? Hup, een Cobra 6,8 of 10 er in en kijk eens hoe stoer we zijn. Particulier bezit werd niet gemold in die tijd maar wel ontvreemd. Slepen werd dat genoemd. Vuilnisbakken, tuinmeubilair en zelfs complete beelden doken op bij de buren of aan de andere kant van de wijk. Tegenwoordig is het naar een wat hoger plan getild. Een fiets van Goliath verhuisde naar een andere provincie. En voor de echte mollers zijn er altijd nog wel politie auto’s die uitstekend blijken te branden.

Maar terug naar de vraag. De dame in kwestie die graag wat over mollen wilde lezen had de vraag bewust graag aan Boele) Natuur omdat zij, en velen met haar, niet gecharmeerd zijn van het werk wat door onze zwarte wormeneter verricht wordt. En dat terwijl het bezoek van dit dier juist een compliment is voor elke tuin. Zeker in onze bijna steriel geworden wereld waarin zwaar bemeste akkers en weilanden het bodemleven totaal hebben laten verdwijnen is elke mol op zoek naar wormen reservaten. Een tuin waar nu eens geen kerkhof van tegels gerealiseerd is betekent voor hem of haar eindelijk een gevulde maag. Uiteraard moet er wel wat werk verzet worden om bij een fraaie blauwkopworm of mestworm te komen maar dat levert ook gangen op waarmee lucht in de bodem kan doordringen. Waar wij echter minder blij van worden is het nodige restmateriaal wat als molshoop naar boven gewerkt wordt. Vooral in de spannende paartijd wordt er stevig gegraven want een mol en daglicht is geen fijne combinatie. En omdat mollen ook nog eens territoriaal zijn heeft meneer een enorme uitdaging om uiteindelijk bij mevrouw te komen. Als dat eenmaal gelukt is, en het feest is achter de rug, neemt hij snel weer het ondergrondse hazenpad richting het eigen vertrouwde huis.

Een echte mollen hater moet zich wel realiseren dat mollen niet alleen wormeneters zijn. Emelten (larven van langpootmuggen), ritnaalden(larven van kniptorren) en engerlingen (larven van meikevers) zijn delicatessen voor elke mol. Is uw gazon echter belangrijker? Dan zijn er ook middelen om de mol beleefd maar wel dringend te verzoeken op te krassen. Klemmen en andere moorddadige materialen werken totaal niet. Elke dode mol betekent een leeg territorium en voor u het weet klopt de volgende aan. Wat wel helpt is voorzichtig een molshoop afgraven, de gang openleggen en er stinkende materialen inleggen. Narcisbollen zijn een probaat middel;, knoflook helpt ook goed en fervente hondenliefhebbers stoppen er een visitekaartje van Fikkie in. Gif gebruiken is voor particulieren niet toegestaan. En wordt het al te gezellig? Dan is er altijd nog de kat.

Goed voornemen voor 2025: leer eens te leven met de mol en zaai gras of wilde bloemen op een molshoop.