Ondanks het gegeven dat 2024 in de vlinderboeken is bijgeschreven als slechtste jaar ooit, ondanks het feit dat andere bestuivers als bijen en zweefvliegen opnieuw nog meer onder druk gezet zijn, ondanks de constatering dat Nederland steeds verder verstikt zijn er voldoende groene toppers te vinden waarmee we dit jaar toch met een klein pluspuntje kunnen afsluiten.
2024 was het jaar dat we opnieuw konden genieten van enkele fleurige gemeentelijke bermen. Zowel de Kempenweg als kleine stukjes tussen Oost- en Middelbeers beginnen zich steeds beter te ontwikkelen. Blauw slangenkruid, gele en witte honingklaver en witte margrieten zorgden voor een rijke maaltijd voor diverse soorten zandbijen, zandoogjes en penseelkevers. Buiten deze juweeltjes is er voor hun echter steeds minder te vinden en dan worden ze ook nog eens belaagd door bestrijdingsmiddelen of een verkeerd maaibeleid. Gelukkig ging dat dit jaar bij de Kempenweg goed. Pas in de herfst werd er gemaaid zodat zaden niet verloren gingen en overwinterende insecten tijd hadden om diep in het strooisel een goed plekje konden vinden.
2024 was opnieuw een prima jaar voor de boomkikkers in de Mortelen. De resultaten van een integraal beleid worden steeds zichtbaarder. Herstel van poelen samen met revitalisering van houtwallen maar ook het vasthouden van water samen met een extensief beheer van hooilanden hebben voor een steeds verder uitdijende groep van deze zeldzame amfibieƫn gezorgd. Maar het letterlijk opbloeiende landschap biedt ook ruimte aan verdwenen broedvogels zoals grauwe klauwieren.
2024 was ook het jaar dat er op een klein particulier landgoed in de westelijke punt van onze gemeente bijna, en mogelijk zelfs net iets meer, 2500 dieren, planten en paddenstoelen werden aangestreept door een team van biologen en natuurspecialisten Ondanks de ook daar geconstateerde achteruitgang van de natuur werden er twee sluipwespen gevangen die nooit eerder in Nederland gezien waren, een jagende rode wouw gaf in het vroege voorjaar visioenen van terugkerende roofvogels en werden er 495 soorten nachtvlinders tussen januari en december gezien. Samen met de daar voorkomende dagvlinders resulteerde dat in 23 procent van de Nederlandse vlinderfauna op een natuurpareltje van zeven hectare.
2024 werd het jaar van de bruinrode heidelibel. Niet eerder was deze libel zo massaal aanwezig. Van juni tot november werden er duizenden gezien. Zeker naarmate het jaar vorderde leken het er steeds meer te worden. Niet alleen rond vijvers en poeltjes met flink wat waterplanten maar ook in bloemrijke weilanden en langs bospaden werden ze gezien. Daarbij moet wel direct opgemerkt worden dat juist deze soort een echte zwerver is. Tientallen kilometers vliegen is geen enkel probleem en veel van de herfst waarnemingen betreffen dan ook exemplaren die van ver gekomen is. Of het in 2025 weer zo goed zal gaan blijft onzeker. Nederland is en blijft voorlopig nog wel even kampioen watervervuiling.
Uw columnist wenst u een stralend groen 2025 met nog meer toppers toe.