Wie de komende tijd een politieauto door Oirschot ziet rijden, heeft kans twee nieuwe gezichten tegen te komen. Menno Pijnenburg (29) en Joris Kox (33) zijn de nieuwe wijkagenten van Oirschot. Samen met John Soetens (54), die al twee jaar werkzaam is in de Beerzen en Spoordonk, vormen zij het vertrouwde gezicht van de politie in onze gemeente. Drie verschillende mannen, maar met één duidelijke overeenkomst: ze willen vooral tijd maken voor de mensen.
Door Marcia Engelander - van den Wittenboer
De komst van Menno en Joris volgt op het vertrek van twee bekende gezichten. Carolien Abrahams werkte maar liefst 23 jaar in de gemeente Oirschot en heeft inmiddels haar plek gevonden in Bergeijk. Perry van Zuydam ging met pensioen. Voor John Soetens is het wijkwerk inmiddels niet meer nieuw. De 54-jarige agent maakte twee jaar geleden de overstap, na 24 jaar als noodhulpagent en studiebegeleider. Een overstap waarvoor hij bewust koos.
”Echte verbinding met de burger, dat heb ik gemist”, vertelt John. ”Bij 112 worden als het ware pleisters geplakt. Het is snel hulp bieden en je bent weer weg. Nu leer je de mensen kennen, kun je echt hulp bieden en kennen de mensen mij inmiddels ook.”
Die woorden worden direct herkend door zijn twee nieuwe collega’s. Menno werkte zes jaar als noodhulpagent. Joris werkte jarenlang bij de gemeente, aan de andere kant van de samenwerking met de politie. Toch besloten beiden bewust de stap naar het wijkwerk te zetten.
”Ik zocht meer diepgang”, vertelt Menno. ”In plaats van gestuurd te worden en ergens kort aanwezig te zijn, wil ik investeren in dingen die echt belangrijk zijn.”
Joris begon in 2022 vanuit zijn opleiding als wijkagent in Stratum, Eindhoven. ”Een verbindende rol hebben, naast hulp bieden door in contact te staan met instellingen, snel kunnen schakelen, maar ook een stukje nazorg bieden, vind ik belangrijk”, aldus Joris.
Netwerk
John weet inmiddels dat goed wijkwerk draait om kennen en gekend worden. ”Dat kost zeker wat tijd in het begin. Vooral het eerste jaar zullen de twee bezig zijn om hun netwerk op te bouwen.” Hij legt uit: ”Mensen die betrokken zijn bij de gemeenschap moet je weten te vinden en uiteraard moeten zij jou ook weten te vinden. Er zijn altijd belangrijke mensen, kartrekkers en sleutelfiguren die weten wat er speelt in de wijk.”
De drie zien juist daarin de kracht van hun werk. Niet alleen komen wanneer er iets aan de hand is, maar ook het gesprek aangaan als er op dat moment niets hoeft te gebeuren. ”En ook dat stukje nazorg kunnen verlenen”, zegt Joris. ”Nog even langsgaan of contact zoeken nadien. Er zit wellicht een problematiek achter en daar kunnen we gerichter bij helpen door de juiste instanties in te schakelen.”
De wijkagent staat daarin niet alleen. Er zijn korte lijnen met onder meer de gemeente, dorpsondersteuners en andere hulpverlenende instanties.
Meldingsbereidheid
Wat hopen de drie de komende tijd in Oirschot te bereiken? Daar hoeven ze niet lang over na te denken ”De meldingsbereidheid mag omhoog”, zeggen ze bijna in koor. ”Van verdachte situaties tot dierenverwaarlozing: als inwoners iets zien waarvan ze denken dat het niet klopt, mogen ze dat doorgeven. Op die manier houden we het veilig in de gemeente.” Menno benadrukt: ”Alle problematiek waar de politie mee te maken krijgt, speelt ook in Oirschot. Misschien op kleinere schaal, maar je hebt het overal.”
Benaderbaar
Tegelijkertijd willen de drie vooral laagdrempelig en benaderbaar zijn. Voor Menno en Joris lijkt dat in Oirschot geen straf te worden. Beiden noemen zichzelf echte dorpse jongens en herkennen die cultuur ook hier. ”Mensen zijn aardig, maken een praatje en er wordt naar ons gezwaaid”, vertelt Joris. ”Op die manier kunnen we ook makkelijk ’levelen’ met de mensen uit het dorp”, vult Menno aan. En hoewel ze alle drie het vak uiterst serieus nemen, hoeft het volgens de nieuwkomers niet altijd streng en zwaar te zijn. Een lach en een grap horen er ook bij. ”Het hoeft niet allemaal te serieus”, zegt Menno.
John kijkt zijn twee jongere collega’s lachend aan en vat het mooi samen: ”We zijn de autoriteit, maar we zijn niet autoritair.”
