Op 15 april 1972 werd in Oost-, West- en Middelbeers voor de eerste keer een slipjacht gehouden. Het initiatief hiertoe was genomen door barones Van Tuyl van Serooskerken uit Middelbeers. Burgemeester Verwiel was bijzonder trots op dit paardenevenement in zijn gemeente en ontving het sportieve gezelschap dan ook op het gemeentehuis, waar onder het genot van een ‘exquis wijntje’ kennis werd gemaakt met dhr. en mevr. Verwiel, de beide wethouders en de gemeentesecretaris. De burgemeester sprak de hoop uit dat barones Van Tuyl van Serooskerken van deze slipjacht een jaarlijkse traditie zou maken.
De Beerse bevolking greep de buitenkans om de start van een slipjacht mee te maken maar al te graag aan en bewonderde de paarden, de amazones, de ruiters en de honden. Daarbij was men getuige van een bijzonder gebruik: er werd een dronk uitgebracht op het welslagen van de slipjacht. Hiervoor ging een door de barones aangeboden stijgbeugelbeker, gevuld met sherry, rond nadat huntmaster L.A. de Beer van de Veluwehunt als eerste had gedronken. Volgens een artikel in het Nieuwsblad van het Zuiden van 17 april toonde één persoon zich niet enthousiast over dit gebeuren: “Dat was het serveerstertje van de gemeente, die de stijgbeugelbeker moest laten rondgaan in het hoog te paard gezeten gezelschap. Zij moest aan de lopende band de brutaal snuffelende meute honden van de Veluwehunt en de fecaliën van de paarden ontwijken.”
Een slipjacht is een nabootsing van de oude, inmiddels verboden traditie van de parforcejacht, waarbij een dier net zo lang door een grote groep honden en jagers wordt opgejaagd tot het van uitputting bezwijkt. Bij de slipjacht volgt een gedisciplineerde groep Engelse foxhounds, genaamd de meute, een door sliptrekkers gemaakt kunstmatig vossenspoor van enkele kilometers. De Master Huntsman leidt de slipjacht, geassisteerd door enkele geoefende ruiters. Zij worden op enige afstand gevolgd door deelnemers, gekleed in klassiek ruitertenue. Het spoor leidt de honden en de ruiters door het lokale landschap, zoals een vos dat ook zou doen, waarbij natuurlijke hindernissen zoals greppels, omgevallen bomen, sloten en heggen overwonnen moeten worden. Het traject van de eerste Beerse slipjacht door het Beerse natuurschoon was uitgezet door onder anderen de barones en dhr. Soethout en kon op zijn minst uitdagend genoemd worden. Het Nieuwsblad van het Zuiden vermeldt hierover op 17 april 1972: “De deelnemers aan de jacht werden geconfronteerd met schier onoverkomelijke hindernissen. Kletsnatte dressjes van enkele ruiters vormden hiervan de stille getuigen. Zij konden hun edele viervoeters bij een beekovergang niet meer de baas.”
De wens van burgemeester Verwiel in 1972 kwam uit: de slipjacht zou een jaarlijks terugkerend evenement worden. In 1982 was het echter bijna gedaan: de partij ‘Beers Welzijn’ diende een initiatiefvoorstel in om de vergunning voortaan te weigeren. Aanleiding hiervoor was het gerucht dat de deelnemers aan de slipjacht niet zouden hebben gezocht naar een achtergebleven jachthond van de Veluwehunt. Nader onderzoek wees echter uit dat dit gerucht niet op waarheid berustte, waarna het voorstel werd ingetrokken. Burgemeester Grem, die niet gelukkig was met het initiatiefvoorstel, merkte op dat de gemeenteraad helemaal niet kon beslissen over het wel of niet doorgaan van de slipjacht; dat kon alleen de burgemeester. En die wilde de slipjacht heel graag in zijn gemeente houden.
(Tekst: Joke van Ham, heemkundekring “Den Beerschen Aard”; foto: krantenknipsel uit het Nieuwsblad van het Zuiden uit het archief van de kring.)
