Op 18 april is het precies 80 jaar geleden dat er een getypt briefje op het aanplakbord bij de kerk in Middelbeers hing. Sjef Smulders, waarnemend burgemeester, en Frans de Laat, 1e ambtenaar op het gemeentehuis, nodigden voetbalminnende Beerzenaren uit om na de hoogmis in café Kerkzicht te komen praten over het oprichten van een voetbalclub. Deze oproep was niet aan dovemans oren gericht: er waren meteen 37 leden, Beerse Boys was ‘geboren’. En dat was in die tijd een hele prestatie. Net na de oorlog was er gebrek aan alles en veel huizen en boerderijen in de Beerzen waren beschadigd of verwoest. Vóór de oorlog had Beerse Boys ook al bestaan, maar rond 1937 is deze ter ziele gegaan. Over de oorzaak hiervan bestaan verschillende verhalen: mogelijk waren er te weinig leden of was de schuld bij ‘den brouwer’ te groot geworden. De heroprichting van Beerse Boys in april 1945 werd wel een succes: het 80-jarig jubileum is het bewijs!
Ook in Oostelbeers werd net na de oorlog een voetbalclub opgericht: OVS. Via de Oirschotse brouwer kreeg OVS een terrein aan de rand van ‘de staat’, dat na veel werk van vrijwilligers een voetbalveldje genoemd kon worden. Beerse Boys voetbalde vanaf de start in 1945 op een buntveldje aan de Westelbeersedijk, waar ook voor de oorlog al gevoetbald werd door de eerste Beerse Boys.
Fusieclub
In 1950 fuseerden Beerse Boys en OVS, door bemiddeling van burgemeester Mevr. Smulders- Beliën, en gingen ze samen verder onder de naam Beerse Boys. Het eerste bestuur van de fusieclub bestond uit drie mensen uit elke kern: Jan van Hoof werd de voorzitter, Jac van Eeten penningmeester, Frans de Laat werd penningmeester en Gerrit de Bruyn, Tinus Schilders en Jan van Gestel werden allen commissaris. Na de fusie werd het veld van OVS als beste gekwalificeerd en werd er dus in Oostelbeers gevoetbald. Maar het (heide)veld was slecht, bij regenval liep het half onder water, het veld was te klein, er groeide nauwelijks gras en er was geen enkele accommodatie. Het toenmalige Beerse Boys-bestuur vroeg de gemeente om hulp en die kwam er. Aan de Hertog Janstraat, tussen Oostelbeers en Middelbeers werd door de gemeente een stuk grond aangekocht, dat in 1952 ingezaaid werd. Toch moest Beerse Boys nog tot 1954 wachten om daadwerkelijk op dit voetbalterrein te mogen spelen: het grasveld moest eerst twee jaar blijven liggen. Maar toen dat wel mocht, had Beerse Boys niet alleen de beschikking over een nieuw voetbalveld, ook de nieuwe accommodatie mocht er zijn. In een gebouwtje aan de Hertog Janstraat, dat er nu nog steeds staat, waren twee kleedlokalen, een scheidsrechterslokaal, een ‘winkeltje’ van 2 x 2 meter en een sanitaire voorziening bestaande uit een rij urinoirs ondergebracht.
Rivaal uit Diessen
De eerste wedstrijd op het nieuwe sportpark werd een groot feest! Grote rivaal RKDSV uit Diessen werd uitgenodigd om de openingswedstrijd tegen Beerse Boys te spelen en burgemeester Smulders deed de aftrap. Leen de Bruyn opende haar winkeltje. Via een luik dat omhoog gezet kon worden, verkocht ze koffie, thee, bier, frisdrank en snoep. Een openluchtkantine dus, met enkel staanplaatsen. Trainen deed Beerse Boys in de beginjaren nog op een veldje aan de Kuikeindseweg, waar nu de opslagplaats van Mensink ligt. Vanaf 1968 kwamen er een tweede voetbalveld en een trainingsveldje (langs de Hertog Janstraat) bij. Er kwam zelfs verlichting op het trainingsveldje: twee oude bouwliften van Hek BV met lampen erop, wat een luxe was voor die tijd! Intussen groeide de wens naar een eigen clubgebouw en toen voorzitter Frans de Laat en secretaris/ penningmeester Giel van Haaren hoorden dat Jan Hems een noodgebouw tegenover het parochiehuis in Middelbeers af wilde breken, grepen ze hun kans. Beerse Boys kreeg in 1970 het houten gebouwtje cadeau van Jan Hems en de club had zijn zeer gewenste kantine. Met kantinebeheerders Ries en Lien Versteeg achter de tapkast werd ‘de derde helft’ bij Beerse Boys een belangrijk onderdeel van de voetbalactiviteiten. Toen in 1976 de huidige kantine geopend werd, verhuisden Ries en Lien mee.
In 1971 kreeg het sportpark zijn huidige naam ‘De Klep’. Een deel van de voetbalvelden ligt op een perceel dat al in verpondingen van 1687 ‘De Klep’ wordt genoemd. Eén van de betekenissen van de naam ‘De Klep’ is ‘afsluiting’; mogelijk komt de naam hier vandaan, omdat dat terrein, dat voorheen een belangrijk landbouwgebied was, met een hek of klep afgesloten was.
Beerse Boys zou in de loop der jaren uitgroeien tot de grootste vereniging van de Beerzen en de club worden die ze graag wil zijn, zoals toenmalig voorzitter Peter van Gerven in 2005 in de jubileum-Punter schrijft bij het 60-jarig bestaan: “Beerse Boys wil geen club op zichzelf zijn, maar een vereniging in en voor de gemeenschap, waar iedereen zonder terughoudendheid mag ‘binnenkomen’ en waar iedereen lid van mag en moet kunnen worden.”
