Het is een groot mysterie bij het Sint-Sebastiaangilde. Een kleine, goudkleurig glanzende speerpunt die al meer dan honderd jaar tot het bezit van het gilde behoort, blijkt bijna drieduizend jaar oud te zijn. Ooit was het een wapen uit de late bronstijd. Later kreeg het een tweede leven als versiering op een ceremoniële dekenstaf. Maar hoe kwam een voorwerp uit ongeveer 800 voor Christus uiteindelijk bij een Oirschots gilde terecht? Precies dat blijft een raadsel.
Door Marcia Engelander-van den Wittenboer
De speerpunt kwam in 1992 onder de aandacht van toenmalig burgemeester van Oirschot, amateurarcheoloog en gildegenoot Frits Speetjens. De dekenstaf stond normaal gesproken bij ere-archivaris Antoon van Esch thuis. Uit diens nauwkeurig bijgehouden inventarislijsten bleek dat de staf al sinds 1912 eigendom was van het gilde. Maar waar hij vandaan kwam, was onbekend.
”Frits ontdekte de dekenstaf. En dacht: die kan weleens heel oud zijn”, vertelt Wim van den Biggelaar, voorzitter van de archiefcommissie.
Er zou destijds onderzoek worden gedaan. Een rapport moest duidelijkheid geven, maar toen het gilde in 2024 opnieuw in de archieven dook, liep het spoor dood. ”Toen wij in 2024 het archief erop nakeken, was ook het rapport niet beschikbaar.” Theo Cruijff, oud-rentmeester en deken-schrijver van het gilde, vult aan: ”Dat rapport is vermoedelijk ook nooit gemaakt.”
Oud washandje
Het mysterie bleef knagen. In 2024 werd opnieuw gezocht naar deskundigen. Op advies van Ineke Strouken, oud-directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, bezocht Wim de studiedag van het Noord-Brabants Archeologisch Genootschap in café ’t Vrijthof. Hij nam de dekenstaf met speerpunt mee, ingepakt in een oud washandje.
De speerpunt werd aan deskundigen getoond en zo belandde het voorwerp in februari 2025 bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Onderzoekers Liesbeth Theunissen en Bertil van Os namen het voorwerp onder de loep, terwijl de camera’s van Omroep Brabant meedraaiden.
Röntgen
De uitkomst was bijzonder. Met moderne röntgentechniek werd gekeken naar de samenstelling van het metaal. Daaruit bleek dat de speerpunt van brons is gemaakt en kan worden gedateerd in de late bronstijd, tussen 1100 en 800 voor Christus. Waarschijnlijk werd de speerpunt aan het einde van zijn eerste leven aangescherpt en daarna in een natte omgeving achtergelaten, mogelijk als offer aan watergeesten.
Koperpoets
Dat eeuwenoude voorwerp kreeg later een opmerkelijk tweede leven. Ruim honderd jaar lang werd het gebruikt als versiering van de ceremoniële dekenstaf van het gilde. Dat gebeurde niet altijd even voorzichtig. De speerpunt werd vroeger daadwerkelijk gebruikt tijdens gildefeesten.
Hoofdman Karel Smetsers vertelt lachend: ”Ik kan me nog herinneren dat ik er in mijn jeugd zelfs mee heb speergeworpen.”
Jan van Zelst vertelt dat de hoofdman de speer vroeger in de grond stak om zijn hoed op te doen. Theo Cruijff zegt lachend: ”Ja, er werden ondeugende dingen mee gedaan.”
Piet van den Biggelaar legt uit dat dit natuurlijk niet bewust was: ”We wisten echt niet wat we in huis hadden.”
Ook werd de speerpunt gepoetst met koperpoets. Daarmee verdween het oorspronkelijke patina, waardoor onderzoekers minder goed konden bepalen waar het voorwerp oorspronkelijk was achtergelaten.
”De twee zusters van Antoon wisten dat de speerpunt waardevol was en hebben hem met alle goede bedoelingen schoongemaakt met koperpoets”, vertelt Wim. ”Dit hadden ze achteraf beter niet kunnen doen.”
Raadsel
En dan blijft die ene vraag: hoe kwam de speerpunt bij het gilde terecht? Ook daarover wordt binnen het gilde volop gefilosofeerd.
”Het kan een boer zijn geweest die hem tijdens het ploegen heeft gevonden en dacht: dat is wat voor het gilde”, vermoedt Piet.
Wim denkt aan de oude watergangen: ”Ook kan hij zijn meegevoerd door de stroming van rivieren en beken.”
Oude foto’s maken het mysterie alleen maar groter. Op een foto uit 1910 zijn twee speerpunten te zien, maar na uitvergroting bleken dat andere exemplaren te zijn. Op verschillende foto’s zijn uiteindelijk zes verschillende punten teruggevonden.
”Geen enkele speerpunt is nog in ons bezit. En van de speerpunt die we wel hebben, weten we niet hoe we eraan zijn gekomen”, zegt Theo.
”Het blijft zo ook wel spannend, een echt mysterie”, besluit Wim het verhaal.
