Waarde lezer, ik had u toegezegd dat de mooiste groen getinte vraag tijdens de open dag van hobbytuin Puurnatuur (Middelbeers) onderwerp zou worden voor een column Boel (e) Natuur. Uiteraard realiseer ik mij dat u bij het lezen van de prijswinnaar mij zal betichten van partijdigheid, maar ik kan er niet onderuit. Het is onze eigen hobby fotograaf Ria Donatz geworden. Elke week mag u, net als ik, genieten van haar fotografische creaties in ons weekblad en omdat ik al had laten vallen haar vraag zeker interessant te vinden kreeg ik als cadeautje een leuke illustratie toegestuurd.

Haar vraag betrof ons kleinste hert, het ree. Tegenwoordig zwerven er soms ook dwerghertjes (kantjils) door onze bossen maar dat is een exoot die zich nog niet gevestigd heeft in Oirschot. Ook zijn grote broer, het edelhert, is er nog niet maar vanuit het hertenparadijs in Liempde is het niet zo ver naar de Mortelen. Eigenlijk kan de vraag in twee delen gesplitst worden en voor beide vroeg ze mijn bevestiging. In het eerste deel gaat het over het reeënoog. Klopt het dat het dier blauw kan zien, maar geen rood? Deze vraag krijg ik vaker op mijn bordje. Wij, als lezers van deze krant, zijn met al onze verwanten in staat om rood te zien omdat onze verste voorouders vruchten leerden eten. En om die te vinden is deze kleur essentieel. Grazers hebben dat niet nodig, zij zien alleen blauw, groen en geel. Oranje of rood is gewoon één van de vijftig tinten grijs waar hun wereld uit bestaat. Een rood reflecterend wildspiegel langs de weg is dus niet zo handig. Een blauwe spiegel werkt echter als zwaailicht en daar schrikken ze van. Of een mens in een blauwe spijkerboek die tegen de wind in naar een ree sluipt? Ook geen goed idee. Een bewegend object zien ze direct en als die ook nog eens blauw is wordt het echt tijd om in gestrekte galop de andere kant op te gaan.

Ook het tweede deel is meer een stelling dan een vraag. Het is bekend dat Fikkie, Bello of hoe een geliefde hond-die-nooit-wat-doet ook maar mag heten maar al te vaak een net geboren ree kalf vindt, soms zelfs dood bijt en anders wel zoveel geur achterlaat dat de moeder niet meer terug durft te komen. Maar ook volwassen reeën zijn doodsbang voor uw gezellige kwispel. Zijn of haar voedsel bestaat uit allerlei soorten gras, bladeren en in de winter ook nog eens bast. Het verteren daarvan is bepaald geen sinecure en herkauwen is dan een geweldige oplossing. Maar dat kan alleen als er voldoende rustige plekjes zijn waar ze uit het zicht kunnen liggen. Bij nadering van wandelaars, maar zeker honden schrikken ze op, springen overeind en gaan er pijlsnel vandoor. Gebeurt dat te vaak dan zou een ree zelfs door een giga verstopping van onverteerde en rauwe groente kunnen sterven. Boswachters en andere natuurbeheerders die juist daarom een aanlijn gebod instellen kunnen in deze maatschappij echter rekenen op pek en veren. Vrijheid blijheid, ook voor Fikkie, en niemand die ons zal voorschrijven waar het mormel los mag lopen. In ons versnipperde landje is echter elk stukje bos een slaapkamer voor reeën. U vindt het toch ook niet prettig als iedereen in uw bijna intiemste domein komt rondspringen?

Bos, heide en hooilanden bezoeken is voor elke hond geweldig maar dan wel aan de korte lijn