In de vorige ‘Groeten uit de Beerzen’ kon u lezen hoe het kwam dat Mevrouw Truus Smulders- Beliën van de Beerze inwoners een nieuwe Daf 600 aangeboden kreeg bij haar twaalf-en-een-half jarig ambtsjubileum op 16 oktober 1958.
Op de feestdag, die al om 9.00 ’s ochtends begon met een heilige mis, was het hele dorp in touw. Een van de festiviteiten die dag was een buitengewone raadsvergadering in de grote zaal van Cees van Hoof- Smulders (De Zwaan). Daar werd de burgemeester eerst door de heer Philippart, lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, verrast met een koninklijke onderscheiding; ze werd Ridder in de orde van Oranje Nassau. Hierdoor was ze al aardig van haar à propos, maar toen even later Thomas Rooyakkers, voorzitter van het actiecomité het woord nam was ze helemaal beduusd. De heer Rooyakkers zei haar dat ‘de milde bijdragen van de bevolking, bijna 2700 zielen, een bewijs waren van dankbaarheid ten opzichte van de jubilaresse’, aldus een artikel in het Nieuwsblad van het Zuiden van 17 oktober 1958. Toen het gordijn opgehaald werd waarachter haar cadeau stond, sloeg ze de handen voor haar gezicht en riep uit: “Da’s veul en veul te veul!”
De rode DAF was nog uit de 0-serie, haar èchte DAF, een groene, kreeg ze in maart 1959 uit handen van de gebroeders van Doorne in Eindhoven, tijdens een druk bezochte ceremonie. Er was veel aandacht van de nationale pers en ten overstaan van alle journalisten en publiek bewees Truus Smulders dat iedereen, ook zonder ervaring, in de DAF 600 kon rijden. Ze reed er zo de fabriek mee uit en kwam heelhuids thuis. Dat ze geen rijbewijs had, was geen probleem. De DAF 600 kon aangepast worden zodat hij niet harder kon dan 25 km per uur en je er zonder rijbewijs in mocht rijden. Mede hierdoor werd de auto populair onder vrouwen met weinig of geen rijervaring en kreeg hij als bijnaam ‘de truttenschudder’. Volgens Thomas Vaessens, de schrijver van het boek ’De Daf van mijn vader’ was Daf niet blij met het truttige imago van deze Daf. Het grote autopubliek bestond hoofdzakelijk uit mannen en die wilden niet in de ‘truttenschudder’ rijden. Voor de emancipatie van de vrouw als chauffeur bleek de Daf 600 echter heel belangrijk.
Mevr. Smulders haalde uiteindelijk haar rijbewijs en heeft veel plezier gehad van haar Dafje. Ze legde de eerste twee en een half jaar maar liefst 99.000 km af. En dat in een tijd dat veel wegen nog onverhard waren. Ze had ook wel eens problemen met haar auto. Zo meldde ze zich meermaals bij garage van Tiel in Middelbeers met de mededeling dat haar auto zo raar deed. De monteurs konden echter geen mankementen vinden. Toen een van de monteurs een keer met haar meereed om te kijken wat het euvel was, was het probleem snel gesignaleerd. Wat bleek: Mevr. Smulders hing haar handtas aan de uitgetrokken choke.
Het Dafje onder de glasplaat bij De Beerze is niet het Dafje waarmee mevr. Smulders rondreed; dat staat in het Daf museum in Eindhoven, met een levensgrote foto van Mevr. Smulders en de gebr. van Doorne ernaast. Op de website https://studio040.nl staat het artikel ‘De DAF van Truus brengt de geschiedenis van Middelbeers tot leven’. In een van de filmpjes bij dit artikel vertelt Jo Becx, eigenaar van Grand Café de Beerze, hoe hij zo’n zelfde Daf in onderdelen in een zagerij achter het Oude Kerkje vond en hoe er na een speurtocht naar ontbrekende onderdelen een nieuwe Daf van gemaakt is, precies dezelfde Daf als van Ons Mevrouw. Met een kraan is hij tijdens de verbouwing onder de vloer van Grand Café de Beerze getakeld om er volgens Jo Becx ‘nooit meer uit te komen’.
(Tekst: Joke van Ham, heemkundekring “Den Beerschen Aard”. Foto 1: uit archief Den Beerschen Aard. Foto 2: uit ‘De Daf van mijn vader’)
