Op 16 februari 1979 vond op de Eindhovense dijk, ter hoogte van de legerplaats Oirschot, een bijzondere aanrijding plaats. Op de foto is te zien dat een Renault-4 personenauto voor een groot deel geplet is door een Leopard tank, drie en een halve meter breed en 35 ton zwaar. De bestuurder van de auto, de 30-jarige Johan Jansen uit Middelbeers, bleef, op een pijnlijk bovenbeen na, wonderwel ongedeerd.
In een artikel in het Nieuwsblad van het Zuiden van 17 februari 1979 laat de man het volgende optekenen: “Ze geven mij de schuld omdat ik teveel op de linker weghelft zou hebben gereden, maar dat is niet waar. Ik reed vanuit Oirschot naar Eindhoven toen vanuit de uitrit van de legerbasis een kleine colonne de weg op kwam. Voorop reed een busje, daarachter een tank en als laatste een zeer brede tank. Mensen uit het busje gebaarden me dat ik naar rechts moest gaan. Dat deed ik wel, maar omdat er zoveel sneeuw lag, kon ik niet ver uitwijken. Ik stopte op ongeveer 20 meter afstand van de tegemoetkomende tank. Die reed heel langzaam door. Toen dacht ik: “Hé, dit gaat mis!” en ben ik nog meer naar rechts opgeschoven en ben ik naar de rechterstoel gedoken. Ik had wel een gordel om, maar die zat gelukkig vrij los.” Wat bleek: de dag voor het ongeval had Johans vrouw Bea in de Renault 4 gereden, waar de stoelen voorin tegen elkaar stonden, en zij had de gordel veel losser afgesteld omdat ze dat fijner vond voor haar buik. Ze was namelijk zwanger van jongste zoon Roel. Bea zegt hierover nu: ”Zo heeft onze Roel zijn vader al gered voordat hij geboren was!”
Dode hoek
De 20- jarige chauffeur van de tank, ene Hans uit Tilburg zei dat hij nog nooit zo snel uit zijn tank geklommen was. ”Pas toen ik zag dat die automobilist niets mankeerde, zakten de zenuwen een beetje. Het is onbegrijpelijk dat het zo goed is afgelopen”, aldus soldaat Hans.
De Koninklijke Marechaussee onderzocht natuurlijk het ongeval en zolang de rechter geen uitspraak had gedaan wilde men niets loslaten over de oorzaak van het ongeval, behalve dan dat aan alle veiligheidsvoorschriften was voldaan. Toch kunnen we in genoemd krantenartikel zomaar een aantal vermoedens van de commandant van de 13e Pantser Genie Compagnie lezen: de dienstplichtig militair die de tank bestuurde, zou verrast zijn door een manoeuvre van de automobilist die hij niet meer kon waarnemen door de dode hoek van de tank. Zou ook kunnen dat de automobilist achteruit heeft willen rijden en daarmee met de voorkant van zijn auto op de verkeerde weghelft was gekomen.
Johan verklaarde dat hij inderdaad achteruit had gereden in een uiterste poging om aan de tank te ontsnappen, de tank reed immers gewoon door, terwijl hij stilstond. Johan vond het onbegrijpelijk dat zo’n brede tank op zo’n smalle weg reed, die bovendien besneeuwd was, waardoor hij de berm niet in durfde te rijden, bang om alsnog onder te tank te schuiven. In het proces verbaal dat opgemaakt werd door de Kon. Marechaussee werd Johan Jansen aangemerkt als verdachte, niet als slachtoffer of getuige. In dit proces verbaal werd duidelijk dat de verklaringen van Johan en de tankchauffeur over de gebeurtenis niet overeenkwamen. Defensie gaf later aan dat de voorgeschiedenis niet van belang was, Johans auto zou op zich de verkeerde weghelft bevonden hebben; hoe dit kwam, maakte niet uit!
Uitnodiging?
De 13e Pantser Genie Compagnie had wel het plan opgevat om de onfortuinlijke Beerzenaar uit te nodigen voor een bezoek aan de kazerne, volgens de commandant ‘om te ervaren dat in een tank ook gewone mensen zitten’. Enkele weken na het ongeval kreeg Johan inderdaad een uitnodiging. Waar je zou verwachten dat het een persoonlijke uitnodiging betrof, was de aanhef ‘Geachte mogelijke gast’ en ging het om ‘een uitnodiging voor ouders, meisje, verloofde of echtgenote van de dienstplichtigen van de 13e Pantsercompagnie’. Johan gaf dan ook geen gehoor aan de uitnodiging.
Uiteindelijk aanvaarde het ministerie van Defensie geen enkele aansprakelijkheid voor het ongeval, maar de verzekering van Johan vergoedde wel alle schade. Toch nog een vorm van gerechtigheid….
(Tekst: Joke van Ham, heemkundekring “Den Beerschen Aard”. Foto: Nieuwsblad van het Zuiden, verkregen via Bea Jansen)
