We schrijven april 1979 als in de Kerkstraat in Oostelbeers een markt gehouden wordt waarop verenigingen zich kunnen presenteren. Eén kraam is onbemand en slechts voorzien van een intekenlijst met daarop een oproep voor mensen, jong en oud, om samen een creatieve bezigheid te gaan vinden in bijv. toneelspel, cabaret, mime of poppenspel. De oproep is gedaan door Jan Adriaans, Frans Timmers en Peter van Gestel, die al jaren droomden van het oprichten van een toneelclub. Ze konden de eerste uren van de markt hun kraam zelf niet bemannen omdat ze ook samen nog voetbalden en volgens eigen zeggen ‘het derde van de Biest moesten bestrijden.’
Eenmaal hiermee klaar troffen ze Theo van Gerven achter hun kraam. Hij had zich als eerste gemeld en was, in afwachting van de initiatiefnemers, alvast enthousiast begonnen met het werven van belangstellenden. Er meldden zich ongeveer 15 mensen. Op 14 mei 1979 hield de toneelclub zijn eerste vergadering: Keskenoate was geboren! Meteen werd duidelijk dat er bij de Beerse toneelvereniging veel gekakeld zou worden. Het begon al bij de naam: veel namen werden voorgesteld door de nieuwe leden waarvan uiteindelijk twee namen overbleven: ‘Tjokvol’, voorgesteld door Bart van Hoof, werd het niet. ‘Keskenoate’, voorgesteld door Frans Timmers werd het wel.
Keskenoate is een verbasterde vorm van het Franse woord ‘gasconade’. Op de website van Keskenoate staat hierover: “Ten tijde van de Franse overheersing stuurde Napoleon een regiment soldaten uit Gascogne naar onze contreien om de orde te handhaven. Of ze daar in slaagden is niet bekend, maar wel dat ze een hoop ophef konden maken om niets. Deze typische eigenschap werd ‘gasconade’ genoemd en later in het Brabantse dialect verbasterd tot ‘keskenoate’.” Bart van Hoof zag zijn voorgestelde naam jaren later wèl terug op ‘bioscoop Tjokvol’ waar ‘In naam van de vader’, de film van Keskenoate, gedraaid werd.
Het huishoudelijk reglement, dat na veel gekakel opgesteld werd, bevatte enkele bijzondere regels. Er was afgesproken dat 15% van de leden van ‘buiten Beers’ mocht komen. Wanneer iemand van de Beerse leden ‘buiten Beers’ verhuisde, werd dat percentage opgerekt tot 25%. Ook was er een regeling voor attenties bij diverse gelegenheden: trouwen, geboorte van een kind, etc. Bij de afspraak over de attentie t.w.v. 25 gulden voor een ernstig zieke bestond de ongeschreven regel dat de betreffende persoon dan wel ‘open geweest moest zijn’. Het logo van Keskenoate dat gemaakt werd door Nel Timmers, die voor elke gelegenheid een aangepaste versie maakte, wordt nog steeds gebruikt.
Eind augustus 1979 maakten de Beerzen voor het eerst kennis met Keskenoate. Peter van Gestel hierover: “Als clowns zaten we op een wagen of we het in Keulen hoorden donderen. Voorop de kar stond een weegschaal. Het was Kermis in Middelbeers. De mensen gooiden geld in de schaal en jawel hoor, als de schaal doorsloeg, begonnen de clowns fanatiek als speelgoedpoppen te spelen. Vader Jacob was de tophit. En dat alles zonder vergunning van de gemeente, die kregen we pas een half uur na de voorstellingen.” Op deze manier vergaarde Keskenoate zijn eerste geld voor de clubkas.
De mannen van het eerste uur, hierboven genoemd, en Theo Kemps vertellen desgevraagd vol vuur over de belevenissen van de eerste jaren. Bij het 125-jarig bestaan van de Beerse harmonie in september 1979 volgde het eerste echte optreden in een met 1000 man publiek gevulde Mago-hal, waar tuinmeubels werden verkocht. Volgens Frans Timmers werd er in Beers al volop gekletst over de Keskenoatemakers, dus een mooie gelegenheid om zich van de goede kant te laten zien. Het stuk ‘Een avondje TV’, ging over een gezin, vader, moeder, twee kinderen en hond Pluto, dat TV kijkt en tussen de programma’s door van alles meemaakt, alles gespeeld door leden van Keskenoate. De zaken werden goed aangepakt: er werd een geluidsinstallatie gehuurd en iedereen werd professioneel geschminkt. Maar ondanks dat kon de helft van de zaal de tekst niet verstaan. Toch waren veel mensen enthousiast en er meldde zich een eerste sponsor. Deze avond kreeg nog wel een vreemd staartje, aldus Frans Timmers: “We moesten de hele avond achter de coulissen blijven, oftewel tussen de tuinstoelen. De geleende campingplasemmer kreeg veelvuldig een bui te verwerken. En dan natuurlijk de volgende dag alles opruimen. Is nu echt alles opgeruimd? Zo te zien wel, maar zo te ruiken, d.w.z. 14 dagen later, niet. Wat staat daar achter in de rij tussen de tuinstoelen toch allemaal te borrelen? Inderdaad, de plasemmer, nog helemaal vol en onaangeroerd en zelfs bedekt met een mooi grijs/groen tapijtje.” Het zou niet het enige ‘leermoment’ zijn in de beginjaren.
Voor het stuk ‘Gekakel om hardvoer’, dat in 1981 niet alleen in de Beerzen, maar ook in Breda, Zundert, Luyksgestel en Hilvarenbeek opgevoerd werd, was het decor op een platte wagen gebouwd, die bij ‘uitwedstrijden’ vervoerd werd op een dieplader. Ongelukkig genoeg waaide de platte wagen met decor en al tijdens een van de ritten naar huis op de A58 van de dieplader af, de vluchtstrook op. Gelukkig zonder verdere ‘ongelukken’. Dat dit stuk anno 2025 nog in het geheugen van Jan, Frans, Peter en Theo gegrift staat, blijkt wel als bij het noemen van de titel van het toneelstuk alle vier de mannen spontaan het lied uit dit toneelstuk aanheffen. Eens Keskenoatemakers, altijd Keskenoatemakers!
Op bovenstaande foto: Onderste rij v.l.n.r.: Hond Pluto (Theo Kemps), Frans Timmers, Marina Pasmans, Lientje Versteeg, Gertie Versteeg, Francien Aben, Corry Pasmans, Kees Adriaans. Middelste rij: Grimeuse, Peter van Gestel, Bart van Hoof, Rinie Rozijn, Pieter Timmers, Annie Aarts, Theo van Gerven, Nell Timmers, Johan Janssen, Peter van Gerven, Jacques Senders (grimeur).
Bovenste rij: Wim Jansen, Jan Adriaans, Loes van Beers, Peter Denissen, Jan Pasmans.
(Tekst: Joke van Ham, heemkundekring “Den Beerschen Aard”; foto uit archief Keskenoate)
