Plaats delict: Spoordonkseweg, Oirschot. Dader(s): onbekend. Datum en tijd: ergens in het nabije verleden. Zo zou het proces-verbaal kunnen beginnen van een gebeurtenis die ook bekendstaat onder de naam ’Groot Gezwam’, het slachtoffer nog niet overleden maar wel reddeloos verloren.

U zult zich inmiddels afvragen, geachte lezer, wat er nu weer met mij aan de hand is. De bekende conclusie dat ik maar van boven de grote rivieren ben en dus niet helemaal spoor, is inmiddels al aardig belegen. En toch is er helaas geen woord verzonnen of overdreven. Waar de Spoordonkseweg afbuigt en het dorp Oirschot indraait, kijkt u uit op misschien wel één van de mooiste eikenlanen van Brabant. Geen eeuwelingen, maar toch inmiddels majestueus uitgegroeide exemplaren. Wijd van kroon, stevig van tak en met een zwaar fundament. Met een tevreden gezicht lopen, fietsen of zitten in een vierwielig stuk blik elke dag een paar honderd mensen door deze prachtige laan. Een zorgvuldige beschouwer ziet echter meer. Drie zwaar gewonde eiken, die er van boven nog goed uitzien maar toch ten dode opgeschreven staan, ertussen.

Keurig verdeeld over de lengte van de weg zijn deze eiken momenteel versierd met prachtig gezwam. Het begint met een enorme maar inmiddels flink belegen zwavelzwam. Het zomers geel is inmiddels verleden tijd en de zwam is gehuld in stemmig bruin. Halverwege, aan dezelfde kant, een minstens zo grote biefstukzwam. Laag bij de grond en voor de snelle passant gelijkend op een uit zijn krachten gegroeide elfenbank. Zijn naam komt van de vreemde eigenschap dat deze zwam kan ’bloeden’. Uiteraard niet echt, maar het is wel rood vocht dat uit de gebakken-biefstukkleurige zwam kan druppen. De laatste staat rechts, vlak bij kroeg en school. Ook aan de voet en getooid met de eveneens bijzondere naam eikhaas. Wat de paddenstoel met een haas heeft, blijft een raadsel, maar fraai is deze zwam zeker. Tientallen schubvormige hoedjes vormen een grote grijze bol.

Drie verschillende soorten, maar oorzaak en gevolg zijn echter gelijk. Alle drie de eiken zijn eens beschadigd. Aan de voet waarschijnlijk door een maaimachine die helaas de bocht iets te krap nam. De eik met de zwavelzwam zou geraakt kunnen zijn door een tractor of vrachtwagen. Wie de dader ook was, het effect was hetzelfde. Een stuk schors eraf gescheurd, de bastlaag eronder opengereten en mogelijk zelfs het hout geraakt. In een ideale situatie herstelt de boom vanzelf en zal de wond met nieuwe bast afgesloten worden. Maar een infectie met diverse soorten schimmels ligt altijd op de loer. Ongezien als spore zwevend op de wind en toevallig op de voor hen juiste plek uitkomend. In eerste instantie zal de zwam zich tegoeddoen aan het beschadigde weefsel. Al snel zullen schimmeldraden echter uitgroeien in het hout. Een proces dat jaren kan duren, maar uiteindelijk zal de boom verzwakken door houtrot en verstopte watervaten. Voordat u echter besluit om, gewapend met het grootste kapmes, elke paddenstoel aan gort te slaan, weet dan wel dat u alleen maar de vruchtlichamen eraf mept. De zwam zit al jaren in de boom en na kortere of langere tijd zal de boom krakend zijn laatste adem uitblazen.

Is er dan geen enkele mogelijkheid om deze langzame dood te voorkomen? Zeker wel. Heren en dames bestuurders, zie al die boomvoeten eens als de tenen van uw geliefde. Daar gaat u toch ook niet op staan?