Het past wel in deze Paasperiode, om eens wat te schrijven over Het Verraad. In de hele geschiedenis blijft het maar terugkomen, onstopbaar als een Davids. Heintje dan, niet Edgar. Elke periode kent zijn eigen “Ook gij Brutus!?”, met zijn eigen Judaskus. Ik ben nog niet voor The Passion gevraagd, maar anders zou ik toch het liefste gaan voor de handenwringende Judas, die ik waarschijnlijk zou modelleren als een mix van Elon Musk, Gidi Markuszower, Anton Mussert en Yolanthe Cabau – de gastendoekjes! - van Casbergen.

Ik had bijna op de kop af al tien jaar een innige verhouding met mijn Renault Laguna van 2006, gekocht in 2016. In de loop der jaren en in 220 duizend vaak eenzame kilometers bouwden we een band op waar menig getrouwd stel een punt aan zou kunnen zuigen. De Laguna bracht me probleemloos naar Sestri Levante, naar Dresden, naar Parijs, naar Franeker en naar de Hubo in Veghel waar ik er – toch wat ongerust – 650 kilo pvc-laminaat in stapelde. Ze zakte diep door de veren, maar bracht me thuis met het spul. Ze bracht me in mijn Lexa-dagen naar menige spannende date, van Ossendrecht tot Boxmeer. Ze stond honderden uren geduldig met me in de file, maar op nachtelijke Duitse Autobahnen tikten we ook weleens de magische tweehonderd aan.

Voor zo’n auto van twintig jaar oud, was ze best wel luxe en compleet. Met een uitgebreide climate controll, cruise controll, automatische versnellingsbak, boordcomputer en in-delen-neerklapbare banken was ze altijd de ideale en comfortabele reisgezel die ik me had gewenst. Een belangrijk pluspunt was de LPG-installatie. Die heeft me altijd, maar zeker de laatste weken, hardop laten lachen bij elke tankbeurt, wanneer ik me bedacht wat het me met Euro95 zou hebben gekost. Die paar tientjes extra wegenbelasting per jaar, die had ik er begin februari altijd al uit! Mooie, hele mooie herinneringen aan die auto. Onderweg met mijn meiden naar Parijs, met John Mayers ‘Heartbreak Warfare’ op standje 32, geparkeerd met mijn lief bij een Toscaans strand, vastrijden in de blubber van een bosje tegen de Landschotse Heide en een maat bellen om je te helpen lostrekken, proberen een snel smeltend softijsje te eten op de snelweg, een veelbelovende zoen – hangend over de middenconsole.

Ze heeft me maar één keer laten staan, op een snikhete weg in Umbrië, toen ik haar nog maar een maand had. Waarschijnlijk was door het lange verblijf bij de handelaar een deel van het aircosysteem half vergaan door het stilstaande vocht in de compressor. Onheilspellende rookwolken vanonder de motorkap en een vloekende Italiaan van de ophaaldienst, omdat hij hierdoor de kwartfinale van Italia in het EK miste. In iedere relatie loopt de temperatuur weleens op, zullen we maar denken. In ieder geval waren de twee ton daarna compleet probleemvrij.

Maar nu stond ik dus deze week in Huissen bij een handelaar, een Turkse jongen denk ik. Ik twijfelde nog even, maar ja: deze andere Renault Laguna was weer een paar jaar jonger, had weinig gelopen, dertig paardenkrachten meer, een trekhaak en het was ook nog de altijd al gewenste station, of ‘Break’ zoals die aparte Fransen daarvan maken. De proefrit was veelbelovend, ze lag rotsvast in de bochten, de accelaratie was verbluffend en, tsja: ze zag er tien jaar jonger uit dan wat ik nu had…

Ik heb de knoop maar doorgehakt. Terwijl ik allerhande spul (véél zonnebrillen en lege dropzakjes) overlaadde naar de nieuwe wagen, wat zich in jaren had opgestapeld in de kastjes en vakjes van de Laguna, gingen de gedachten terug naar 220 duizend gelukkige kilometers. Misschien had ze nog best een ton meegekund, of werd het risico op problemen dan te groot? Ik voelde me toch een verrader, die een trouwe en altijd gedienstige geliefde ondankbaar aan de kant gooit voor ‘iets jongers’. Ik streek nog eens liefdevol over het wat verweerde stuur, de motorkap en de bestuurdersstoel.

Het was mijn eigen Judaskus, bedacht ik toen ik haar voor het laatst zag, in mijn blinkende ‘elektronisch geheel inklapbare en verwarmde’ spiegel.