Afscheid nemen is een beetje sterven aan dat waarvan men houdt, volgens de Franse dichter Edmond Haraucourt. Ik was nog niet van plan om lekker dramatisch te gaan hemelen, maar ik herken het gevoel wel een beetje bij mijn afscheid van Oirschot. Na bijna dertig jaar in de Beerzen en Oirschot gewoond te hebben, volgde in 2024 een verhuizing naar het óók mooie Sint-Oedenrode, waar ik nu elke morgen het genoegen smaak om naar een mals weitje met een paar wollige schapenkonten te mogen kijken. Nu is dan het moment daar dat ik ook afscheid ga nemen van het Oirschots Weekjournaal, na negentien mooie jaren.

Het is even slikken en het was ook niet direct mijn eigen keuze, want ik was toch wel behoorlijk verknocht geraakt aan ons krantje dat in die negentien jaren mijn weekritme behoorlijk bepaalde. Er viel een ‘redactiegat’ in Hilvarenbeek, dat intern moest worden ingevuld bij onze uitgeverij. De keuze viel al snel op deze jongen, want ik was al niet echt onbekend meer in ‘Beek’ en de combinatie met De Nieuwsklok Oisterwijk – waar ik inmiddels ook een half jaar redacteur ben – is zeker niet onlogisch.

In die negentien jaren zag ik collega’s komen en gaan, soms noodgedwongen door alle woeste baren in de afgelopen jaren in uitgeversland. Drie van mijn gewaardeerde naaste collega’s overleden zelfs (te jong) in die periode. Mijn collega-correspondenten Esther en Marina verloren de strijd tegen een vreselijk ziekte en ook onze hoffotograaf Jan Appels – met wie ik zeker achthonderd keer op reportage ben geweest – ging veel te vroeg heen. Min of meer noodgedwongen nam ik vanaf toen ook een flink deel van de fotografie voor mijn rekening. Talloze spannende Sint-intochten, feestelijke carnavalsstoeten, ludieke Solexraces, heerlijke festivals en huiveringwekkende Halloweens kreeg ik voor mijn les.

Duizenden artikelen en columns schreef ik in deze jaren voor dit weekblad. Ik tekende verhalen op, waarvoor ik de hoofdpersonen vaak enorm dankbaar was. Heel vaak werd ik oprecht getroffen door de openheid waarmee mensen hun passie, hun liefde, maar ook hun grote verdriet met mij en dus ook met jullie – de hooggewaardeerde lezers – deelden. Theo die een euthanasie kreeg en zijn artikel nooit meer in het weekblad heeft kunnen zien. Zoiets vergeet je nooit meer. Of de hartverscheurende verhalen van mensen die een kind veel te jong verloren. Nog altijd krijg ik kippenvel als ik aan die verhalen denk.

Ik volgde lang politiek gevoelige dossiers over vastlopende woningbouwplannen, burgers die zich niet betrokken voelden bij plannenmakerij en de totaal en vulgair escalerende volksopstand bij een gepland AZC in het verlaten Montfortanenklooster, een beschamend stukje Oirschotse geschiedenis, waar we met de verzamelde pers verbijsterd naar keken. Het bleek gelukkig een uitzondering in het gastvrije Oirschot. Het veelbesproken hek van oud Dakar-coureur Jan de Rooij was er ook zo eentje voor in de boeken: een dossier om eens lekker in te duiken, maar ook niet bepaald zonder risico voor de lokale journalist zo merkte ik, als kwetsbare zzp’er persmuskiet.

De veelgeroemde persvrijheid in ons landje bleek fragieler dan gedacht.

Met een grote grijns denk ik terug aan sommige columns, waarbij vooral het verhaal over Katja Schuurman enorm scoorde. Het gerucht ging dat de GTST-babe zich in Middelbeers zou vestigen en het dorp was in rep en roer natuurlijk. Koren op de molen van de columnist om zijn ‘Vuurtje’ nog eens extra op te poken en mooie Katja op de platte kar onder begeleiding van harmonie en drumband De Vriendschap binnen te halen in het dorp. Heerlijk.

Veel van mijn werk was ook nogal routinematig hoor. Het redigeren bijvoorbeeld van ingezonden kopij. Sinds we online actief zijn – het Oirschots Weekjournaal is mede dankzij supercollega Marcia één van de allerbest gelezen weekbladen van onze uitgever – had ik soms nog aardig wat extra werk met het modereren van nogal ‘ongefilterde’ reacties onder artikelen. Ook sommige dorpsgenoten lijden aan een nogal heftige vorm van mening-itis. Maar ik voelde me ook weer gezegend met inzenders als Arthur de Vries, Ad van Zelst en Joke van Ham van de heemkunde, die puntgave verhalen aanleverden. Daarvan mocht je altijd een gedegen en onderhoudend verhaal verwachten, met ook de punten en de komma’s op de juiste plek. Peter van Gerven, wedstrijdverslaggever voor vv Beerse Boys; ook zo eentje. Die zou wat mij betreft gerust workshops mogen gaan verzorgen: ‘Hoe schrijf ik een adequaat, leesbaar en entertainend wedstrijdverslag.’

Ook bij het redigeren probeer je recht te doen aan de bedoelingen van de inzender, al had ik er weleens aardig wat werk mee om kromme zinnen, taalfouten en een krakkemikkige opbouw te reconstrueren tot een aardig artikeltje. Maar soms is een foutje té aantrekkelijk om eruit te halen. Een lokale politieke partij trommelde zich bij monde van de fractievoorzitter op de borst vanwege de namens hun partij ‘ingevlogen’ wethouder, die dankzij zijn voorliggende provinciale politieke loopbaan al volop ‘gepakt en gemazzeld’ was. Prachtig…

En zo mag ik dan ‘het verhaal Oirschot’ voor mezelf afsluiten. Ik heb ervan genoten! Helemaal weg ben ik niet; er zal af en toe ook nog weleens wat van mij verschijnen in ons mooie Weekjournaal. ‘Afscheid nemen bestaat niet’, zei ooit ene Marco B. Ik krijg een nieuw hoofdstuk, nieuwe kansen, een frisse horizon. Ik voel me eigenlijk wel Gepakt en Gemazzeld.

Het ga jullie goed. Dankjewel allemaal.