Toegeven: het was even schrikken toen een collega mijn bijzonder handige telefoonhoesje betitelde als ‘boomerflap’. Ik was er altijd erg mee in mijn nopjes; het ding is ook het hoogtepunt van praktisch nut in een tijdperk vol nutteloze flauwekul als de stappenteller of verlichting die reageert op je gesproken commando’s – bijzonder irritant als je snotverkouden stem niet wordt herkend door ‘het systeem’.
Ik herinner me nog dat ik trots mijn hoesje toonde aan mijn dochters een paar jaar geleden. Onbegrijpelijk dat zij hun veel te dure telefoons onbeschermd meesjouwden. Ze hadden ook allebei een gebarsten scherm. Nee dan ik, met mijn fraaie, groene kunstlederen houder. “Kijk eens hoe handig, met al die vakjes voor je bonuskaart, je pinpas en je rijbewijs. En die openingen precies op de juiste plek voor je camera en je zaklamp!” Ze keken naar me met dezelfde mengeling van walging en medelijden als toen ik in 2004 met mijn strakke Speedo op de rand van het zwembad verscheen.
Strikt genomen ben ik natuurlijk helemaal geen boomer, die schijnen bijvoorbeeld altijd te roepen dat vroeger alles beter was, maar een onversneden telg van Generatie X. Volgens verschillende zoekmachines staat Generatie X – ongeveer 3,5 miljoen zielen groot - te boek als ‘bruggenbouwers’ tussen oudere en jongere generaties dan wijzelf. “Waar hun ouders, de babyboomers, zich fel afzetten tegen het gezag, maakten X’ers hun eigen keuzes – minder uitgesproken, maar wel doordacht. Ze worden vaak gezien als nuchtere, loyale werkers met een voorkeur voor stabiliteit”, zo leert de zoekfunctie.
Ik herken me daar wel in, maar wat ik me vooral herinner is toch vooral de gigantische werkloosheid en uitzichtloosheid van begin jaren tachtig, de woningnood (ook toen al) en daaruit voortkomend de krakersbeweging. Mijn leeftijdsgenoten hadden verontrustend vaak hetzelfde gevoel van ongewenst of nutteloos te zijn. Generatie X wordt waarschijnlijk niet voor niets ook weleens De Verloren Generatie genoemd. Waar mijn ouders de hippiecultuur hadden als hoopvolle protestbeweging, daar hadden wij de rauwe, grimmige punk, ook protest, maar met weinig perspectief en de neutronenbom die elk moment kon vallen. Rentes boven de 12 procent waren de norm, wat zelfs een huis van 150 duizend gulden vrijwel onbereikbaar maakte. Een kennis van me had dan weer door een erfenis een paar ton op de bank: die kon er dan weer jarenlang van rentenieren.
De digitale alwetende vervolgt: “X’ers zijn loyaal aan werkgevers en geven de voorkeur aan stabiliteit. Tegelijk worstelen ze met de snelle digitalisering en de verhoogde pensioenleeftijd. Veel X’ers werken langer door dan gehoopt, zonder vangnetten als vroegpensioen. Ze zijn vaak onmisbaar op de werkvloer, maar hebben daarnaast ook zorgtaken. Ze ondersteunen hun ouders, en helpen hun volwassen kinderen die worstelen met de huizenmarkt, werkdruk en jonge gezinnen.” Ga er maar aan staan, het klinkt als een soort jongleren met gloeiende ballen en cactussen.
“De tussenpositie van deze generatie vraagt om veel flexibiliteit – en juist daarin blinken ze uit. Een generatie van nuchter idealisme.” Dus: de uitstoot moet minder, maar ik moet met mijn aannemersbusje nog wel in de binnenstad kunnen komen, want wie fikst anders je lekkageprobleem?
Ik ken generatiegenoten die ook geen boomerflap hebben, maar gezien bovenstaande koester ik het ding voorlopig nog, met een zekere krakkemikkige trots misschien wel zelfs. We zijn uiteindelijk niet Verloren gegaan, denk ik dan maar. Een soort van X-rated, daar kan ik best mee leven. Ik Flap nog even lekker door.
