Eens, lang geleden en ver van hier, was er een land waar feiten geleerd werden op school en fabeltjes thuis hoorden bij meneer De Uil en Juffrouw Ooievaar. Meester en pastoor predikten de ultieme waarheid en alleen in bakerpraatjes kwamen kinderen uit de kool. Maar is er na de eerste uitzending van de Fabeltjeskrant in 1968 werkelijk zo veel veranderd? Meneer De Uil staat in het museum, dat is een feit. Scholen leren creatief onderzoeken om zo dicht mogelijk in de buurt van de waarheid te komen, ook dat is een feit. Tegelijkertijd wordt het steeds moeilijker om in deze tijd van influencers en AI feiten en fabels gescheiden te houden. Wat de krant van werkend Nederland vertelt, wordt voor waar aangenomen, maar is dat zo?
“20 jaar aan feiten en fabels over Jakobskruiskruid gebundeld”. Met deze kop verscheen deze week een artikel in het digitale nieuwsbulletin Nature Today. In 2006 begon Esther Hegt met de website Jacobskruiskruid.com. Als liefhebster van paarden wilde ze graag weten of dit monsterkruid werkelijk zo giftig is en of het klopt dat er jaarlijks 6500 paarden overlijden aan het knabbelen van deze gele bloeier. Direct werd al duidelijk dat Jacobaea vulgaris, zoals botanici de soort noemen, inderdaad niet zo gezond is voor herbivoren. Maar de duizenden sterfgevallen bleken een hardnekkig verzinsel, wat wel lekker bekt maar op geen enkel onderzoek gebaseerd was. Op haar, deze week aan Naturalis overgedragen, website verzamelde ze letterlijk alles wat er te vinden is over Jakobskruiskruid. Van boer tot onderzoeker, van politicus tot lobbyist, elk geschreven of uitgesproken woord werd gebundeld.
Reeds in 1885 werd Jakobskruiskruid beschreven als weideonkruid. De conclusie dat er dus niets nieuws onder de zon is, blijkt echter ook een fabeltje. Honderdvijftig jaar geleden was bijna elk paard gedoemd zijn leven werkend door te brengen. Als trekpaard voor ploeg of kar of onder de kont van een huzaar in het leger. Tijd om rustig te grazen in een weide was er nauwelijks. Krap honderd jaar later zijn paarden echter van de werkende economie naar de vrijetijdseconomie doorgeschoven. Hobbypaarden staan wel dag in, dag uit in een weiland. Keurig tussen vier draden wordt alles kaal gegraasd en opengewroet met bronstig hoefgestamp. En juist dat vindt Jakobskruiskruid geweldig. Vanaf de jaren negentig kwam ook nog eens meer zaad beschikbaar doordat gemeentes steeds vaker kozen voor wilde bloemenbermen. En juist deze gele bloeier gaf snel resultaat zonder al te veel kosten. Dertig jaar later weet men wel beter en zijn de zaadmengsels sterk verbeterd.
Feit is ook dat Jakobskruiskruid voor onze bedreigde biodiversiteit, en dan met name bestuivende insecten, van onschatbare waarde is. Kleine vuurvlinders, vele soorten zweefvliegen en enkele wilde bijensoorten vinden er een rijk gedekte dis. Dat is waarom natuur- en bermbeheerders Jakobskruiskruid soms bestrijden als er kans bestaat op uitzaai in als hooiland gebruikte weilanden, maar het juist koesteren als de soort zich vrijelijk mag uitbreiden.
Interesse in “20 jaar Jakobskruiskruid, feiten en fabels”? U kunt het rapport gratis downloaden via https://zenodo.org/records/22230925.
