Het wordt weer eens tijd voor een groene column. Mocht u het inmiddels vergeten zijn, uw Oirschots Weekjournaal heeft nog steeds een groene columnist die ondanks de droogte nog niet vergeeld is. Wel suddert zijn sabbatical rustig door en pas na 1 december zal u weer wekelijks een bosje min of meer fleurige woorden aangeboden krijgen.

Droog, droger, droogst. De superlatieven buitelen ook in onze krant over elkaar. De Beerze bij Spoordonk ligt vrijwel tot geheel droog, de Kleine Beerze een grazige snelweg en het aantal dode bomen in de groenste woonwijk van de gemeente Oirschot is nooit zo hoog geweest. Op veel kleinere schaal is het drama nog groter. Alles wat van oppervlaktewater afhankelijk is staat vol in de crisis stand. Neem nu eens de beekrombout die als libellenlarf zuurstofrijk en stromend water nodig heeft. Of de bruine korenbout, ook al een libel maar dan een soort die niet moeilijk doet over een met blad gevulde vijver. Zijn larven hebben het Spaans benauwd. Niet alleen omdat het laatste water zienderogen verdwijnt maar ook omdat warm water veel minder opgelost zuurstof bevat. Stikkend en verdroogd geven zij de pijp aan Maarten.

Droge tranen worden er geplengd door boom en bloem. Geen water meer in hun vaten, hun bladeren slap en verdroogd, vruchten maken kan niet meer. Velen zullen sterven maar weinigen zullen voor altijd verdwijnen. Berken die bij duizenden marcheren richting hemelpoort laten miljoenen zaden achter die zullen ontkiemen en een nieuw bos vormen. Heidestruiken die als verkoold zwart en troosteloos de Landschotse Heide bevolken hebben nog meer kansen. Hun zaden overleven minstens honderd jaar roerloos wachten in de bovenste bodemlaag. Maar voor de fameuze klokjesgentiaan, icoon van de eens zo natte heide, is het bijna te laat. Ergens zullen nog wat plantjes overleven maar in de meeste gebieden zal eerst het water moeten terugkeren voordat zij na tientallen jaren beheer weer wortel schieten tussen dopheide en witte snavelbies.

Droog is het ook in het vogelrijk. Na een heerlijk voorjaar met rups en langpootmug voor hongerige kinderen is het nu uit met de pret. Alleen zaadeters vinden nog wat voedsel in het vergeelde gras maar insecteneters moeten straks met lege maag op reis. Of ze Afrika nog halen tijdens de herfsttrek is zeer onzeker. Toch blijft ook voor hun de natuur veerkrachtig. Stel dat een paartje zwaluwen met twee broedsels acht jongen groot brengen. En dat ook nog eens twee jaar achter elkaar kunnen doen. Dan kom je uit op zestien jonge vogels terwijl er maar twee nodig zijn om de soort in stand te houden.

Droge krokodillentranen zijn echter alleen maar beschamend. Steunen en kreunen vanwege droogte is zo gemakkelijk. Al jaren pompen we teveel grondwater op om droge zandgronden nog een beetje vruchtbaar te maken voor intensieve landbouw. Al jaren houden we polderpeilen zo laag dat nu houten fundamenten droog gaan vallen. Al jaren stoten we tonnen kooldioxide en methaan uit waardoor het steeds warmer en dus ook droger wordt. Laten we daar eens bij stil staan en er voor zorgen dat onze achterkleinkinderen in een leefbare wereld geboren worden.